februari 2010 | POLITICI ZIJN GEEN ECHTE MANNEN
Een van de grappen die de ronde deden, na de dramatische wissel van Sven Kramer: ‘Bij politieke twijfel altijd de rechterbaan kiezen.’ Svens mislukte greep naar goud – door een domme fout van zijn coach Gerard Kemkers en door twijfel bij hemzelf – beheerste dagenlang het nieuws. Dat het kabinet gevallen was, werd heel even van minder belang geacht. Maar ja, de val van ‘Balkenende 4′ kwam dan ook niet als een schok.
Iedereen met een helder zicht op de politieke constellatie kon bevroeden – of op zijn vingers natellen – dat dit reeds gehavende kabinet slagzij zou maken. De vroede vaderen hadden weliswaar de ‘des(s)ertstorm’ – veroorzaakt door de commissie Davids – doorstaan, maar dat ‘Irak-toetje’ was ons veel te lang onthouden door de premier; zoiets zet kwaad bloed. Bovendien ging Balkenende enkel onder zware druk overstag. Aangezien zelfs het gemene volk een grens heeft, waar het zinloze oorlogen betreft, was het voorspelbaar dat de kwestie Afghanistan de kiel boven zou brengen. Ware het niet Afghanistan geweest, dan zou het opgekalefaterde uitfluitschip van JPB c.s. op die andere opdoemende klip zijn gelopen: de JSF. Een peperduur Amerikaans gevechtsvliegtuig (in prototypefase) aanschaffen in plaats van een voortreffelijk Europees (!) toestel? Dat kun je zinnige mensen niet door de strot duwen. Temeer daar weldenkende burgers zich meestal niet, zoals Balkenende, Jack de Vries en hun medeplichtigen, het mes op de keel laten zetten, laten omkopen, laten ringeloren of laten bedotten door Washington en het Pentagon. ‘A prostration (ter aarde werping) in the Oval Office?’ Forget it! ‘F* off!’ Als ’vriendschap’ met de VS gekocht moet worden; laat dan maar.
Hoewel ik van huis uit liberaal ben, geef ik Wouter Bos groot gelijk. Natuurlijk moesten we weg uit Uruzgan (i.e. uit heel Afghanistan); natuurlijk moesten de coalitiepartijen hun woord gestand doen: klip en klaar was de kiezers beloofd dat we uiterlijk in 2010 zouden vertrekken. Het is eigenlijk niet te geloven dat het CDA en de ChristenUnie zich in allerlei bochten gewrongen hebben teneinde die belofte te kunnen breken. ‘Als een situatie verandert, moet je een standpunt heroverwegen,’ riepen de eedbrekers in koor – of woorden van gelijke strekking. Luister eens, ‘excellenties’. Een belofte staat! Daar valt niets meer te heroverwegen. Anders kun je nooit iets beloven met betrekking tot de toekomst. Ach en wee! Welk een vreselijk lot wacht nu die arme Afghanen, zonder de klauwen van de Nederlandse leeuw. Starker als Gott ist die Wurd (sterker dan God is het Lot). Je hebt tranen en krokodillentranen. Je hebt beloftes en verkiezingsbeloftes.
‘We laten de Afghanen in de steek,’ krijsen de havikken. Welke Afghanen? De dorpelingen die kinderen doodmartelen omdat zij met buitenlandse soldaten gebabbeld hebben? De krijgsheren die goudgeld verdienen aan papaverteelt, opiumsmokkel en ontvoeringen? (Afghanistan is verreweg de grootste opiumproducent ter wereld.) De corrupte kliek van leiders die enkel pro-Westers zijn zolang zij met beide handen in de stroom euro’s en dollars kunnen graaien? De tallozen die de Taliban steunen? De tallozen die de Talibanstrijders verkiezen boven de ongelovigen en goddelozen van de NAVO-bezettingsmacht? De fundamentalisten die zich nimmer zullen neerleggen bij een democratie naar Westers model?
