TOETS HAVO HS 10 FENIKS

Tijd: 50 minuten | hulpmiddelen: geen

Aantal vragen: 17 | totaal te behalen punten: 81

[2] = Te behalen punten.

1.

a. [1] Wat wordt bedoeld (dus geen vertaling) met 'de wereld is een global village'?

b. [2] Noem drie sociaal-culturele veranderingen waarmee de meeste Europeanen vanaf de jaren zestig te maken kregen.

2.

a. [1] Wat was de Trumandoctrine?

b. [1] Wat was de Marshallhulp?

c. [2] Leg uit dat de Marshallhulp paste in de containmentpolitiek.

3.

[3] De Koude Oorlog werd 'gevoerd' door twee machtsblokken die ideologisch sterk van elkaar verschilden. Zet achter [A] het Westen en [B] het Oostblok de bijpassende begrippen. Kies uit: 1. liberalisme; 2. vrije markteconomie; 3. éénpartijstaat; 4. kapitalisme; 5. NAVO; 6. planeconomie; 7. Warschaupact; 8. marxisme; 9. economisch imperialisme; 10. satellietstaat; 11. Deutsche Demokratische Republik; 12. nationalisatie; 13. Trias Politica; 14. Wereldrevolutie.

4.

Bekijk de spotprent -->[KLIK]

a. [2] Stalin schreeuwt 'Omsingeling!' en 'Oorlogsophitsers!'. Naar aanleiding van welke gebeurtenis riep hij dat?

b. [2] Wat is de visie van de tekenaar?

Bekijk de spotprent -->[KLIK]

c. [2] Naar aanleiding van welke gebeurtenis werd deze spotprent gemaakt?

d. [2] Wat wil de tekenaar ons vertellen?

5.

a. [3] Wat was de Cubacrisis? (Vertel over de oorzaak, de aanleiding en de afloop.)

Bekijk de spotprent -->[KLIK]

b. [2] De Koude Oorlog is niet uitgelopen op een wereldoorlog dankzij M.A.D. (Dit acroniem staat voor Mutual Assured Destruction, maar denk ook aan de betekenis van het Engelse woord mad.). Leg dit uit aan de hand van de spotprent.

c. [1] In welk jaar trad M.A.D. 'in werking'? (Verklaar je antwoord.)

d. [1] De spotprent toont ons Chroesjtsjov (li) en Kennedy (re). Op welke gebeurtenis zal de prent dus betrekking hebben?

6.

a. [2] Het jaar 1949 is van groot belang voor de Koude Oorlog. Noem de drie belangrijke gebeurtenissen.

Bekijk de spotprent -->[KLIK]

b. [2] Nadat in juni 1950 Noord-Korea de aanval had geopend op Zuid-Korea, werd een leger van de VN gestuurd, voornamelijk bestaande uit VS-troepen en aangevoerd door de Amerikaanse generaal MacArthur, om te vechten aan de zijde van Zuid-Korea. Op de spotprent zie je Uncle Sam (Amerika) die stoutmoedig op weg is om Zuid-Korea bij te staan. Leg aan de hand van beeldelementen uit waarom deze tekening een goede illustratie is van het begrip Koude Oorlog.

c. [2] In april 1951 werd MacArthur van zijn functie als opperbevelhebber ontheven, nadat hij gedreigd had met het inzetten van een atoombom tegen China. Leg uit waarom hij van het oorlogstoneel weggehaald werd.

 

7.

[2] Feniks: 'De oorzaken van de dekolonisatie liggen in de tijd van het moderne imperialisme (1870-1914). Dit droeg de kiemen van zijn eigen ondergang in zich.' - Verdedig deze stelling.

8.

a. [2] Japan heeft ervoor gezorgd dat het nationalisme onder de inheemse bevolkingen van de Europese koloniën in het verre Azië sterk toenam. Leg dat uit.

b. [2] De Europese machthebbers waren na WOII niet bij machte om hun gezag in de koloniën blijvend te herstellen. Geef daarvoor twee verklaringen.

