Hoofdstuk 1 – De Koude Oorlog
1a (1) wereldoorlogen. Zhdanow verwijst naar ‘de laatste oorlog’, die door slechts twee kapitalistische staten werd overleefd: de VS en Groot-Brittannië. De pogingen om de Sovjet-Unie te vernietigen, geleid door de VS, zijn volgens Zhdanow een vervolg op de politiek van Churchill tijdens de oorlog. Bedoeld wordt uiteraard de Tweede Wereldoorlog.
(2) Koude Oorlog. Volgens Zhdanow zijn de Verenigde Staten uit op wereldheerschappij. Daartoe moet de enig overgebleven serieuze tegenstander, de Sovjet-Unie (‘die juist vrede en democratisering nastreeft’), vernietigd worden. Dit vijandbeeld – gedreven door ideologische tegenstellingen en gevoed door angst dat de vijand probeert de rest van de wereld te overheersen – is een van de kenmerken van de Koude Oorlog.
(3) Europese eenwording. Zhdanow noemt het Marshallplan als een van de middelen die de Verenigde Staten inzetten om de Sovjet-Unie te vernietigen. Voorwaarde voor die Marshallhulp was dat Europese landen moesten gaan samenwerken. Zhdanow verwijst daar ook naar (zij het niet letterlijk): ‘West-Duitsland wordt door Amerika tot een vazalstaat gemaakt en geheel West-Europa wordt dan een Amerikaans protectoraat.’
1b (1) totalitarisme. Kennan beschrijft Rusland als een samenleving waarin het individu ten dienste staat van de gemeenschap, particuliere belangen in het productiestelsel zijn verderfelijk. De Russische leiders willen hun revolutie over heel de wereld verspreiden. Dit past bij totalitarisme; ideologieën die een totaal nieuwe maatschappij beloven, van de hele bevolking volledige steun eisen en elk middel om tegenstanders uit te schakelen gerechtvaardigd vinden.
(2) Koude Oorlog. Kennan benadrukt de tegenstelling tussen de communistische en kapitalistische ideologie en stelt dat de Sovjetleiders uit zijn op omverwerping van het kapitalisme overal ter wereld. Dit vijandbeeld – gedreven door ideologische tegenstellingen en gevoed door angst dat de vijand probeert de rest van de wereld te overheersen – is een van de kenmerken van de Koude Oorlog.
(3) Europese eenwording. Kennan verwijst hier niet letterlijk naar; hij stelt wel dat de communistische invloed slechts door ‘indamming’ (containtment) kan worden tegengehouden. Het wegnemen van de armoede in het door oorlog verwoeste Europa was een belangrijk onderdeel van die containmentpolitiek. Aan deze Marshallhulp was een belangrijke voorwaarde verbonden: de West-Europese staten moesten gaan samenwerken.
2 De Verenigde Staten heeft het grootste leger ter wereld (van het Russische leger was een groot deel in de oorlog gesneuveld, zie bron 2). Het wil de wereld overheersen en gebruikt daarvoor het Marshallplan: daarmee wordt Duitsland weer op de been geholpen. Zo krijgt de Sovjetunie een sterke buurstaat die precies doet wat de VS willen (bron 2).
3a Volgens Kennan (bron 3) streven de communistisch-marxistische partijen naar een omwenteling waarin 'de productie van goederen het centrale punt in deze gemeenschap [zal] zijn…Particuliere belangen in het productiestelsel achten deze partijen verderfelijk.’ In het kapitalisme zijn juist particuliere belangen de motor van economische groei en vooruitgang.
3b Containmentpolitiek hield in het tegenhouden van de communistische invloed, zodat die niet nog meer terrein zou winnen. Middelen tot die politiek waren het geven van militaire steun, zoals het leveren van wapens en stationeren van Amerikaanse soldaten in Turkije (bron 4) en het 'genezen' (bestrijden van armoede) van West-Europa (bron 5).
3c In gebieden waar armoede en honger was, zou het communisme een aantrekkelijke ideologie kunnen zijn; in communistische landen kregen immers alle arbeiders werk en werd het grootgrondbezit afgeschaft.
3d Zij hielpen met hun Marshallhulp West-Europa economisch weer op de been, zodat de welvaart toenam en de armoede verdween.
4 Opvattingen gebaseerd op waarden en belangen. Dat de Russen een wereldrevolutie wilden ontketenen of dat de Amerikanen de hele wereld wilde beheersen, dat waren wederzijdse angsten, geen feiten die onomstotelijk bewezen waren. Het waren veronderstellingen, die voortkwamen uit de verschillende economische (en ideologische) stelsels van beide machtsblokken.
5a Als de westerse wereld in Korea niet laat zien dat ze bereid is de wapens op te nemen tegen communistische agressie, zullen de communisten straks ook Europa aanvallen.
5b China werd in de Veiligheidsraad vertegenwoordigd door de in 1949 verslagen en naar Taiwan uitgeweken ‘nationalisten’, en niet door de communisten van Mao Zedong. Om die reden besloot de Sovjetunie enige tijd de Veiligheidsraad te boycotten: ze woonde geen zittingen bij. Door de afwezigheid van de Sovjetunie konden de communisten geen veto uitspreken tegen het Amerikaanse voorstel om de VN in te laten grijpen in Korea, waar het communistische noorden het ‘vrije’ zuiden was binnengevallen.
[De prent drijft de spot met de Amerikaanse weigering om in plaats van Taiwan de Volksrepubliek China toe te laten tot de VN. President Johnson zegt tegen de leider van de VN dat China niet vredelievend is. Hypocriet, want de VS zelf bombarderen Vietnam helemaal plat.]
5c Mening. Het feit dat het communistische Noord-Korea Zuid-Korea probeerde te veroveren, bewijst nog niet dat de Sovjet-Unie erachter zat, of dat er sprake was van een communistische samenzwering om heel Azië te veroveren.
6a Mao Zedong.
Waaraan kun je dat zien? Je ziet de kaart van Zuid-Oost-Azië op z’n kop, vanuit China gezien; de man met de sikkel en het mandje staat dus in China. Op het mandje zijn de symbolen uit de Chinese vlag te herkennen. [Voor de nieuwsgierigen: de grote ster staat voor het programma van de Communistische Partij, de vier kleine sterren voor de groepen die samen aan dat programma werken: boeren, arbeiders, de kleine burgerij en ‘patriottische kapitalisten’.]6b Landen die net hun onafhankelijkheid hadden verworven, of bezig waren dat te doen, werden door beide machtsblokken in de Koude Oorlog verleid om toe te treden, meestal in ruil voor economische of militaire hulp. De VS wilden voorkomen van deze jonge staten communistisch zouden worden, de Sovjetunie en China wilden het communisme verspreiden, zowel uit idealisme als uit geopolitieke overwegingen.
6c Volgens deze spotprent staat Ma Zedong (= communistisch China) klaar om een nieuwe oogst binnen te halen: de zojuist onafhankelijk geworden landen van Indochina (Vietnam, Laos en Cambodja). Dat was precies waar de bedenkers van de containmentpolitiek bang voor waren: dat de communisten het ene na het andere land in hun invloedssfeer zouden trekken.
7a Vreedzame coëxistentie.