‘We laten de Navo in de steek,’ grommen de mannen die elk jaar braaf hun kinderen meesleepten naar de open dagen van de vaderlandse krijgsmacht. ‘We lijden internationaal gezichtsverlies! We mogen straks niet meer aanzitten bij de G20!’ ‘We zullen als onbetrouwbaar gezien worden.’ ‘Schade voor onze economie!’ Nou, nou… Mij is toch echt jarenlang verzekerd, door de ministeriële propagandamachine, dat de Nederlandse armee zich uitstekend van zijn taak gekweten heeft, daar in Uruzgan; dat de Nederlandse militairen alle mogelijke lof verdienen. En we hebben de missie toch al een keer verlengd? Desondanks een tik op de vingers? ‘The cold shoulder’? Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig. Laten we maar gewoon aardig zijn tegen Duitsland en Frankrijk; de rest kan barsten. Wie herinnert zich nog dat onze twee grote buren op ramkoers lagen met de VS, toen zij categorisch weigerden toe te treden tot de Multi-National Force – Iraq (MNF-I) en de ’coalition of the willing’? Toen zij onomwonden duidelijk maakten niet geassocieerd te willen worden met de illegale Amerikaanse aanval op Irak? Inmiddels is Bush terug naar zijn ranch; Merkel, Sarkozy en Obama hebben de strijdbijl begraven. Diplomatieke spanningen tussen bondgenoten zijn doorgaans van zeer tijdelijke aard. Berlijn heeft inmiddels besloten extra soldaten expeditionair te zullen maken voor Obama’s vruchteloze strijd in de Afghaanse woestenij, dus de Nederlandse jongens kunnen veilig heimkeren, zonder dat er een haan naar kraait – zeker de Franse niet.
‘Leg het de ouders van de omgekomen mannen maar eens uit,’ hoorde ik een journalist zeggen. ‘Dat het allemaal voor niets was.’ Let wel, voor niets. Tsja, als zonder het Nederlandse leger de klus niet geklaard kan worden… Als we daar in Verweggistan nóg een stel van onze jongens laten sneuvelen, wordt de oorlog er echt niet zinvoller op. Leg het hún ouders dan maar uit. ‘Het spijt ons, meneer en mevrouw, maar we durfden niet nee te zeggen tegen zijne keizerlijke hoogheid Obama en zijn palladijn Rasmussen, ook al waren het Nederlandse volk en de Tweede Kamer in meerderheid tegen een vechtmissie.’
‘De PvdA laat het kabinet vallen omwille van electoraal gewin,’ roepen vrijwel alle partijen die gebaat zijn bij een slechte verkiezingsuitslag voor Bos en de zijnen. Ik houd het niet voor uitgesloten dat de beweegredenen van de PvdA eerzaam waren; dat zij de rug recht hielden omdat zij niet aan het kiezersbedrog van de coalitiepartners mee wilden doen. Of waarde hechten aan een belofte electoraal gezien lonend is? De tijd zal het leren. Straks zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Leuk om te kijken naar Maastricht: daar zal de PvdA afgestraft worden voor het smerige politieke spelletje dat uitliep op het wegsturen van de populaire burgemeester Gerd Leers, en wellicht beloond worden voor de standvastigheid van de PvdA-ministers.
Rest ons nog de JSF-kwestie. Als een nieuw kabinet de stekker uit dat onzalige project wil trekken, zal ’onze relatie met Amerika’ opnieuw ter sprake komen. Goed om dan in gedachten te houden hoe de Amerikanen met EADS omgesprongen zijn. In 2008 heeft het Europese EADS, samen met partner Northrop Grumman (VS), de order binnengesleept voor de levering van 179 tankervliegtuigen (waarde ca. 25,8 miljard euro) aan de US-Airforce. Na protesten vanuit de politiek en de media is de levering kort geleden opnieuw aanbesteed, waarbij het Amerikaanse Boeing nadrukkelijk een nieuwe kans zal krijgen. Nationalisme en patriottisme gaan bij onze Jack de Vries echter niet samen met warme gevoelens voor Europa.
