VAN AVER TOT AVER
Het schoolvak Geschiedenis bestaat niet (!) uit het leren van jaartallen en definities. Het verleden bestaat niet uit louter feitjes, rijtjes en begrippen. De historie is een constructie, een ambachtelijk in elkaar gezet verhaal van historici. Aan de orde komen: causaliteit, standplaatsgebondenheid, objectiviteit…
[drs. J. Veltmaat]
De Geschiedenis is dus ook een debat zonder einde. Geen twee historici zijn het helemaal met elkaar eens. Dat maakt volgens sommigen het vak Geschiedenis onwetenschappelijk; het zij zo. Het gaat ons immers niet om formules, noch om jaartallen of andere ‘blote’ feitenkennis. Het gaat ons om het leerproces dat van iemand een zelfstandig denkend mens moet maken; een mens die op zoek gaat naar de ware aard van gebeurtenissen; een mens die zal trachten de ‘waarheid’ te achterhalen, in het besef dat er niet zoiets is als één waarheid.
In het geschiedenisonderwijs zal iedere docent zijn eigen ‘invalshoek’ hebben: de één vindt sociaal-economische aspecten belangrijk, de ander zal veel nadruk leggen op machtspolitieke factoren, weer een ander zoekt voortdurend naar geostrategische overwegingen. De één is van mening dat een groot man als Napoleon de geschiedenis naar zijn hand zette, de ander zal volhouden dat deze keizer slechts ‘een product was van de omstandigheden’. Het is evident dat die twee docenten andere vragen aan hun leerlingen zullen stellen (en andere antwoorden zullen verwachten). Dat is niet erg. We streven er immers naar dat leerlingen een eigen mening gaan vormen.
Het doel van geschiedenisonderwijs is bestaansverheldering. Het gaat dus niet louter om feitenkennis. Voor elke school is de stelling van Pythagoras dezelfde; de betekenis van Marx niet.
Inzicht
Al ruim honderd jaar lang is de discussie gaande tussen degenen die een positivistische visie op de historische verklaring hebben, en zij die een hermeneutische visie hebben. De geschiedenis gehoorzaamt, volgens de hermeneuten, niet aan wetmatigheden: zij wordt gemaakt door het verhaal van de historici. Voor natuurwetenschappers zal dat een gruwel zijn.
Natuurlijk, er zijn genoeg rijtjes en ‘formuleringen’ in een schoolboek te vinden waarnaar geschiedenisdocenten gezamenlijk kunnen vragen, maar het deel van het schoolexamen dat betrekking heeft op het aanleren van vaardigheden, zal per school moeten verschillen, want het is docentgebonden. Tijdens het CSE toetst men, naast de kennis die louter op de leerboeken betrekking heeft, de vaardigheden die de leerlingen dankzij de inspanningen van individuele docenten hebben verkregen. Een hedendaagse geschiedenisleerling moet kunnen omgaan met begrippen als causaliteit, continuïteit, standplaatsgebondenheid, feiten en meningen.
HET IS GOED LIEGEN OP EEN AFSTAND
Het moment dat de mens als ‘nu’ ervaart, beslaat volgens psychologen slechts een vijftigste deel van een seconde. Het ‘heden’ duurt natuurlijk veel langer: zo lang als ‘vandaag’ of ‘anno 2010′. Met contemporaine (= hedendaagse) geschiedenis bedoelen we doorgaans een mensenleeftijd. Ergens trekken we, tussen onze tijd en wat er aan vooraf ging, een scheidslijn: een kunstmatige en dubieuze grens.
Het is een willekeurige grens, want de mens leeft gelijktijdig in drie werelden: de wereld die was, de wereld die is en de wereld die zal zijn. Elke nieuwe (belangrijke) ontdekking met betrekking tot het verleden verandert onze kijk op het heden, en onze verwachtingen ten aanzien van de toekomst.
Het heden geeft ZICHT op de ons omringende werkelijkheid, het verleden geeft INZICHT. Alleen de onnozelaar blijft steken in zijn eigen hedendaagse wereld: een immense leegte. De ontwikkelde mens leert dagelijks van andermans ervaringen, van andermans belevenissen. Kennis en inzicht verwerven we dankzij de medemens. Wij doen ons voordeel met de ervaringen – met het verleden dus – van anderen.
Echo’s
De menselijke samenleving is een doolhof waarin niemand zonder een groot aantal gidsen de (goede) weg kan vinden. Die gidsen (ouders, vrienden, docenten, schrijvers en andere bemoeizuchtige lieden) staan te wachten op kruispunten en splitsingen. Waar geen gidsen meer staan, omdat zij overleden zijn, moeten we gebruik maken van sporen. Daar zwerven historici, de spoorzoekers, op zoek naar vergeten gangen en kamers.