7b Vreedzame coëxistentie hield de erkenning in dat een deel van de wereld nu eenmaal kapitalistisch was en dit ook nog wel geruime tijd zo zou blijven; het was dus maat het best om je daar op in te stellen. Stalin had zich daar nog niet zo nadrukkelijk bij neergelegd, of dit in elk geval niet als uitgangspunt voor zijn buitenlandse politiek genomen; Stalin bleef (vooral in woord) de wereldrevolutie propageren.
7c In de tijd van Chroestjov was totale wederzijdse vernietiging met atoomwapens geen denbeeldig scenario meer. Om dat gevaar in te dammen besloot Chroestjov (en ook Kennedy) dat het verstandiger was om tot meer ontspanning tussen beide grootmachten te komen.
Hoofdstuk 2 – De Vietnamese deling
1a Guerrillatactiek: jezelf onzichtbaar houden en dan plotseling toeslaan, om je daarna snel weer terug te trekken.
1b De schrijver vond dat Vietnam nog steeds Frans gebied was en gebruikte dus de gangbare Franse aanduiding. Het gebruiken van de naam ‘Vietnam’ zou een vorm van erkenning zijn van de aanspraken van de onafhankelijkheidsstrijders.
1c ‘Soldaten’ of ‘strijders’ zou teveel eer zijn; wie zich verzet tegen het Franse gezag en Franse (of Europese) burgers aanvalt, is in de ogen van de schrijver een misdadiger.
1d Hoofdvraag II. De brief laat zien hoe een kolonist over de Vietnamese ‘bandieten’ (onafhankelijkheidsstrijders) denkt. Voor dat doel is dit een bruikbare en betrouwbare bron. Wel moet je nagaan hoe representatief de ideeën van deze schrijver zijn voor de andere kolonisten.
Om te onderzoeken of en welke wreedheden de Vietnamezen begingen, is deze bron waarschijnlijk niet erg betrouwbaar. De briefschrijver had er belang bij de Vietnamezen zo wreed mogelijk af te schilderen, zijn verhaal is ook erg onwaarschijnlijk (het snel opduiken en verplaatsen is in strijd met het uitgebreid martelen dat hij beschrijft).
2a Ná de slag bij Dien Bien Phu. Hij blikt terug op de Frans-Vietnamese oorlog en gaat op zoek naar een verklaring voor de overwinning van de Vietnamezen en de nederlaag van de Fransen. Zijn analyse is er een van iemand die de afloop van de oorlog heeft meegemaakt.
2b De oorlog die het Franse leger voerde was onder de bevolking niet erg populair. De soldaten wisten niet wat het doel van de oorlog was. De vijand hield zich schuil in de jungle en vocht uit overtuiging. In het eigen gebied ging het dagelijks leven gewoon voort en moet het leger bovendien rekening houden met de pers.
2c Bron 3 wil duidelijk maken dat de Noord-Vietnamezen uit vrije wil hun goud kwamen inleveren om de onafhankelijkheidsstrijd te steunen. Navarre suggereert dat er naast ‘ideologische motieven’ ook dwang in het spel was om de bevolking tot zulke steun te bewegen. Bron 3 is dus deels in strijd met de analyse van Navarre.
Bron 4 (helaas erg klein afgedrukt) laat een groep goed bewapende Vietminhstrijders zien. Hoewel dit niet direct in strijd is met wat generaal Navarre schetst, lijkt het in bron 2 toch vooral of de Vietminh een guerrillaoorlog voert, geleid vanuit de jungle. Bron 4 roept niet het beeld op van een guerrilla, maar van geüniformeerde en behoorlijk bewapende strijdkrachten – zo zagen de Noord-Vietnamezen zichzelf het liefst, en zo wilden de Fransen de Vietminh niet zien (dit lijkt op bron 1, waar de Vietminh als bandieten worden afgeschilderd).
3 Je eigen antwoord. Maar: er zijn meer argumenten vóór dan tegen de stelling.
Argumenten voor
(1) De vrijheidsoorlog van de Noord-Vietnamezen werd gesteund door een aanzienlijk deel van de bevolking, terwijl de Zuid-Vietnamese bevolking zich er nauwelijks voor interesseerde.
(2) Het verslaan van een tegenstander die een guerrillatactiek gebruikt (en steun onder de bevolking geniet om dat mogelijk te maken) is door een ‘gewoon’ leger dat zich bovendien aan de regels moet houden (want de pers kijkt mee), is onbegonnen werk – er zijn in de geschiedenis maar weinig voorbeelden waarin zo’n guerrilla verslagen kon worden.
(3) Frankrijk onderschatte de tegenstand van de Vietminh en zette niet genoeg soldaten in om ze effectief te bestrijden (zie vooral bron 3).
(4) Achteraf bleek dat zelfs de VS met hun massale inzet van wapens en soldaten de Vietcong en de Noord-Vietnamezen niet de baas konden; de Fransen was het dan beslist ook niet gelukt.
Argumenten tegen
(1) Frankrijk was in staat om veel meer en veel beter bewapende strijdkrachten in te zetten dan de Noord-Vietnamezen en had – als het werkelijk had gewild – de ‘opstand’ uiteindelijk best kunnen neerslaan.
(2) De Fransen hadden er ook voor kunnen kiezen een deel van Vietnam (het noorden) aan de Vietminh te laten en zich terug te trekken in het (veel welvarender) zuidelijke deel van hun kolonie. Misschien was alles dan anders gelopen (de nederlaag bij Dien Bien Phu was wellicht uitgebleven en de onderhandelingspositie van de Fransen in Genève was sterker geweest, enzovoort).
4 verzet tegen imperialisme Vietnamezen werden opgeroepen hun goud in te leveren om hun pas verworven onafhankelijkheid te versterken: de Vietnamese staat zou de opbrengst gebruiken om zich te beschermen tegen de voormalige kolonisator Frankrijk (die zich niet bij de Vietnamese onafhankelijkheid neer wilde leggen).
nationalisme Nationalisme is een politieke stroming waarin volken streven naar een eigen staat of naar versterking van die staat. De oproep om de onafhankelijkheid van Vietnam te redden en Franse koloniale macht definitief buiten de deur moest houden, en het offer dat veel Vietnamezen brachten door hiervoor hun eigen goud in te leveren, zijn voorbeelden van dit nationalisme.
dekolonisatie. Vietnam (althans, het noordelijk deel daarvan) riep in september 1945 zijn eigen onafhankelijkheid uit en riep de bevolking op de nieuwe onafhankelijke staat te helpen door hun goud in te leveren. Frankrijk raakte met (Noord)Vietnam een deel van zijn koloniale rijk kwijt. Daarom is dit een voorbeeld van de golf van dekolonisatie die na de Tweede Wereldoorlog op gang kwam
5a Ho noemt de Amerikanen imperialisten die door machtspolitiek heel Zuid-Oost-Azië willen beheersen. Dat is hoe communisten tegen de wereld aankeken.
5b Een wapenstilstand met terugtrekking boven (Vietminh) en onder (Fransen) de 17e breedtegraad; geen troepenversterkingen of bondgenootschappen maar strikte neutraliteit; binnen twee jaar vertrek van de Fransen en nationale verkiezingen in heel Vietnam, teneinde het land te herenigen.
5c Hij doelt op ZOAVO, de Zuid-Oost-Aziatische Verdragsorganisatie, de Aziatische pendant van de NAVO. Daarmee probeerden de Amerikanen de communisten te ontmoedigen.
