Geef Zeus wat Zeus toekomt
(Dit artikel is verschenen in Spiegel Historiael, mei 1999; drs. Jason Veltmaat)


In 1928 werd bij de Kaap van Artemision een beeld uit zee opgevist dat onmiskenbaar een god moet voorstellen – alleen welke? Attributen ontbreken. Zeus of Poseidon? De numismatiek biedt uitkomst.


They live no longer in the faith of reason; but still the heart doth need a language; still doth the old instinct bring back the old names; spirits or gods that used to share this earth with man as with their friend; and at this day it is Jupiter who brings whatever is great. (Coleridge, The Piccolomini)


In ons hart, of in ons droomdenken, leven de goden voort. De menselijke inborst laat ons – volgens de dichter – de goden niet vergeten, maar kunnen wij deze opperwezens in hun bronzen of marmeren verschijningsvorm nog herkennen? Vaak wel, dankzij de conventie. Beeltenissen waren immers een vorm van communicatie; men werd geacht de goden te herkennen. Beroemde kunstenaars kregen navolgers; hun alom geprezen voorstellingen van bepaalde goden werden evenzovele canons. Maar het spreekt vanzelf dat minder begaafde beeldhouwers en modelleurs er niet in slaagden om goddelijke gelaatstrekken net zo treffend weer te geven als Pheidias, Kalamis of Praxiteles. De ‘pastiches’ of imitaties die gemaakt werden door gewone ambachtslieden moesten het vooral hebben van de attributen waaraan goden te herkennen waren. Mooie jongens, atleten, krijgers en goden werden allemaal naakt afgebeeld, maar een attribuut voorkwam dat een jonge god verwisseld werd met een schone ephebe, of dat een baardige god verwisseld werd met een hopliet.
Apollo, de beeldschone jonge god zoals wij hem kennen van het west-pediment van de tempel van Zeus te Olympia (468-460 v.C), werd meestal voorzien van een boog, een lier of een slang. De jeugdige Hermes van Herculaneum (ca. 320 v.C) heeft hetzelfde erotische voorkomen als de kouroi (beelden van blote jongens) waarmee Griekenland bezaaid was; slechts de alipes (vleugels aan zijn voeten) geven aan dat we te maken hebben met de zoon van Zeus en Maia. Hij wordt ook vaak afgebeeld met de caduceus (toverstaf) die later een caducifer (herautenstaf) werd. Soms heeft hij een geldbeurs bij zich, of een schildpad, of een zwaard, want de dii majores hadden elk meer dan één taakbereik of ‘verantwoordelijkheid’. Dus ook meer dan één attribuut.

De marmeren Hermes van Olympia (ca. 340 v.C) herkennen we aan zijn gelaat en zijn plaats in de mythen. Hier ontfermt hij zich over de kleine Dionysos. Behalve fysiognomie en attributen kan dus ook de uitbeelding of weergave van een bepaalde gebeurtenis uitkomst bieden. Andere aanwijzingen c.q. bewijzen: de vindplaats; kopieën voorzien van een inscriptie; beschrijvingen van het gevonden beeld door tijdgenoten van de kunstenaar.