Vreemd, aangezien daar onze culturele wortels én economische belangen liggen. Zelfs op zijn twitterpagina profileert Jack zich als een pseudo-militair, stoer voorzien van een kogelvrij vest. Als voormalig KMA-officier heb ik moeite met zulke civilisten. Mocht het voor Nederland in diplomatiek en economisch opzicht wat lastiger worden, de komende tijd, dan ligt het aan ons gedrag binnen de EU, niet aan ons vertrek uit Uruzgan. Wij spelen al jaren met de verkeerde vriendjes en kopen al jaren het verkeerde speelgoed. Onze luchtmachtpiloten zijn sinds mensenheugenis in de ban van de US-Airforce; van die zijde hoeven we geen onafhankelijk advies te verwachten. Veel van onze politici snakken naar erkenning door Washington, misschien omdat zij zich zo gewapend voelen tegen de grote, dominante buren Duitsland en Frankrijk. Die politici mogen niet de stuurknuppel in handen hebben zodra wapenaankopen in het geding zijn. De Rafale is prima; de Eurofighter Typhoon is prima; de Saab is prima. >[Saab] Koop Europees.
oktober 2009 | OPKALEFATEREN, OPZOUTEN
Stel je staat in een dierenwinkel. Je koopt – ofwel redt – een lief ratje dat anders aan een valk of arend in een ‘zoo’ (dierentuin dus) gegeven zou zijn. Een ander ratje wordt voor de grijpvogel geworpen. Zijn dood is jouw schuld. Stel je redt een hert of ever van een jager. Een ander dier zal diens prooi worden. De jacht verbieden? Dan zullen de gezonde en sterke dieren te lijden hebben onder honger en ziekten – de gevolgen van overbevolking – bij gebrek aan roofdieren. Stel je biedt de helpende hand aan hongerende Afrikanen in een tentenkamp… De natuur selecteert, en natuurlijk zou de mens – wanneer hij ingrijpt – selectief moeten zijn. De zwakken erbovenop helpen, door middel van voedselhulp of anderszins, begraaft de sterkeren onder een verstikkende laag van armlastigen en kansarmen. Geconfronteerd met uitzichtloosheid in een kunstmatig op de been gehouden samenleving, zullen veel ‘doeners’ hun heil zoeken in asociale, onethische of zelfs criminele activiteiten. Zie de Somalische piraten.
Dat moge allemaal zo zijn, maar zelfs in het Darwin-jaar, nu wij meevaren in het kielzog van HMS Beagle en opnieuw doordrongen worden van ’the struggle for live’ en ‘the survival of the fittest’, is praten over selectie binnen de soort een taboe. De gedachte alleen al… Het sociaal-darwinisme van bijna een eeuw geleden heeft immers diepe wonden geslagen; de littekens op de menselijke ziel zijn nog niet vervaagd. De strijd en de selectie vonden destijds in het ‘verborgene’ plaats (slagvelden en kampen ver weg, afgeschermd door propaganda en censuur), maar eenmaal aan het licht gekomen, was het besef van ‘nabijheid’ schier onverdraagbaar: de eigen politici en ambtenaren als daders; medeburgers als slachtoffers… Niet te verdragen, want de mens is – net als de rat – een sociaal dier. ‘Ben, you’re always running here and there…’ Dat zong Michael Jackson. toen hij nog zwart was, over zijn ratje. En: ‘Ben, most people would turn you away [...] I’m sure they’d think again if they had a friend like Ben.’ (Op de foto een aye-aye, behorend tot de enige nog bestaande soort uit de familie van vingerdieren.) De wereld is een dorp geworden; we hebben overal vrienden. De zalige onwetendheid heeft schipbreuk geleden, dankzij de moderne media. Wie naar Gerard Joling wil kijken, krijgt ongevraagd een tsunami-tussendoortje; wie zich verheugt op Gooische Vrouwen, moet ook een aardbeving of epidemie wegslikken. Wie wil weten of Balkenende president van Europa gaat worden, moet uitgemergelde Afrikaantjes, terrorisme en uitstervende diersoorten voor lief nemen. Hoewel de mens een verbazend vermogen heeft om de werkelijkheid buiten te sluiten en ‘dingen’ niet te willen zien of te weten, kan hij niet langer de ogen sluiten voor de ellende en de ‘verelendung’ van talloze medemensen; hoe vreemd zij ook zijn. Trouwens ‘talloos’? Ze hebben wel degelijk een getal gekregen: een miljard mensen schijnt honger te lijden; 27 miljoen van de soort homo sapiens (volgens andere criteria 200 miljoen) leven als slaaf. Er worden ook getallen losgelaten op de niet aflatende stroom kansarme en kansloze illegale immigranten die de grenzen van Europa en de VS weten te overschrijden, daarmee niet alleen de overheden, maar ook de inheemse burgers voor het blok zettend: wij moeten laveren tussen mededogen en rede.