5d De Amerikaanse regering zou waarschijnlijk ongeveer zo reageren:
De ZOAVO is geen agressief machtsblok, het is een defensief bondgenootschap. Bovendien is Vietnam zelf er niet eens lid van. De werkelijke agressor is Noord-Vietnam, dat probeert zijn totalitaire systeem op te leggen aan het democratische Zuid-Vietnam en daarbij heimelijk gesteund wordt door China en de Sovjetunie.
6a Punt 1 is een goed voorbeeld van containment: landen buiten de communistische invloedssfeer houden en ze weerbaar tegen het communisme maken (daarmee dus een dam opwerpend tegen het communisme).
6b Punt 2a is een goed voorbeeld van de dominotheorie: hier wordt gesteld dat het verlies van één land (aan het communisme) vanzelf tot het verlies van meer Zuid-Oost-Aziatische landen zal leiden, en uiteindelijk de vrede en veiligheid van Europa in gevaar zal brengen.
6c Ho vermoedde dat de Amerikanen geen wapenstilstand wilden tussen Noord- en Zuid-Vietnam en dat zij Zuid-Oost-Azië zoveel mogelijk in hun eigen invloedssfeer wilde trekken. Bron 6 bevestigt dat: het verlies van één Zuid-Oost-Aziatisch land wordt daar als fataal beschreven (punt 1 en 2), zo fataal dat de VS bereid was, met of zonder toestemming van de Verengde Naties, zelf ten strijde te trekken (punt 10).
6d Een zo openlijke, actieve strijd tegen het communisme als in bron 6 verkondigd, dat zouden China en de Sovjetunie niet hebben geaccepteerd. De VS had de steun van China en de Sovjetunie nodig om druk uit te oefenen op Noord-Vietnam, dat gedwongen werd akkoord te gaan met – gegeven de klinkende militaire overwinning op het Franse leger – een nogal mager onderhandelingsresultaat.
7a Bron 7: De Amerikanen lopen in dezelfde val als de Fransen: de oorlog in Vietnam is niet te winnen, ze graven hun eigen graf.
Bron 8: President Johnson, die kennelijk denkt dat hij door het sturen van meert Amerikaanse soldaten de zaak ondercontrole kan krijgen, staat hetzelfde te wachten als de Fransen. Die werden verrassend slagen bij Dien Bien Phu, terwijl ze juist dachten door het samentrekken van troepen daar de communisten een beslissende slag toe te kunnen brengen.
Bron 9: Amerika (in de persoon van president Kennedy) laat zich voor het karretje spannen van een dictator (hier afgebeeld als dame, met bebloed mes in haar handen) die de eigen bevolking (boeddhisten, zie de tempel) vermoord. Hij zegt er wel iets van, maar blijft toch de kar trekken.
7b Onjuist. De Amerikanen konden vooraf niet weten dat de strijd in Vietnam een uitzichtloze zou worden. Ze gingen er zelfs vanuit dat, gezien de grote krachtsverschillen met Noord-Vietnam, een interventie grote kans van slagen had. Achteraf, de afloop van de oorlog kennende, zou je kunnen spreken van (grove) inschattingsfouten, maar waar het om gaat is dat je je verplaatst in de tijd waarin tot militair ingrijpen werd besloten. De Amerikanen hadden op dat moment zo hun motieven: door Zuid-Vietnam te verdedigen wilden ze communisten in andere landen ontmoedigen. Grepen ze niet in Vietnam in, dan zouden misschien ook in andere landen communisten de moed hebben gevat om de macht te grijpen, al of niet met hulp van machtige communistische bondgenoten als China en de Sovjetunie.
Hoofdstuk 3 – Amerika gaat over tot oorlog
1a De Vietcong, de gewapende tak van het Zuid-Vietnamese Volksbevrijdingsfront .
1b Eerder heeft de Vietminh het Franse koloniale leger weerstaan en uiteindelijk verslagen. Ho denkt dat met dezelfde guerrillatactiek uiteindelijk ook de Amerikanen verslagen zullen worden; tegen vreemde bezetters is het Vietnamese volk altijd vastberaden geweest. Ho denkt ook dat de Amerikanen onder druk gezet kunnen worden door de wereldopinie (de mening van andere landen in de wereld).
2a Diem is niet populair, hij kan alleen aan de macht blijven dankzij de steun van de Amerikanen. Juist door die samenwerking met een vreemde bezetter zal zijn populariteit alsmaar verder dalen.
2b Naar de zelfverbranding van boeddhistische monniken. De monniken protesteren daarmee tegen de onderdrukking van hun godsdienst door het regime-Diem. Volgens de tekenaar zal Diems slechte behandeling van de boeddhisten (een grote meerderheid van de bevolking) hem uiteindelijk de kop gaan kosten.
2c Bron 1 benadrukt Diems samenwerking met en afhankelijkheid van de Amerikanen. Bron 2 benadrukt de slechte behandeling van de boeddhisten. De tekenaar van bron 2 laat zien dat Diem zich weinig van de Amerikanen aantrekt.
2d Diem behandelde de boeddhisten slecht en groef daarmee zijn eigen graf. De Amerikanen waren daar niet blij mee en probeerden Diem wel ‘bij te sturen’, maar dat had weinig effect. (bron 1) Omdat ze Diem nodig hadden in de strijd tegen de communisten, hielden ze hem toch lange tijd de hand boven het hoofd. Omdat de populariteit van Diem afnam, had hij steeds meer Amerikaanse steun nodig (bron 2). Deze feiten sluiten elkaar niet uit, ze zijn beide juist.
3a Diem had zichzelf onder de Vietnamese bevolking zo gehaat gemaakt, dat hij niet langer te handhaven was. Door hem te blijven steunen, zou ook de populariteit van de Amerikanen verder dalen. Bovendien ging Diem te vaak zijn eigen gang, hij was onbetrouwbaar en onberekenbaar. Een groot deel van de Amerikaanse financiële steun verdween in zijn eigen zakken en die van zijn familie en vrienden.
3b Daar zijn verschillende aanwijzingen voor (je hoeft ze niet allemaal gevonden te hebben, één is genoeg):
(1) Cabot Lodge vraagt aan het eind van het gesprek niet of hij iets kan doen om Diem te helpen de staatsgreep neer te slaan, hij biedt alleen aan te helpen met zijn persoonlijke veiligheid.
(2) Diem zegt tegen Cabot Lodge dat hij ‘ook nu’ wil doen wat zijn plicht is (de staatsgreep neerslaan) en wil weten hoe de Amerikanen daarover denken. Cabot Lodge gaat daar, heel diplomatiek, niet op in; hij looft Diem voor het doen van zijn plicht in het verleden en spreekt alsof het eigenlijk al voorbij is: ‘Niemand ontzegt u het recht om trots te zijn op alles wat u heeft gedaan’ ( en niet: op alles wat u doet!).
(3) In plaats van in te gaan op de vraag van Diem (steunen jullie me als ik de coupe met harde hand neersla), begint Cabot Lodge over het voorstel van de ‘leiders van de huidige activiteiten (een wel heel neutrale manier om de plegers van de staatsgreep te omschrijven) om hem een vrijgeleide te geven.
3c Cabot Lodge wil niet dat de Amerikanen de schuld krijgen van de staatsgreep, dat zou hen op zware kritiek uit heel de wereld komen te staan - het steunen van een staatsgreep is uiteraard ontoelaatbare inmenging in de soevereiniteit van andere staten. Daarom houdt hij zich ook tegen Diem zelf op de vlakte. Diem zou anders kunnen proberen de Amerikanen in zijn val mee te slepen.