Een probleem
Stel dat twee broers uit de Olympische familie sterk op elkaar lijken, en er wordt een beeld gevonden dat zonneklaar een van die twee voorstelt. Edoch, een attribuut ontbreekt. Het is een baardige, majestueuze god. De oppergod Zeus? Of zijn broer Poseidon, heerser over zeeën en oceanen? In 1928 werd voor de Kaap van Artemision (een heiligdom op Euboia, tevens de naam van de kuststrook aldaar) zo’n beeld boven water gehaald. Deze bronzen beeltenis heeft niet enkel een ereplaats gekregen in het Nationaal Museum te Athene (als Poseidon), hij staat ook in tal van schoolboeken en in allerlei (populair-)wetenschappelijke tijdschriften. Het bijschrift luidt meestal: Poseidon. Soms: Zeus of Poseidon. De wetenschappers zijn er nog niet uit. De houding van deze god in effigie (ca. 460 v.C) doet vermoeden dat hij op het punt staat een drietand te werpen, en de drietand is het attribuut van Poseidon. Dat deze god dikwijls afgebeeld werd met een enigszins wilde, warrige haardos, helpt ons zo nu en dan om hem te onderscheiden van zijn broer Zeus. Zijn gelaatstrekken zijn vaak ook wat scherper dan die van Zeus, maar die twee wetenswaardigheden geven ons hier geen zekerheid.
Greek and Roman Mythology vermeldt dat er sprake is van lichte twijfel: ‘Eerst vermoedde men dat het beeld Zeus voorstelde, maar tegenwoordig zijn de meesten van mening dat het Poseidon is, hoewel hij er stralender en rustiger uitziet dan meestal.’ Boeken van een hoger wetenschappelijk gehalte geven evenmin uitsluitsel. Het met feiten en jaartallen volgepakte De klassieke geschiedenis in jaartallen van Siegfried Lauffer (met twintig professoren in de redactieraad) maakt gewag van ‘een bronzen beeld van Zeus of Poseidon van Kaap Artemisium’. John Boardman heeft het in zijn Greek Art behoedzaam over ‘Zeus of een andere god’. De conservatoren van het Louvre die het standaardwerk La grammaire des formes et des styles: Antiquité geschreven hebben, weten het helaas ook niet. In de Duitse vertaling zeggen zij: ‘Zeus mit Blitz, oder Poseidon mit Dreizack.’
Daar draait het natuurlijk om: bliksemschicht of drietand? Bronnenonderzoek moet het antwoord verschaffen, maar de historici staan met lege handen. Walter Burkert, schrijver van Greek Religion, gelooft ‘stiekem’ dat het Poseidon is. ‘It is tempting to suppose that the grand bronze statue found in the sea off Cape Artemision is indeed Poseidon’s agalma, set up as a further thank-offering after the war.’ Hij ziet het beeld in een context. De oorlog waarvan hij spreekt, is die tegen de Perzen. In 480 v.C werd de Perzische vloot ter hoogte van Artemision in een storm zwaar gehavend; de storm werd beschouwd als een epifanie van Poseidon, waarna Poseidon Soter (redder, verlosser) in een nieuwe cultus door de Grieken geëerd en vereerd werd. Bij Artemision vond in 480 de eerste, onbesliste zeeslag tussen Grieken en Perzen plaats, en vlakbij bevindt zich de versterking Poseidion. Het is dus vrij logisch dat Burkert aan deze god denkt. Inderdaad ‘tempting’…

Salamis en Plataeae
Poseidon als redder in een oorlog met de Perzen… Maar als het erop aankomt kan alleen oppergod Zeus het verloop van de strijd dicteren. In zijn tempel te Olympia houdt hij Nike (Victoria) in zijn hand. De tragediedichter Aeschylos had de oorlog tegen de Perzen aan den lijve ondervonden: hij vocht in 490 v.C bij Marathon, en tien jaar later waarschijnlijk ook in de zeeslag bij Salamis. ‘Wie Zeus eer brengt in zijn overwinningskreet,’ schreef hij, ‘onthult de wezenlijke orde.’
Volgens Herodotos hadden de Grieken, voorafgaand aan de strijd bij Thermopylai en Artemision, hun hoop gevestigd op de Winden, en niet zozeer op Poseidon. De Delphiërs hadden, vertelt Herodotos, een altaar voor de Winden opgericht in Thyia, terwijl de Atheners op grond van een orakel de windgod Boreas te hulp riepen. Toegegeven, na de storm werd ook Poseidon geëerd met plengoffers en met de titel Soter, maar van een bronzen beeld was nog geen sprake.
Nadat de Perzen bij Plataeae verpletterend verslagen waren, kon in rust gedelibereerd worden over de wijgeschenken die de goden toekwamen. Volgens Herodotos werd een tiende deel van de rijke krijgsbuit aan de god te Delphi geschonken, dus aan Apollo. Als wijgeschenk werd in zijn heiligdom een gouden drievoet geplaatst die op een bronzen zuil met een driekoppige slang kwam te staan. (De drievoet is verloren gegaan; de bronzen slangenzuil is door keizer Constantijn versleept naar Constantinopel versleept, het huidige Istanbul. Hier staat de zuil nog steeds.) Een tweede tiende zonderde men af voor de god in Olympia; dit werd het tien el hoge bronzen beeld van Zeus. Een derde tiende ging naar de Isthmos; daar verrees een zeven el hoog bronzen beeld van Poseidon. Is een van die twee beelden ons beeld van Artemision? Een el is circa 46 centimeter. Herodotos heeft het dus over een Poseidonbeeld van 3,22 meter en een Zeusbeeld van 4,60 meter. Ons beeld is 2,09 meter hoog. Het is onwaarschijnlijk dat het later, in een opleving van sentimenten met betrekking tot de grote oorlog, in Artemision is neergezet als extra wijgeschenk voor Poseidon.