Overal in dat labyrint van het menselijk bestaan klinken de echo’s uit het verleden. Overal staan en liggen de stille getuigen van era’s perdu (de overblijfselen, restanten en ruïnes van verloren tijdperken). Historici zijn tolken voor de generaties wier taal niemand meer spreekt.
Bovenal zijn historici rondleiders: zij laten de gevolgen zien van oorlog; van economische rampspoed; van etnische en religieuze tegenstellingen; van nationalisme; van diplomatieke misverstanden en politieke besluiteloosheid; van demagogie en maatschappelijke desinteresse. De geschiedenis is een etalage van menselijk falen. Zij die niet waarnemen en vergelijken betalen dikwijls een dure prijs. Wie de geschiedenis vergeet, is gedoemd de fouten uit het verleden te herhalen. Het woord aver (nakomeling) is weliswaar in onbruik geraakt, waardoor het onnozele ‘van haver tot haver’ kon ontstaan, en vervolgens het opgeleukte ‘van haver tot gort’, maar wie maalt daarom, zolang de kinderen hun voorouders in ere houden.
Wedergeboorte
In ons woord periode (peri = rond) zit het besef verborgen dat de geschiedenis zich telkens herhaalt. Historische verschijnselen en ontwikkelingen komen telkens terug in een geëvolueerde vorm; zij komen terug in de ‘eeuwige kringloop’ waaraan de hele natuur gehoorzaamt: de kringloop van bloeien, verwelken, sterven en opnieuw ontkiemen.
Soms is het opnieuw ontkiemen van een afgestorven beschaving of verloren cultuur overduidelijk: na het ‘herfsttij van de Middeleeuwen’ volgde de Renaissance (van rinascita, rinascimento = wedergeboorte).
Meestal is de wederkeer wat minder dramatisch en mondiaal. In het Athene van Plato en Alcibiades, bijvoorbeeld, keerden de beter opgeleide Atheense jongelingen zich af van de maatschappij. Zij leefden louter voor het ‘nu’. Behoeften moesten volgens hen onmiddellijk bevredigd worden. Zij keken hooghartig neer op zelfbeperking en matiging. De greep van traditie op de samenleving verzwakte. Normen en waarden verdwenen. Alles wat te maken had (en heeft) met het vertrouwen in voortgang en vooruitgang, en met het geloof in continuïteit, verloor aan kracht. Klinkt dat bekend in de oren, ruim 2400 jaar later? Door de maatschappelijke omstandigheden van toen en nu met elkaar te vergelijken, krijgen we meer inzicht in hedendaagse ontwikkelingen. ‘De geschiedenis herhaalt zich, zo of bijna zo,’ zei Thucydides, de vader van de geschiedschrijving.
Het menselijk bestaan zit ingewikkeld in elkaar. Voor het omgaan met apparaten en natuurwetten is een antwoord op de vraag ‘Hoe werkt dat?’ voldoende. Dankzij gebruiksaanwijzingen en handleidingen kunnen we leven en overleven. Zwaartekracht, elektriciteit, rente… We hoeven niet eerst zelf van een toren te springen; we hoeven niet eerst zelf giftige paddestoelen te eten, want andere mensen vertellen ons ongevraagd waar het gevaar op de loer ligt. De mens is een groepsdier, een sociaal dier.
Vaardigheden, ambachten, formules… Het is een kwestie van kopiëren. Een leermeester volstaat: hij draagt zijn kennis over. Maar voor het zelfstandig leren denken, hetgeen nodig is voor het verkrijgen van een eigen moraal, voor het veroveren en consolideren van een eigen geestelijk territorium (eigen opvattingen, waardeoordelen en beginselen), en voor wijsheid (!) is kennis van het verleden onontbeerlijk.
Het menselijk leven bestaat immers niet alleen uit formules en handleidingen. Zelfs een kind vraagt al naar het waarom van oorlogen en revoluties; van armoede en slavernij; van discriminatie en rassenhaat. Een jong iemand kijkt – als het goed is – met verwondering naar kastelen en paleizen; tempels en kathedralen; stadsmuren en slotgrachten; triomfbogen en monumenten. Tenzij we het hebben over de werking van een apparaat of van een natuurkundige wet, moeten we in de geschiedenis duiken voor een antwoord. Het ‘waarom’ en het ‘waardoor’ liggen altijd in het verleden. Wat is een natie? Wat is democratie? Wat is imperialisme? De antwoorden blijven lege definities, zolang de ontstaansgeschiedenis van die fenomenen niet begrepen wordt.