Een andere mogelijke reden is dat niet vaststaat dat de staatsgreep zal slagen. Als Cabot Lodge laat merken dat de VS Diem hebben laten vallen en vervolgens de staatsgreep mislukt, is de relatie met Diem onherstelbaar beschadigd.
4a De Amerikaanse president Johnson roept de volgende Zuid-Vietnamese leider op om aan te treden. Al zijn voorgangers zijn gesneuveld. Bovenaan het lijstje staat Ngo Dinh Diem, daaronder staan vier namen, er zijn na Diem dus vier leiders gekomen en gegaan. Er is dus geen politieke stabiliteit, de regeringen komen en gaan.
4b Zonder sterke, stabiele regering in Zuid-Vietnam durfde Johnson niet naar de onderhandelingstafel. Er moest een regering zitten die ook zonder de Amerikanen het land krachtig zou leiden (de communisten zou bestrijden) en de Noord-Vietnamese agressie zou weerstaan.
5a Deze werden geleverd door bondgenoot China en via Noord-Vietnam aangevoerd. Ook de Sovjetunie steunde de Noord-Vietnamezen (en daarmee indirect de Vietcong) materieel en financieel.
5b De tijd van kleinschalige guerrilla-aanslagen is voorbij, de Vietcong gaat grotere aanvallen plegen om zo ‘hele vijandelijke eenheden’ te kunnen vernietigen. Kennelijk zullen die aanvallen vooral in de regentijd (moesson) gaan plaatsvinden, als de weg slecht zijn en de Amerikanen over de grond moeilijk versterkingen kunnen aanvoeren.
5c De Vietcong bouwt namaakdoelen, die de Amerikanen vervolgens bombarderen. Dat kost de Amerikanen veel geld en het vermindert de kans dat echte doelen getroffen worden.
6 Bijvoorbeeld:
Afbeelding 3.7, de ontmoeting tussen Kennedy en Chroestjov. Foto’s als deze (en er liepen ongetwijfeld ook televisiecamera’s mee) moeten het leiderschap van de president(en) versterken en de publieke opinie bespelen 09 ‘onze leiders doen hun best om afspraken te maken over een veiliger wereld’).
Afbeelding 3.13, president Johnson ondertekent de Tonkinresolutie. Johnson poseert voor deze foto (ongetwijfeld liepen er ook televisiecamera’s mee), die een boodschap bevat: hier zit de leider van Verenigde Staten die niet met zich laat sollen en bevel geeft de Boordvietnamese agressie aan te pakken – en hij doet dat zoals dat in een democratie en rechtsstaat hoort: door in de volksvertegenwoordiging (het Congres) een resolutie (een soort wet) aan te laten nemen die dit mogelijk maakt. Dit beeld is dus meer dan een nieuwsfeit; het is een vorm van propaganda.
Afbeelding 3.17 en 3.19. Film is een middel tot massacommunicatie. Deze films werden niet door de regering gemaakt. Massacommunicatie is dus niet iets wat alleen van regering naar bevolking gaat, ook andere ‘partijen’ maken er gebruik van. Films zijn vaak ook propagandistisch: in dit geval propageren ze een complottheorie (3.17) en het beeld van oorlog als corrumperend verschijnsel (‘het eerste slachtoffer van oorlog is de onschuld’, 3.19).
Afbeelding 3.16 Televisie is een middel tot massacommunicatie. De moord op president Kennedy was rechtstreeks op televisie te zijn; de beelden staan daarmee in het collectieve geheugen van de Amerikanen gegrift (en overigens ook in dat van veel niet-Amerikanen, want deze beelden gingen natuurlijk de wereld over).
Heb jij een andere afbeelding gekozen, en gebruik je daar volgens jou goede argumenten voor? Leg het aan je docent voor!
7 (1) ‘We hadden besloten dit te doen… … toen de Amerikanen… … een grote bijeenkomst in het district Cu Chi met napalm bestookten, besloten we ze en lesje te leren.’
(2) ‘Voor mijn ogen had ik mijn kameraden (…) dood zien martelen om geen andere reden dan dat zij patriotten waren in de onafhankelijkheidsstrijd.’
(3) ‘Zolang ze bij mijn leven op mijn grond zijn, zal ik wraak nemen. Voor mijn eigen zuster en mijn landgenoten, voor onze verkrachte meisjes, onze gemartelde en vermoorde kameraden.’
In deze fragmenten lijkt de bomaanslag bedoeld is als wraak voor wat de Amerikanen de Vietnamezen aandoen. Er is geen spoor van ideologische gedrevenheid, alleen van woede over wat de Amerikanen aanrichten.
8a Leiding geven aan Vietnamese legereenheden bij het opsporen van Vietcong.
8b Voor het sturen van militairen had de regering toestemming nodig van het parlement, het sturen van adviseurs (die op papier niet zelf aan gevechten deelnamen) lag minder gevoelig.
Als de VS militairen zou sturen, zou het rechtstreeks betrokken raken bij de strijd tegen de Vietcong. De Amerikanen zouden die strijd moeten winnen, anders dreigde gezichtsverlies. En dat vroeg om de inzet van een enorme hoeveelheid grondtroepen, niet om zomaar een paar duizend. Die drempel wilde president Johnson nog niet over, omdat hij voorrang gaf aan de bekostiging van zijn sociale programma in het binnenland, Great Society.
8c Vernon Gillespie is ‘kapitein van de speciale strijdkrachten’. Hij heeft duidelijk de leiding over een groep van 125 Vietnamese soldaten (hij steekt zijn rechterarm op en de manschappen vertrekken, als er iets loos is spoed hij zich naar voren, hij laat de helft van de compagnie achter en leidt een patrouille, hij gaat voorop, hij ondervraagt zeven van de tien krijgsgevangenen) , in dit geval Montagnards (een stam uit het binnenland), inclusief officieren en onderofficieren. Gillespie doet ook de verhoren van de krijgsgevangen Vietcong. Dat gaat allemaal veel verder dan het trainen en adviseren van het Zuid-Vietnamese leger.
8d Het verzet van de Vietcong wordt mogelijk gemaakt, ‘aangestookt’, door China en (in mindere mate) de Sovjetunie. Die voorzien Noord-Vietnam van wapens, die via de Ho Chi Minhroute naar Zuid-Vietnam worden gesmokkeld. De kookpot, dat zijn de onophoudelijke aanvallen van de Vietcong; het vuur eronder, dat is de ‘bron’ van het probleem: Noord-Vietnam, gesteund door vooral China. Gillespie zegt dus dat zonder het doven (uitschakelen) van het communisme in Noord-Vietnam, de strijd in Zuid-Vietnam vroeg of laat verloren zal worden.
9 Johnsons ambities in de binnenlandse politiek bestonden uit investeringen in gezondheidszorg, onderwijs en welzijn. Daarmee wilde hij iets doen aan het armoedeprobleem in de VS zelf. Dit programma noemde hij Great Society. Bron 9 laat zien dat daar amper geld voor was: Johnson schenkt uit zijn eigen budget een glaasje limonade voor een kleine jongen (= binnenlandse investeringen) die amper bij de bar kan (niet ‘meetelt’), terwijl de militaire uitgaven als cowboys en stamgasten over de bar hangen.