Het is Zeus
Kijk naar het gelaat van de god. Is dit de god van de victorie, van de orde en de wetten? Gerechtigheid komt van Zeus, maar dat betekent niet dat Zeus rechtvaardig is, betoogt Burkert in zijn Greek Religion. ‘Alleen iemand die de ordonnanties en riten in een geschil met een gelijke respecteert, kan rechtvaardig worden genoemd. Zeus staat boven alle geschillen en twisten. Soms geeft hij het goede, soms het kwade. Dikwijls weet niemand waarom, maar het onomstotelijke feit dat er een koersbepalende vader is die de macht in zijn handen houdt, maakt rechtvaardigheid tussen mensen mogelijk.’

De macht om te straffen en de boven alles verheven willekeur worden gesymboliseerd door de bliksemschicht die Zeus in zijn hand heeft. De woorden van Ovidius in Tristia zijn ook hier op hun plaats: ‘Indien Jupiter (Zeus), zo dikwijls de mensen zondigen, zijn bliksem slingert, zal hij in korte tijd ontwapend zijn.’
Het beeld van Artemision is ontwapend; het attribuut van de god ontbreekt. Ik beweer dat we te maken hebben met een beeld van Zeus, niet van Poseidon. Om die stelling meer waard te maken, gebruik ik een munt. Deze zilveren tetradrachme (Messene, ca. 300 v.C) ligt te verstoffen in de collectie van het British Museum. Een tekening van de munt is te vinden in Illustrations of School Classics, arranged and described by G.F. Hill (1903). De tetradrachme laat zien dat Zeus een bliksemschicht in zijn rechterhand en een adelaar op zijn linkerarm had. De adelaar hoort bij Zeus, zoals de dolfijn een attribuut is van Poseidon.
Toen het beeld van Artemision in 1928 in zee gevonden werd, had waarschijnlijk nog maar een enkeling weet van de munt in het British Museum. De verbinding tussen de twee artefacten werd in ieder geval niet gelegd. Toch was en is het heel gebruikelijk om de numismatiek te hulp te roepen. Ook het door brand verwoeste goud-met-ivoren Zeusbeeld van Pheidias uit de tempel te Olympia kennen we alleen van een paar munten uit Elis.
Het beeld op de tetradrachme is Zeus. De bliksemschicht, de adelaar en uiteraard de inscriptie laten daarover geen twijfel bestaan. Maar is die muntbeeltenis een weergave van het beeld van Artemision? G. F. Hill, in 1903 Master of Arts van het British Museum, schrijft dat de beeltenis wellicht een kopie is van een ‘beroemd beeld’. Dat beeld zou zijn gegoten voor de bannelingen uit Messene die van de Atheners een nieuwe woonplaats in Naupaktos gekregen hadden. Het zou gemaakt zijn door Agelaides. Volgens Hill stond dat beeld bekend als de Zeus van Ithome.
Twee vragen dus: 1. Staat het beeld van Artemision op deze munt? 2. Zou de Zeus van Artemision eigenlijk de Zeus van Ithome moeten heten?