Over laveren en Somalische piraten gesproken… Heeft dat trutje nu wel of niet toestemming gekregen om de wereld rond te zeilen? Gisteren deed de rechter uitspraak, maar ik heb die dag - bij wijze van hoge uitzondering - geen Journaal of Nieuws gezien, noch naar de radio geluisterd. Laura Dekker heet zij. Waarom deze meid zoveel publiciteit heeft gekregen? Dat heeft weinig te maken met een eventuele prestatie, te weten het vestigen van een record: het gaat hier om de verantwoordelijkheid van de ouders én van de maatschappij. Eerst even haar toekomstige avontuur in het juiste licht zetten: de jongste persoon die solo rond de wereld zeilde, heet Mike Perham. Geboren op 16 maart 1992, stak hij eind 2006 solo met zijn ’Cheeky Monkey’ (een toepasselijke naam voor dat schip) de Atlantische Oceaan over. Aankomst 03/01/07. De jongen was dus 14. In november 2008 vertrok hij opnieuw. Op 27 augustus 2009 kwam hij terug in zijn vaderland, 17 jaar oud, na een solozeiltocht rond de wereld. Vóór hem had een Amerikaanse knaap (ook 17, maar net iets ouder) hetzelfde gepresteerd, maar het record stond op naam van de Britse boy sailor Seb Clover (die was 15).
En toen kwamen de meiden… De Australische Jessica Watson (16) navigeerde haar jacht, begin september 2009, echter binnen 24 uur tegen de onverzettelijke stalen wand van een vrachtschip uit Hong Kong. Het was een proefvaart, dus wellicht vertrekt zij alsnog voor de beoogde wereldreis. En nu dus de Nederlandse Laura Dekker… Het blijft na-aperij. En ten koste van wat? Daarover moest de rechter een uitspraak doen. Daarbij wil ik direct aantekenen dat de pappie van Mike de hele reis in de onmiddellijke nabijheid is gebleven op een ander schip. Men vergeet te vaak dat tienerhersenen nog niet volgroeid zijn, en dat de prefrontale cortex nog in ontwikkeling is. Juist dat deel van de hersenen hebben we nodig om te kunnen plannen (dus gevolgen van ons handelen te kunnen overzien), impulsieve neigingen als zodanig te herkennen en gedrag te beheersen. Dat een meisje buiten de relatief zeer veilige Nederlandse samenleving bloot staat aan allerlei gevaren (een jonge jongen trouwens ook), staat buiten kijf. Na Superman kwam Superwoman; na Batman (en Robin) kwam Batgirl… Enzovoort. Laura is geen Lara Croft (Tomb Raider) en het zou goed zijn als ‘girls everywhere’ beseffen dat verkrachters, rovers, piraten en ander boeventuig niet terugdeinzen voor een hooghartige blik van een übermeid, en zich ook niet – anders dan op tv - in hun kruis laten trappen.