Bron 8 laat zien dat het sturen van soldaten naar Vietnam een ‘verslavende’ werking heeft (Om de aanwezige soldaten te beschermen en om successen te beken zijn meer soldaten nodig, dus meer bescherming en meer successen om al die soldaten te rechtvaardigen – zo ontstaat een opwaartse spiraal). De tekenaar vergelijkt dat hier met drinken: als je ermee begint, is het niet eenvoudig om ermee op te houden. Daarbij is het overigens vooral Johnson die zich lam drinkt. Zijn bondgenoten, Australië en Nieuw-Zeeland, drinken heel beschaafd een glaasje uit hun ene fles en handflesje en zitten er nog monter bij (zij laten zich dus niet meeslepen en sturen een bescheiden hoeveelheid troepen – ze drinken beleefd een glaasje mee).
Het dilemma is dat voor beide geldverslindende ‘operaties’ (waarvan die in Vietnam onbeheersbaar leek – bron 8) onvoldoende middelen waren.
Hoofdstuk 4 – Vrede met eer?
1a De berichtgeving over de oorlog in Vietnam is onjuist: te rooskleurig en gericht op verkoopcijfers of persoonlijke roem voor fotograaf of journalist.
1b De verslaggevers zijn niet geïnteresseerd in het geven van een realistisch beeld, ze richten zich op dingen die verkoopbaar zijn en zoveel mogelijk geld en reputatie opleveren (dus: flitsende en dramatische foto’s, succesverhalen van het front, enzovoort).
1c Nee, in dit katern zijn geen voorbeelden aan te wijzen van dit soort ‘geposeerde’ foto’s. Twijfelgevallen: 2.8 (blz. 31), 3.15 (blz. 49), blz. 87 (bron 3); dit zijn echter geen foto’s van Amerikaanse soldaten.
1d Nee, om vast te stellen over die bewering een feit is, zul je meer bronnen moeten raadplegen. Deze soldaat kan uit frustratie of teleurstelling overdrijven, of hij kan dingen gezien hebben die uitzonderlijk zijn (al klinkt dat niet waarschijnlijk).
2a Bij het ‘zuiveren’ van de talloze tunnels en grotten die de Vietcong gebruikt, moeten de Amerikaanse soldaten behoedzaam te werk gaan: pas schieten of explosieven gebruiken als er vijandelijk vuur is geweest. Die manier van verkennen brengt aanzienlijk meer risico’s met zich mee dan tunnels bij voorbaat ‘schoonvegen’ met een handgranaat.
2b Ze reageren op het ‘slechte nieuws’ alsof het zoniet dagelijks dan toch wekelijkse routine is: heel vervelend, maar waar gehakt wordt vallen spaanders – het is onmogelijk om onze opdracht uit te voeren zonder ook onbedoelde slachtoffers te maken.
2c Je eigen mening. Belangrijk is een goede onderbouwing (argumenten) van je mening.
3a Van alle plannen die Johnson had aan het begin van zijn eerste termijn als (gekozen) president, is niets terecht gekomen; in 1968 kan hij alleen nog komen met het plan om te stoppen met de bombardementen – het enige waarmee hij ‘succes’ kan boeken. Johnson was teleurgesteld over de resultaten van zijn presidentschap en wist dat het met zulke magere resultaten moeilijk zou worden om herkozen te worden. Daarom hield hij de eer aan zichzelf en stelde zich niet verkiesbaar.
3b I Deze verklaring wordt ondersteund; volgens de tekenaar besluit Johnson, als hij ziet dat al zijn plannen voor zijn ‘oorlog tegen armoede’ (op de veren in het linkerdeel van de tekening: ‘social security’, ‘integration’, ‘war on poverty’, enzovoort) zijn mislukt, dan maar de rol van vredesstichter aan te nemen, althans degene die besluit te stoppen met bombarderen.
II Deze verklaring wordt niet ondersteund. In de tekening worden geen toespelingen gemaakt op het Tet-offensief of andere feiten uit het verloop van de oorlog. De nadruk ligt op het mislukken van de Great Society.
III Deze verklaring wordt niet ondersteund. In de tekening wordt niet verwezen naar de druk die tegenkandidaten voor het presidentschap op Johnsons keuze zouden uitoefenen. De nadruk ligt op het mislukken van de Great Society.
3c Verklaring III is moeilijk te verenigen met het besluit van Johnson om zich niet herkiesbaar te stellen. Als hij niet herkiesbaar wilde zijn, hoefde hij immers ook geen moeite doen om Democratische kiezers tevreden te stellen met een ander Vietnambeleid.
3d Ho ziet dat Johnson op het punt staat ermee op te houden (hij legt zijn hoofd op de guillotine), dus niet herkiesbaar te zijn. Daarom is hij plotseling toch bereid om over vrede te onderhandelen (hij komt aanrennen met een olijftak = symbool voor vrede). De verklaring: Ho realiseerde zich dat hij beter zaken kon doen met de relatief gematigde Johnson, nu die nog (even) president was. Als bij de nieuwe verkiezingen een Republikein tot president werd gekozen, of een havik uit het Democratische kamp, zou Ho niet meer hoeven te rekenen op een ‘redelijke’ of ‘oplossingsgerichte’ opstelling van de VS.
4a De protestgeneratie brengt zoveel tijd door met demonstreren en actievoeren, dat zij niet eens meer weet wat een ‘hoorcollege’ is. Kortom, van onderwijs komt niets meer terecht.
4b Wie ging studeren, kreeg uitstel van zijn dienstplicht. Het was dus logisch dat studenten tegen de Vietnamoorlog waren: vroeg of laat (na afloop van hun studie) zouden zij zelf aan de beurt zijn om naar Vietnam te gaan. Ze hoopten dus dat de oorlog zou eindigen. Uiteraard was dat niet de enige reden om tegen de oorlog te zijn!
[Vanaf 1969 werden mannen ouder dan 19 jaar niet langer opgeroepen. Gaan studeren kwam toen dus neer op vrijstelling van militaire dienst – zie paragraaf 5.2.]
5 Bij het kenmerk sociaal-culturele veranderingen. Vanaf de jaren 1960 begonnen jongeren zich af te zetten tegen de normen en waarden van de oudere generaties. Jongeren beginnen zich te emanciperen; ze vonden dat hun stem gehoord moest worden. De politieke opvattingen van (veel) jongeren waren ‘linkser’ dan die van de oudere generatie: zij waren voor solidariteit (van studenten met bijvoorbeeld immigranten; van studenten uit verschillende landen met elkaar) en tegen de Vietnamoorlog; zij vonden protesteren en actievoeren een toegestaan politiek middel (hoe moesten ze anders invloed uitoefenen?).
De posters aan de muur van deze universiteit laten de politieke voorkeuren van jongeren zien; de spotprent als geheel laat zien dat in de jaren 1960 een ‘protestgeneratie’ ontstond.
6a Bolsjewieken: zo werden de communisten in Rusland in de eerste helft van de 20e eeuw genoemd. Bolsjewisme stond, meer dan communisme, symbool voor het streven naar een wereldrevolutie, maar ook voor een primitief soort mensen, Russische woestelingen die onder het mom van revolutie zouden komen roven en plunderen. Bolsjewiek was dus een soort scheldwoord – veel meer dan het neutrale ‘communisten’.