Elke god het zijne
Ithome is de naam van de berg in het midden van de streek Messenia, waar opstandige Messeniërs zich langdurig te weer stelden tegen hun overheersers, de Spartanen. In 456 v.C was in Griekenland een machtsstrijd gaande tussen de Atheners en de Spartanen. De Atheners veroverden de stad Naupaktos. In datzelfde jaar beloofden de Spartanen de Messeniërs een vrije aftocht indien zij hun vesting op de berg Ithome zouden opgeven. Onmiddellijk sloten de Atheners de ontheemde Messeniërs als bondgenoten in de armen. Zij mochten zich vestigen in Naupaktos.
Als het beeld van Artemision werkelijk de Zeus van Ithome is, hoe is het dan ‘verzeild’ geraakt bij de Kaap van Artemision? Dat is niet zo merkwaardig als je bedenkt dat het kolossale chryselefantine beeld van Zeus uit Olympia terechtgekomen is in Constantinopel, waar het in een paleisbrand (475 na Christus) verloren is gegaan. De bronzen slangenzuil uit Delphi heeft Constantinopel ook bereikt. Wellicht is de Zeus van Ithome eveneens richting de Hellespont versleept. Misschien heeft Poseidon een stokje – i.e. een storm – gestoken voor deze kunstroof.
Of heeft men de Zeus van Ithome nimmer geschonken aan de Messeense bannelingen? Is het beeld gaan zwerven in een tijd van talrijke oorlogen, verwoestingen en wisselende bondgenootschappen? Dat zijn vragen die niet met zekerheid beantwoord kunnen worden.
Is de muntbeeltenis gemaakt met het beeld van Artemision voor ogen, en is derhalve het beeld van Artemision evident Zeus? Ja, want zo’n kenmerkende pose kan alleen maar toebehoren aan één god: aan Zeus of Poseidon; niet aan alle twee. Een zo herkenbare houding werd, evenals bepaalde gelaatstrekken en attributen, een canon. Het is ondenkbaar dat Poseidon, die qua gelaatstrekken, haardracht en robuuste gestalte toch al op Zeus leek, in dezelfde houding werd afgebeeld als zijn broer.
Een gelovig iemand zou nooit spotten met iets dat eigen is aan een god. We kennen geen Hera die net zo sensueel en verleidelijk oogt als Aphrodite; geen Dionysos die net zo krijgshaftig oogt als Ares. Er bestaat geen Apollo die net zo bevallig zit als de Hermes van Herculaneum. Praxiteles zorgde met zijn Apollo Sauroktonos (350-330; nu in het Louvre) voor een klein schandaal. Deze Apollo lijkt meer op een aanminnige puber, zoals de ephebe van Marathon (ca. 340; Nationaal Museum, Athene) dan op de god van het goede en het schone, de handhaver van wet en orde.
Mooie jongens werden in brons of marmer vereeuwigd omwille van hun schoonheid, omwille van de erotiek of esthetica; krijgers en atleten omwille van hun aansprekende overwinningen – een eerbetoon aan moed en kracht – en goden omwille van het goddelijke. Maar de Apollo Sauroktonos zag het licht in een tijd van verlichting: veel mensen keken anders dan voorheen naar de goden en het goddelijke. Een kouros, een atleet en een god; ze zijn alle drie naakt, maar onverwisselbaar. Zo was het ook met de goden onderling.

Heeft de muntmaker het beeld van Artemision met eigen ogen gezien? Waarschijnlijk niet. Hij heeft genoeg gehad aan een beschrijving of een schets. Of aan een kopie. Ook destijds kregen meesterwerken publiciteit en navolging. Kleine verschillen, zoals een meer of minder gestrekte arm, waren onbelangrijk. Zo moeten wij genoegen nemen met dit muntje om de god in zijn andere gedaanten te kunnen zien. Daar staat de Zeus van Artemision, misschien ooit bekend als de Zeus van Ithome.

I wish there was somebody in this life I could show; one instinctive, absolutely unbrisk person that I could take to Greece and stand in front of certain shrines and sacred streams and say: Look, life is only comprehensible through a thousand local gods. Not just the old dead gods with names as Zeus, but living geniuses of place and person. Not just Greece, but modern England. Here, spirits of certain trees, of certain curves of brick wall, of certain fish-and-chips-shops if you like, and slate roofs and frowns of people, and sludge. I’d say to them: Worship all you can see, and more will appear. (Richard Burton in Equus)





Dat uitgerekend een zoon van Poseidon, in een bioscoopfilm uit 2010, met de bliksemschicht van Zeus aan de haal gaat, zullen we maat als een grappige toevalligheid beschouwen.