Standplaats
Historia is Latijn voor onderzoek. Geschiedkundigen (historici) zoeken in het verleden naar een verklaring voor het heden. Het vak Geschiedenis heeft slechts één doel: bestaansverheldering. Historici hebben ervoor gezorgd dat allerlei aspecten van het menselijk leven begrijpelijk werden en (dus) een betekenis kregen. Zij blijven dat doen, want de geschiedenis is een ‘gebeuren’: het verleden ligt niet vast. Elke generatie heeft een eigen kijk op het verleden. Elk mens heeft een eigen standplaats.
Iemand die niet is opgegroeid in een klimaat van politieke en religieuze indoctrinatie, staat erg ver weg van fundamentalisme. Iemand die niet heeft blootgestaan aan het onrecht van Versailles, de crisis van de dertiger jaren, de propaganda van Goebbels en de bijna onweerstaanbare verlokkingen van de Hitler Jugend, staat erg ver weg van de uitwassen van het Nationaal-Socialisme.
Wat is mijn eigen standplaats? Wat zijn mijn opvattingen en vooroordelen? Waar komen mijn waarden en normen vandaan? Waar komt mijn mening vandaan? Dat zijn vragen die elk mens zich moet stellen, voordat hij uitspraken doet over een andere cultuur, of over mensen die leefden in een andere tijd. Kennis van de geschiedenis voorkomt menig vooroordeel.
Journalistiek
We weten het allemaal, sinds het Rationalisme: een mens moet afgaan op feiten. Maar wat is een feit? Lang niet altijd wat in de krant staat. Niet voor niets luidt een oud gezegde: De almanak en de krant zijn de leugenzakken van het land. Journalisten hebben vaak een bedoeling met wat zij opschrijven. Veel verslaggevers zijn partijdig, bevooroordeeld en vooringenomen.
Het ligt trouwens niet in de aard van de mens om objectief te zijn, dus elk verhaal moet met argwaan bekeken worden. Filosofen maken al eeuwenlang onderscheid tussen de realiteit (ontologie) en ons beeld van de realiteit (fenomenologie). Zij weten dat elk mens met zijn eigen ogen kijkt, met zijn eigen verstand. De Franse filosoof Descartes, levend in de zeventiende eeuw, stelde dat het subjectieve bewustzijn het palet is waarmee de kenbare realiteit wordt geschilderd. Een onderscheid dus tussen subject (degene die waarneemt) en object (het waargenomene). Subjectiviteit en objectiviteit; mooie woorden voor onwaarachtig en waarachtig? Dat valt te bezien.
ZODRA MENSEN GAAN SCANDEREN, STOPPEN ZE MET DENKEN
Voetangels
Historici moeten uitzoeken wat in het nabije of verre verleden daadwerkelijk gebeurd is. Daarbij stuiten zij op veel hindernissen. Neem het verslag van een ooggetuige. Bestond er zoiets als een ooggetuige van de slag om Stalingrad? Of de veldslag bij Kursk (2 miljoen man en 6000 tanks op het slagveld)? Niemand kon alle uithoeken van dat enorme slagveld overzien. Niemand was overal tegelijk. De historicus kan zich later slechts een beeld scheppen door tal van waarnemingen, feiten en gevolgtrekkingen bij elkaar op te tellen en in te passen.
In het dagboek van iemand die tijdens de Franse Revolutie leefde, lezen we: ‘Koning Lodewijk is door het gepeupel vermoord.’ Een ander dagboek geeft een sterk afwijkende lezing: ‘Burger Capet is door de beul terechtgesteld.’ De twee schrijvers stonden op hetzelfde plein, maar elk in een ander ‘kamp’. Het is een feit dat daar, op dat plein, destijds een man, genaamd Capet, onthoofd is; een man die voorheen koning van Frankrijk was. Woorden als ‘vermoord’ en ‘terechtgesteld’ zijn subjectief.
De taal is een veld vol met voetangels. Het woord ‘tiran’ bijvoorbeeld, is in onze tijd een zeer negatieve kwalificatie (gewelddadig alleenheerser, dwingeland). Ooit – in het oude Griekenland – was een tiran gewoon een alleenheerser; iemand wiens (oorspronkelijke) taak het was om de inwoners van een polis te beschermen tegen hardvochtige aristocraten of zelfzuchtige oligarchen. Tirannie was een geaccepteerde regeringsvorm, net als oligarchie en democratie.
Uit het taalgebruik blijkt vaak tot welk kamp, tot welke partij een verstrekker van ‘feiten’ behoort. Via de taal haalt elke partij bepaalde aspecten van feiten naar voren. De één zegt rebel of vrijheidsstrijder, de ander terrorist; de één zegt politionele actie, de ander imperialistische oorlog. De één praat over een offensief, de ander over een slachtpartij; de één bezigt de woorden ‘smart weapons’ en ‘collateral damage’, de ander ‘bommen’ en ‘burgerslachtoffers’. De geschiedenis spreekt recht; latere historici zijn de rechters die (ver)oordelen. Zij behoren te weten: de halve waarheid is een leugen. Bespreek uitvoerig iemands minpunten; zwijg over zijn pluspunten; dan houd je een schuldige over.