6b Die drijfveren zijn niet marxistisch (communistisch), want de theorie van Lenin (‘klassenstrijd’) zegt hen weinig. Het gaat de Vietnamezen vooral om de onafhankelijkheid van hun land (‘Wij aanvaarden in de democratische republiek iedere invloed die gezond is’ en ‘Elke culturele uiting die geen schade berokkent aan de onafhankelijkheid van Vietnam, is een gezonde culturele uiting’.)
6c Westerse waarnemers zoals de politicoloog Terril denkt kennelijk dat je communisten kunt herkennen aan het zonder meer nazeggen van alles wat bijvoorbeeld Lenin heeft gezegd. Hij legt de Vietnamezen steeds citaten of kwesties voor uit de marxistisch-leninistische theorie; als ze die niet klakkeloos omarmen, stelt hij dat het dus ‘helemaal geen marxisten’ zijn. Dat is een weinig subtiel beeld van het communisme. Je kunt immers ook communist zijn ‘op grote lijnen’: productiemiddelen in handen van de staat en niet teveel ongelijkheid in de beloning van arbeid – dus zonder over van alles en nog wat precies hetzelfde te denken als Lenin en de bolsjewistische revolutionairen van het eerste uur.
6d Ja, het standpunt van Harriman is een goed voorbeeld van standplaatsgebondenheid. Volgens Terril heeft Harriman altijd in de ‘Atlantische wereld’ gewerkt (dus niet in Azië). Hij bekijkt de Noord-Vietnamezen vanuit die achtergrond: communisten, dat zijn dus bolsjewieken want zo was het in Rusland ook. Zijn gebrekkige kennis van de Aziatische geschiedenis en verhoudingen verhinderen een scherper inzicht in de zaak – namelijk dat heel wat Noord-Vietnamezen eerder voor onafhankelijkheid en hereniging van hun land vochten dan voor het communisme.
7a De tekenaar van bron 7 maakt duidelijk dat elke minuut die gewacht wordt met het sluiten van vrede – elke vertraging aan de onderhandelingstafel – tot meer slachtoffers leidt. Dat is een bizar gegeven; je zou denken dat als er zoveel levens op het spel staan, er alles aan gedaan wordt om zo snel mogelijk tot overeenstemming te komen. Dat bizarre gegeven wordt ook beschreven in de eerste alinea van bron 6: terwijl de onderhandelaars nog een kopje thee inschenken en beleefd met elkaar discussiëren, sterven in Vietnam elke dag tientallen Amerikanen en honderden Vietnamezen.
7b De Noord- Vietnamezen hebben elke dag zware bombardementen te verwerken en lijden daardoor zware verliezen. Zij zijn pas bereid te onderhandelen als de bombardementen worden opgeschort.
8a (1) Vietnam is gekruisigd, opgeofferd voor de vrede – de Vietnamees hangt in dezelfde houding als Christus aan het kruis. (2) Vietnam is uitgeleverd aan het communisme – de hamer en sikkel zijn het symbool van het communisme (hamer = arbeiders, sikkel = boeren).
8b Naar aanleiding van de definitieve ondertekening van het vredesakkoord tussen Noord- en Zuid-Vietnam in 1973. Wie op de hoogte was van de toestand in Vietnam, wist dat Noord-Vietnam zou blijven proberen het zuiden te veroveren en dat dit uiteindelijk ook zou lukken.
8c De vrede die in januari 1973 werd getekend, was al aangekondigd in 1968. Toen had Nixon de verkiezingen gewonnen door het beloven van een ‘eervolle’ vrede en was hij begonnen met het ‘vietnamiseren’ van de oorlog: het geleidelijk terugtrekken van Amerikaanse soldaten uit Vietnam, ondertussen het Zuid-Vietnamese versterkend. De Amerikanen waren dus al vanaf 1968 van plan Vietnam te verlaten, ze wilden alleen niet met de staart tussen de benen vertrekken.
Hoofdstuk 5 – De gevolgen van de oorlog
1a Veel Zuid-Vietnamezen ontvluchtten hun land, zij zagen geen toekomst onder een communistisch regime (‘Ik vroeg hem waarom hij niet zoals zovelen van het voormalige regime gevlucht was’). Onder de vluchtelingen veel hoogopgeleiden en bestuurders. Mensen als Nguyen Van Hao kregen van de communisten niet de kans hun kennis en ervaring te gebruiken in de wederopbouw van het land (‘Hao stuitte op veel tegenstand en werd ontmoedigd’). Duizenden Zuid-Vietnamezen werden opgesloten in ‘heropvoedingskampen’, waar ze gestraft werden voor hun samenwerking met de Amerikanen in het oorlog voeren tegen landgenoten, en waar ze ‘onderwijs’ kregen in de beginselen van het communisme.
1b Noord-Vietnam kende een strak geleide communistische economie. Er was maar net genoeg voedsel om de bevolking te voeden. De meeste mensen woonden op het platteland. Er was geen (politieke) vrijheid, wie zijn onvrede liet blijken werd verklikt en opgesloten. De Noord-Vietnamezen waren gewend aan slechte tijden.
Zuid-Vietnam was relatief welvarend. Het kende een vrije markteconomie met kenmerken van een consumptiemaatschappij (die echter voornamelijk dreef op de aanwezigheid van een half miljoen Amerikanen). De meeste mensen leefden in de steden. Het kende grote inkomensverschillen, armoede en decadente rijkdom bestonden naast elkaar. [Je kunt dit vinden in paragraaf 5.1]
1c Nee, zijn mening was niet representatief. Hij trekt de politiek van de communistische regering in twijfel, terwijl de mensen om hem heen die politiek steunen en zeggen dat hij ‘de ware overtuiging ontbeerde en de zaken niet langer objectief bekeek’.
1d Vietnam was in 1994 nog altijd communistisch. Bui Tin wist dat zijn kritiek op het beleid van de communisten na 1975 door zijn (communistische) landgenoten niet gewaardeerd zou worden. Het was dus veiliger om in het buitenland te wonen.
2a Bon 2 is in Noord-Vietnam gemaakt; daar vormden vrouwen een aanzienlijk deel van de strijdkrachten en daar werd met luchtafweergeschut geschoten (in Zuid-Vietnam kwam dat bijna niet voor, omdat de Noord-Vietnamezen lange tijd over geen enkel vliegtuig beschikten en de Amerikanen hoe dan ook het luchtruim controleerden.
Bron 3 is in Zuid-Vietnam gemaakt, want daar spoorde het Zuid-Vietnamese leger Vietcongstrijders en hun handlangers op. In Noord-Vietnam gebeurde dat niet, omdat daar geen guerrilla tegen het Noord-Vietnamese leger werd gevoerd.
2b Zuid-Vietnam werd zwaarder getroffen: daar vielen de meeste burgerslachtoffers, daar vielen de meeste bommen, daar werd napalm en Agent Orange gebruikt, daar werd de landbouw verwoest en een massale verstedelijking op gang gebracht. Natuurlijk waren ook in Noord-Vietnam de gevolgen enorm, maar doordat de strijd niet op zijn grondgebied werd gevoerd, toch minder ingrijpend.
[Wel is te verdedigen dat de onophoudelijke bombardementen de economische ontwikkeling van Noord-Vietnam heeft gedwarsboomd, met name de industrialisatie – zie blz. 34]
2c Je eigen mening. Belangrijk zijn je argumenten.
Voorbeelden van argumenten vóór de stelling:
Ja, want Vietnamezen vochten tegen elkaar met als inzet vanuit welke ideologie hun land moest worden ingericht: de communistische of kapitalistische. Dat ze daarbij geholpen werden door andere landen, doet daar niets aan af.