Zeilen, de zeven zeeën… Ik heb net een verbijsterende docu gezien over onze planeet. Een groot deel van het plastic afval dat ‘wij’ produceren komt in de oceanen terecht. Waar de zeestromen samenkomen, heeft zich – onder water – een eiland van kunststof gevormd dat zo groot is als Frankrijk en Spanje samen. Het plastic verbrokkelt en erodeert tot kleine deeltjes en fragmenten. Volgens de documakers heeft (vrijwel) iedere vis en (vrijwel) elke vogel plastic in de maag. (En geen klein beetje!) Nóg zorgwekkender: al dat plastic in de oceanen geeft chemische stoffen af die ongezond zijn voor dier en mens. Een van die stoffen is anti-androgeen, dat wil zeggen: testosteronverlagend. Aangezien het masculineren in de baarmoeder plaatsvindt onder invloed van testosteron, baren zwangere vrouwen die blootgesteld zijn aan die anti-androgene chemische stof, androgyne (deels vrouwelijke) jongetjes. Die stof zit ook in het materiaal van PET-flessen, en het schijnt zo te zijn dat de inhoud van een PET-fles niet veilig is. Onderzoekers beweren dat jongetjes die uit een ‘PET-baarmoeder’ komen, later niet tevreden zullen zijn over het formaat van hun piemel. Plastic helpt mee aan de feminisering van onze maatschappij, zullen we maar zeggen. Eindelijk antwoord op de vraag waardoor het aantal echte jongens en echte mannen zo schrikbarend is afgenomen in de rijke Westerse landen. Nederlandse mannen… Dat de kwaliteit van hun zaad de afgelopen decennia sterk is verminderd, wisten we al. Dat er een oorzakelijk verband was met milieufactoren, lag voor de hand. We mogen plastic bijschrijven op het lijstje. Chemicaliën lekkende flessen; de jongen als onbedoelde labrat…
Dat we ratjes in de politiek hebben, zal voor niemand een verrassing zijn. Ongelooflijk wat we in ethische zin accepteren van onze bewindslieden en volksvertegenwoordigers. Paul Tang heet hij. Dit PvdA-kamerlid lekte de inhoud van de Miljoenennota naar Frits Wester en daarmee naar alle media. Was dat nou zo erg? Ja!! Balkenende had hem en de anderen namelijk nadrukkelijk en herhaaldelijk gevraagd om ditmaal eindelijk eens de kaken stijf op elkaar te houden. Wees dan een vent en zeg: ‘Jammer, Jan-Peter, maar ik wil niet aan dat verzoek voldoen, dus geef mij de stukken niet ter inzage.’ Neen, Paulus de politieke kabouter ging stiekem een wit voetje halen bij een parlementair journalist. Kortom: hij is het vertrouwen van kabinetsleden niet waard. Iemand die klaarblijkelijk gespeend is van eergevoel en ethisch besef, is vooral het vertrouwen van het volk niet waard. Als fractievoorzitter van de PvdA had ik hem onmiddellijk een trap onder zijn kont gegeven. De laan uitgestuurd dus.
Gelijk maar even naar een andere PvdA’er. Ik ga het hier (nu) niet hebben over DSB, maar aan één uitspraak van Wouter Bos kan ik niet in alle gemoedsrust voorbij gaan. Hij reageerde op een bewering van Dirk Scheringa; deze verzekerde ons dat zijn bank kapot gemaakt was, en gered had moeten worden door Bos en de zijnen. Bos: ‘Als iemand verdrinkt, verdrinkt hij niet doordat hij niet gered wordt, maar doordat hij niet kan zwemmen.’ Ja, hoor eens, zo weet ik er nog een paar. Ik zal nu even niet vallen over het ‘dattie’ van Wouter, in plaats van ‘dat hij’, want zijn hele uitspraak – in de zin van stelling – is onzinnig. Als iemand vermoord wordt, sterft hij niet doordat hij niet gered wordt, maar doordat hij niet… kan vechten? Als Afghaanse vrouwen nog steeds onderdrukt worden, komt dat niet doordat ‘onze jongens’ in NAVO-verband falen, maar doordat die vrouwen hun mannen geen knietje geven. Als Afrikaantjes verhongeren, creperen zij niet doordat zij niet gered worden, maar doordat… En zo zijn we weer bij het begin van dit stukje. De cirkel is rond.
juli 2009 | MULTICULTI
Een van mijn voormalige leerlingen, Avalon Weyzig, is nu Miss Nederland. In mijn herinnering zie ik haar nog steeds onwillig en onhandig door de modder van de Ardennen ploeteren, op volstrekt ongeschikte design-sportschoentjes; gekleed in een modieus wit trainingspak. Een mooie meid, dat wel. In de loop van het jaar bleek zij bovendien best aardig te zijn. Haar broer – een jongen die ook in de categorie opvallend mooi viel – was een beetje rebels, maar gewoon sympathiek; zonder gebruiksaanwijzing. Bruce Weyzig was een van mijn favoriete leerlingen en aanvoerder van het door mij gecoachte voetbalteam. Hij moest het van zijn sierlijke techniek hebben.
Bruce en Avalon zijn, net als mijn peetzoons, van gemengd bloed. Het zonnige kleurtje en andere phenotypische (genetische) ‘verklikkertjes’ staan hen goed. De mengeling van Germaans en Indo-Arisch of Maleis levert vaak mooie kinderen op; dat is bekend. Ik hoor nu de voorstanders van multiculti al juichen. ‘Zie je wel!’ roepen ze, vooruitlopend op hun morele gelijk.