Tribunalen die na een oorlog – uiteraard door de overwinnaars – opgezet zijn, moeten met veel argwaan bekeken worden: niet zelden hebben de overwinnaars zich in dezelfde mate, of nog erger, schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. En wat is nu eigenlijk het verschil tussen een artillerie- of luchtbombardement op een stad en een bomaanslag in een stad? Voor velen zijn Churchill (de alles verwoestende terreurbombardementen op Duitse steden), Truman (Hiroshima en Nagasaki) en Bush (Irak) oorlogsmisdadigers.
Afstand
De geschiedenis kan opgevat worden als een lange tekst. Historici doen dienst als tekstuitleggers, want er staat niet altijd wat er staat!
Laten we de Griekse mythen nemen. Om te benadrukken dat het in hun eigen samenleving toeging zoals het hoorde, zetten de Grieken graag de wereld op zijn kop. Zij schiepen in allerlei verhalen die zich afspeelden aan de rand van de Griekse wereld een samenleving die tegengestelde of wanstaltige kenmerken had. De boodschap luidde: kijk eens hoe gek het bij die buitenlanders (barbaren) geregeld is! Zulke verhalen over buitenlanders en buitenstaanders waren meestal verzinsels. Klinkt ons dat niet bekend in de oren? De Amazones bijvoorbeeld, hebben nooit bestaan… De oude Grieken hebben de Amazones opgevoerd om rolpatronen te bevestigen; feministen uit de twintigste eeuw voerden ze op om rolpatronen te doorbreken. Emancipatie struikelt niet over een mythe meer of minder. Over de seksuele voorkeur van de Griekse elite (pederasten) in de klassieke tijd zwijgt men echter in alle toonaarden. Onze schoolboekjes reppen niet over de erastes-eromenosrelatie; zij tonen geen van de talloze blote jongens die in marmer en brons vereeuwigd zijn; de epheboi en kouroi blijven onbesproken, terwijl juist zij een rol kunnen spelen in de hedendaagse strijd tegen discriminatie. Immers: andere tijden, andere zeden. Maar voor de heersende moraal is de geschiedenis geen open boek.
Leeftijd
Kennis, inschattingsvermogen en invoelingsvermogen zijn onmisbaar voor een goede kijk op menselijk gedrag. Vooral de ‘ter zake kundigheid’ ontbreekt vaak bij nieuwsredacteuren, journalisten en politici. Bovendien schromen zij dikwijls niet om in hun populistische benadering gebruik te maken van gemuteerde en gemodificeerde feiten. De feiten spreken lang niet altijd voor zich. De feiten worden niet zelden monddood gemaakt.
Onjuiste, ongetemperde en onvolledige berichtgeving kan slechts doorzien worden door mensen die verstand hebben van beweegredenen en oorzakelijke verbanden. Begrip gaat uiteraard hand in hand met kennis.
De belangstelling voor oorzaken en aanleidingen (voor historie dus) komt voor velen pas op een volwassen leeftijd. Toch denkt iedereen na over het verleden; al is het maar gisteren. Het bezit van een geheugen bewijst dat kennis van het verleden een denknoodzakelijkheid is. Kennis van het verleden is noodzakelijk voor beheersing en voor toezicht. Het is nodig voor continuïteit en voor verandering. Degene die iets wil veranderen, moet immers weten hoe dat ‘iets’ genetisch (genese = wording) in elkaar steekt, teneinde niet te vervallen in de fouten van het verleden. Het bewandelen van reeds eerder betreden paden (de gebaande wegen) is slechts zinvol als de bestemming ons aanstaat. Tieners zijn meestal blij met veilige, gebaande wegen, waar iedereen gezamenlijk overheen dendert. Twintigers en dertigers zoeken doorgaans naar alternatieven. Ouderen, wars van verandering, hebben zo veel mogelijk straten geasfalteerd.
Welke weg je ook kiest, na verloop van tijd kom je op een kruispunt. Vergeet dan niet uit welke richting je gekomen bent, want kiezen voor de weg terug heeft geen zin. Een Italiaans spreekwoord luidt: ‘Il futuro ha radici antiche.’ (De toekomst heeft oude wortels.) De Italiaanse schrijver Guereschi zei het anders: ‘Degene die het verleden vergeet, is als een boer die zaait op beton.’
En besef: de waarheid ligt nooit aan het einde van een tunnel. – JV