Ja, strikt genomen wel: de oorlog speelde zich op Vietnamees grondgebied af en er waren voornamelijk Vietnamezen bij betrokken. Amerikanen (en wat Australiërs enz.) vochten wel mee en Chinezen hielpen wel in het noorden, maar formeel waren de VS en China niet in staat van oorlog.
Ja, want de kern van de strijd in Vietnam bestond uit de guerrilla van de Vietcong tegen de eigen, Zuid-Vietnamese regering, en geholpen (niet altijd vrijwillig) door een aanzienlijk deel van de (plattelands)bevolking. Dat is het klassieke patroon van een burgeroorlog: de strijd om de macht in één staat. Dat beide partijen daarbij geholpen worden en hun conflict een bijna internationaal karakter krijgen, doet aan de burgeroorlog op zich niet af.
Voorbeelden van argumenten tegen de stelling:
Nee, zonder de bemoeienis van de grootmachten uit de Koude Oorlog zou van een burgeroorlog geen sprake zijn geweest; de communisten hadden dan vrij eenvoudig Zuid-Vietnam ingenomen.
Nee, Noord- en Zuid-Vietnam waren twee afzonderlijke soevereine staten. Eigenlijk waren die twee staten met elkaar in oorlog. Je kunt dat geen burgeroorlog noemen.
Nee, bij een conflict waarbij zoveel partijen betrokken zijn – waaronder supermachten en buurlanden – is veel complexer dan een ‘burgeroorlog’. De Vietcong vocht niet tegen andere Zuid-Vietnamese burgers, maar tegen de regering en vooral tegen de Amerikaanse inmenging.
3a Omdat die mythe inhoudt dat het Amerikaanse leger in Vietnam dingen deed als Trang Bang met napalm bestoken en daarbij onschuldige kinderen verminken, zoals Kim Phuc – het gaat uiteraard niet om het lot van Kim Phuc alleen, maar om de ‘boodschap’ die zo’n foto bevat: Amerikanen zijn nietsontziende kindermoordenaars. De veteraan vindt dat een grove leugen die het moeilijke en gevaarlijke werk van de Amerikaanse soldaten in Vietnam geen recht doet.
3b De aanval op Trang Bang vond plaats in juni 1972 (zie blz. 77). Het grootste deel van het Amerikaanse leger in Vietnam was toen al weer naar huis; vrijwel alle ‘operationele’ activiteiten werden door het Zuid-Vietnamese leger zelf ondernomen. Dat was bewust beleid van de VS. President Nixon had in 1968 besloten de oorlog te Vietnamiseren – er dus naar te streven dat de Zuid-Vietnamezen het, met Amerikaanse wapens maar zonder Amerikaanse soldaten, zelf tegen de Vietcong en tegen Noord-Vietnam konden opnemen.
De argumentatie van de veteraan klopt dus.
3c Je eigen mening. Belangrijk zijn je argumenten. Bijvoorbeeld:
Ja, niemand hoeft te accepteren dat hij (of zijn ‘groep’, in dit geval het Amerikaanse leger als geheel) beschuldigd wordt van iets dat hij niet gedaan heeft. De veteraan streeft gewoon naar de waarheid, wat kan daar mis mee zijn?
Nee, de veteraan is hypocriet. In de jaren vóór de Amerikaanse troepen werden teruggetrokken zijn tienduizenden van dit soort bombardementen uitgevoerd, met bommen, napalm, Agent Orange – en daarbij zijn honderdduizenden burgerslachtoffers gevallen, waaronder talloze gevallen die volstrekt vergelijkbaar zijn met Kim Phuc. Dat Kim Phuc zelf, van ‘de beroemde foto’, door een Zuid-Vietnamese piloot geraakt werd, daar gaat het hier helemaal niet om. Wie leverde dat vliegtuig? Wie leidde de piloten op? Wie zorgde voor dat gruwelijke napalm? Dat waren de VS, met de Amerikaanse soldaten jarenlang als uitvoerders. De veteraan moet niet weglopen voor die verantwoordelijkheid door bij ‘het geval Kim Phuc’ opeens verontwaardigd te gaan doen.
3d Het Vietnamsyndroom was een combinatie van fysieke en psychische problemen. In dit geval weegt het psychische element zwaar. Het is niet gemakkelijk om, zoals honderdduizenden Amerikaanse veteranen hadden gedaan, een jaar lang (soms langer) ver van huis in een gevaarlijke oorlog te vechten die door veel mensen niet begrepen en afgekeurd wordt, en waarbij veel burgerslachtoffers vallen (zoals Kim Phuc). Als tijdens en na afloop van die strijd iedereen lijkt te vinden dat je hebt meegedaan aan een onrechtvaardige, wrede moordpartij (die suggestie gaat toch wel een beetje uit van het beeld op de foto van Kim Phuc), dat kun je daar (letterlijk) goed ziek van worden.
4 Je eigen antwoord. Wat telt is je argumentatie. Bijvoorbeeld:
Ja. De foto van het napalmmeisje, en het verhaal dat eraan vastzat, oefende grote invloed uit op de publieke opinie. Als de foto niet op grote schaal verspreid had kunnen worden (in kranten en tijdschriften, maar ook op televisie, in bioscoopjournaals, enzovoort), was die invloed niet zo groot geweest. Het verhaal rond deze enkele – min of meer toevallig geschoten – foto laat zien hoe belangrijk massacommunicatie was geworden: met één enkel beeld kon je de massa ‘bespelen’.
5a Zulke incidenten kwamen tijdens de Vietnamoorlog met enige regelmaat voor. De Amerikaanse strategie bestond niet uit behoedzaam opereren en zoveel mogelijk gevangenen maken; het succes van de oorlog werd afgemeten aan het aantal gedode Vietcong (body count). Dat komt overeen met het verhaal van deze soldaat: dat was de ruwe werkelijkheid van de strategie van body count.
5b Het Vietnamtribunaal was een overwegend Europees initiatief: het waren vooral Europeanen die vonden dat de VS van het pad van de internationale rechtsorde waren afgedwaald en die dat aan de kaak wilden stellen. Het tribunaal stond niet op zichzelf, het drukte de wijdverbreide irritatie en afkeer over ‘de Amerikanen’ uit die onder Europeanen bestond, met name onder de jongere generatie.
Dat was een ‘verwijdering’, want omstreeks 1960 was Amerika voor vrijwel iedereen in de westerse wereld, óók voor jongeren, het grote voorbeeld van vrijheid, welvaart en democratie.
5c Je eigen antwoord. Belangrijk is je argumentatie. Bijvoorbeeld:
Ja, in een oorlog is het doden of gedood worden. Het is begrijpelijk en zelfs logisch dat dit uitmondt in dit soort ‘excessen’ – alleen voor de buitenstaanders lijken dan ‘excessen’, voor wie dagelijks zijn leven waagt is het onderdeel van een overlevingsstrategie.
6a Bijvoorbeeld:
- De VS zagen in dat Zuid-Vietnam op termijn niet te redden was; ze stuurden aan op een vertrek zonder gezichtsverlies (eervolle vrede).
- Door de ontspanningspolitiek (detènte) richting China en de Sovjetunie was de angst voor een communistische wereldrevolutie veel kleiner dan deze in de 1950’s was geweest.