9.

a. [1] Wie was Soekarno?

b. [2] Na WOII voerde Nederland 'oorlog' in Nederlands-Indië om het gezag van de Nederlandse overheid te herstellen. Het woord oorlog werd niet gebruikt. Leg uit waarom de oorlogshandelingen 'politionele acties' genoemd werden.

c. [2] De VS dwong Nederland om de succesvolle politionele acties te staken en - later, in 1962 - om Nieuw-Guinea over te dragen aan Indonesië. Leg uit dat de handelswijze van de VS paste in de Koude Oorlog.

10.

[2] De meeste problemen waarmee de landen van de Tweede Wereld en de Derde Wereld te kampen hebben, zijn niet terug te voeren op het beleid of bestuur van de voormalige koloniale heersers. Eén verwijt kan 'men' de Europese koloniale machten wél maken; een verwijt dat betrekking heeft op etnische conflicten. Leg uit.

11.

a. [2] Het Midden-Oosten was van groot belang voor Groot-Brittannië en Frankrijk. Geef hiervoor een economische en een geostrategische reden.

b. [1] Wat was de 'Balfour declaration'?

c. [1] Wat waren de zionisten?

12.

a. [2] Welke zes landen stonden aan de basis (EGKS) van de Europese eenwording?

b. [1] Sinds wanneer bestaat de Europese Unie?

c. [1] Hoeveel lidstaten heeft de EU?

13.

a. [1] In 1956 liet de Sovjetunie zien dat het Rode Leger elke vorm van rebellie in een Oostblokland hard zou neerslaan. Wat was er gebeurd?

b. [1] Wanneer was de Praagse Lente?

c. [2] Wat bedoelde Gorbatsjov met perestroika en glasnost?

d. [1] Waarom is 3 oktober 1990 een zeer belangrijke datum (3 oktober is de nationale feestdag) voor onze oosterburen?

14.

a. [2] Het 'wegzakken' van waarden en normen hangt samen met urbanisering. Leg uit.

b. [2] Wat verstaan we onder secularisering?

c. [2] Leg uit wat een verzorgingsstaat is. (Noem in je uitleg minstens drie voorzieningen die horen bij de Nederlandse verzorgingsstaat.)

d. [1] Wat waren provo's?

e. [1] Wat was Dolle Mina?

15.

Bekijk de spotprent -->[KLIK]

a. [2] Deze heeft voor nogal wat consternatie (opschudding) gezorgd... Wat vindt de tekenaar van de profeet Mohammed? (Gebruik beeldelementen.)

b. [2] De tekenaar zal voor een deel dezelfde argumenten aangevoerd hebben als Geert Wilders in zijn film Fitna. Noem drie gebeurtenissen uit de recente geschiedenis waarmee zij hun mening kunnen onderbouwen.

Bekijk de spotprent -->[KLIK]

c. [2] Bush, tot voor kort president van de VS, verklaarde de oorlog aan het terrorisme (the War on Terror). Wat vindt de tekenaar van het optreden/beleid van Bush?

Bekijk de spotprent -->[KLIK]

d. [2] Wat wil de tekenaar ons zeggen m.b.t. het Amerikaanse beleid inzake de War on Terror? (Leg je antwoord uit aan de hand van beeldelementen.)

16.

a. [2] Bijna tien jaar na WOII bestond in de VS nog steeds rassenscheiding (segregatie). In 1954 werd de eerste stap gezet om die segregatie op te heffen. Over welke uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof hebben we het hier?

b. [2] Twee jaar later mochten negers naast blanken plaatsnemen in het openbaar vervoer, maar pas de Civil Rights Act van 1964 bracht werkelijk grote veranderingen teweeg. Wat stond in die Act?

17.

[4] In Nederland kunnen we - na WOII - vier grote immigratiestromen onderscheiden. Vertel uit welke uitheemse medelanders die stromen bestonden/bestaan en plaats ze 'ongeveer' in de tijd.

EINDE TOETS