- ‘Vietnam’ bracht het aanzien van de VS in binnen- en buitenland grote schade toe. Relaties met West-Europese bondgenoten bekoelden. Binnenlands was sprake van grote verdeeldheid tussen voor- en tegenstanders van de oorlog; deze verdeeldheid verlamde in feite het politieke leven.
- De oorlog in Vietnam kostte miljarden dollars. Een hoge inflatie en een economische recessie waren het gevolg. In 1971 werd de koppeling tussen Europese valuta en de dollar – spil van het internationale betalingsverkeer – zelfs losgelaten.
6b Nixon en Kissinger (de VS) komen met vrede aanzetten als het al veel te laat is: Zuid-Vietnam is al verwoest, de bevolking al invalide(de man mist een been en is blind).
6c Je eigen antwoord. Belangrijk zijn je argumenten. Bijvoorbeeld:
Nee. De oorlog werd niet op Amerikaans grondgebied uitgevochten, de oorlogsschade aan Amerikaanse zijde was maar een fractie van die van de Vietnamezen – dus zou het misplaatst zijn de Amerikanen af te beelden als een blinde, kreupele man. Bovendien werd de Amerikanen geen vrede ‘opgedrongen’; zij hadden het initiatief in de vredesbesprekingen. Dat past wel bij deze tekening (de Amerikanen komen de vrede brengen), in de omgekeerde situatie klopt het niet.
Ja. Ook voor tienduizenden gesneuvelde, verminkte en getraumatiseerde Amerikaanse soldaten (en hun gezinnen) kwam de vrede als mosterd na de maaltijd: de schade was al aangericht. Dat geldt ook voor de Amerikaanse samenleving als geheel, die door de oorlog verdeeld was geraakt en een ‘nationaal trauma’ had opgelopen.
6d Vietnam is een arm en nog altijd overwegend agrarisch land, maar is in staat zijn eigen bevolking te voeden. De strakke communistische lijn is na 1985 losgelaten, er is behoorlijk veel economische vrijheid (tientallen Amerikaans bedrijven hebben zich er gevestigd). De betrekkingen met de VS zijn weer hersteld; voor de jonge generatie is Amerika niet de vijand maar het land van belofte.
7 Bron 4 en 5
Nationaal trauma
Onderdeel van het nationale trauma – dat de Amerikanen zich hadden laten ‘verleiden’ tot een oorlog die bij nader in zien misschien niet rechtvaardig en in elk geval niet te winnen was - is de frustratie van veteranen die moeten accepteren dat al hun offers voor niets zijn geweest en dat het Amerikaanse optreden in Vietnam in de publieke opinie gekleurd wordt door de wreedheden die (vooral tegen de burgerbevolking) zijn begaan. Dat doet af van hun status als oorlogshelden, en is onderdeel van het Vietnamsyndroom, een ziekte onder veteranen die uit een combinatie van fysieke en geestelijke problemen leek te bestaan. Voor de VS doet het afbraak aan het imago van ‘bevrijders en beschermers van vrijheid en democratie’.
Verval van de grootmacht
De mythe van het napalmmeisje tastte (tezamen met vele andere incidenten) het aanzien van de VS aan: misschien vochten de Amerikanen wel voor een goede zaak, maar ze schrokken er niet voor terug een ‘vuile oorlog’ te voeren – iets wat niet paste in het verheven beeld dat veel mensen hadden van de Amerikanen als nobele bevrijders (vooral uit de Tweede Wereldoorlog).
Bron 6
Nationaal trauma
De oorlogsmisdaden die door het Vietnamtribunaal werden blootgelegd waren zout in de wonde voor de Amerikanen. Naast de twijfel over de juistheid van de oorlog en de ‘winbaarheid’ verscheen nu ook het spook van de ‘schande’ dat de Amerikanen zelf zich niet aan de ‘spelregels voor oorlog’ hielden (Geneefse Conventie).
Verval van een grootmacht
Bekende en gerespecteerde intellectuelen stellen het Amerikaanse optreden in Vietnam aan de kaak in een publieke rechtszaak. Dit liet zien dat de vrije westerse wereld niet onvoorwaardelijk achter de VS aanliep en hun optreden uiterst kritisch (zeg maar: afwijzend) ontvingen. Omdat de VS de leider van de westerse wereld heette te zijn, ondermijnde dit soort kritiek van binnenuit de positie en het aanzien van de Amerikanen.
Bron 7
Nationaal trauma
De VS hebben Zuid-Vietnam niet kunnen redden: tegen de tijd dat er vrede werd gesloten, was het land – mede door de Amerikaanse bombardementen - verwoest. Dat maakte de oorlog min of meer zinloos.
Verval van de grootmacht
Dat het zo lang duurde voor supermacht VS het nietige Noord-Vietnam tot een vredesakkoord kon bewegen, deed afbreuk aan de status van de VS als onoverwinnelijke grootmacht.
Bron 8
Nationaal trauma
De oorlog in Vietnam ging gepaard met wreedheden aan beide kanten en de Amerikanen lieten zich niet onbetuigd. Ze konden zichzelf na de Vietnamoorlog nog moeilijk zien als de bevrijders en beschermers van vrijheid en democratie.
Verval van de grootmacht
Zie bron 4 en 5: dezelfde conclusie.
Bron 9
Nationaal trauma
Terwijl zwarte Amerikanen in Vietnam vochten voor de vrijheid van de (Zuid-)Vietnamezen, werden ze in eigen land nog achtergesteld. De achtergestelde positie van de zwarte bevolking in de VS – in de 1950’s en 1960’s een belangrijk thema in de binnenlandse politiek – gaf de Amerikaanse strijd voor vrijheid van een vreemd volk aan de andere kant van de wereld iets cynisch.
Verval van een grootmacht
Terwijl het maar niet lukte de oorlog in Vietnam te winnen of op ‘eervolle’ wijze te beëindigen, lieten massale onlusten in de Amerikaanse binnensteden in de tweede helft van de 1960’s zien dat de VS in eigen land nog heel wat missiewerk te verrichten hadden. Het maakte de VS ook kwetsbaar voor kritiek van vriend en vijand: in het land dat zichzelf als kampioen van vrijheid en democratie beschouwde, leefden tientallen miljoenen zwarte (en ook wel andere) Amerikanen op of onder de armoedegrens en werd aan dat probleem weinig tot niets gedaan.
Bron 10
Nationaal trauma
Waar de Amerikaanse regering minder dan tien jaar geleden had verklaard dat de bescherming van de vrije wereld stond en viel met het behoud van Zuid-Vietnam, probeert president Nixon nu ‘het probleem Vietnam’ weg te moffelen. In plaats van iets om trots op te zijn was de Vietnamoorlog geworden tot iets om je voor te schamen. Extra pijnlijk was de publicatie van de Pentagon Papers in de New York Times (1971), waaruit bleek dat de Amerikaanse regering het parlement en de bevolking bij herhaling hadden misleid en voorgelogen – ook Nixon had zich daaraan schuldig gemaakt. Voor het Amerikaanse publiek, dat met die onthullingen was geconfronteerd, paste deze prent feilloos in het beeld dat (althans onder een deel van de bevolking) van Nixon bestond: een leugenachtige opportunist
Verval van de grootmacht
Dat de VS zich op deze manier van het probleem Vietnam probeerden af te maken – omdat het een uitzichtloze onderneming was geworden – deed afbreuk aan hun imago van supermacht.