Maar zo is het natuurlijk niet, want Avalon, Bruce, Michiel en Sietse zijn op en top Nederlandse jongelingen; zij zouden zich in een andere cultuur net zo ontheemd voelen als Avalon tijdens de gememoreerde ‘outdoor-dagen’ in de Ardennen. Multiculti? Welnee. Mijn peetzoons krijgen in hun ouderlijk huis lekkerder nasi dan bij mij, maar daar houdt het mee op. De Indische gemeenschap in ons land is immers volledig geïntegreerd en geassimileerd. Zeg nu niet dat onze Turkse en Afrikaanse medelanders – op termijn – net zulke gewaardeerde, echte Nederlanders zullen worden; dat zij weliswaar nog aan het klauteren, glijden en ploeteren zijn, maar dat zij slechts een helpende hand nodig hebben om hun plekje te vinden. Ik betwijfel dat sterk, want de achtergronden en beweegredenen van de meeste allochtonen (waartoe dus niet de mensen uit voormalig Nederlands-Indië behoren) bieden weinig hoop. Het probleem is, dat zij al een eigen (!) plek in ons land gevonden hebben, en die plek richten zij on-Nederlands in.
Even terug naar de schoolklas… Een goede docent zorgt voor een volstrekt duidelijke Leitkultur in zijn (!) lokaal; hij zorgt ervoor dat iedere leerling – ongeacht diens sociale, culturele of etnische achtergrond – uitermate goed beseft wat wel en wat niet door de beugel kan. De leraar straalt als formele én informele leider onmiskenbaar uit wat hij wel en niet met de mantel der liefde zal bedekken. Hij bepaalt! Zo werkt dat met tieners: zij zullen telkens de grenzen van het toelaatbare opzoeken zolang het ‘tot daar en niet verder’ vaag blijft. Zij zullen, in hun pogingen om slecht aangegeven grenzen te verleggen, een zwakke docent blijven uitdagen. Nadat deze tieners tegen de onvermijdelijke strafmaatregelen zijn opgelopen, zullen zij zich mokkend terugtrekken, om zich verongelijkt op te stellen, klaar voor een nieuwe aanval. Zijn de grenzen van het fatsoen echter duidelijk getrokken, dan kan een ontspannen, vriendelijke sfeer ontstaan; dan worden de stellingen verlaten. Als de speelruimte, ofwel het speelveld, goed afgebakend is, komen de sierlijke aanvallers, zoals Bruce, de stevige verdedigers, de ‘waterdragers’ én de coach tot hun recht.
Zonder beledigend te willen zijn; laag geschoolde Nederlanders, waaronder het overgrote merendeel van de allochtonen, zijn net tieners. Zij moeten immers nog opgevoed worden in de Nederlandse normen en waarden. Hoe dient de maatschappelijke elite deze mensen te bejegenen? De scheurkalender van Fokke en Sukke toont op 27 juni onze twee vrienden ‘getooid’ met sandalen, geitenwollen sokken, baarden en pijpen. ‘Samenscholing is ook een vorm van scholing,’ zeggen zij. Tsja, opvoeding…
Onze jeugd – en dan vooral het uitheemse deel – wordt door ‘moderne opvoeders’ bij voorbaat tegemoet getreden met respect en een overdosis aan begrip. Daarbij wordt iets wezenlijks vergeten: respect moet je verdienen. ‘Toon respect, wees verdraagzaam en heb geduld,’ roepen de pseudo-intellectuele voorstanders van multiculti. ‘Dan komt alles goed.’ Maar het recht op respect is niet vanzelfsprekend! En verdraagzaamheid tegenover wat? Daar ligt het probleem: de xenofiele voorstanders van een multiculturele samenleving zijn doorgaans niet bij machte – wat betreft persoonlijkheid en leiderschap – om grenzen te trekken.
In grenzeloze naïviteit gaan lieden van de Linkse Kerk uit van het goede in de mens, ongeacht de slachtpartijen en etnische zuiveringen waar de
geschiedenis bol van staat. Jawel, in de Nederlanden hebben we het de afgelopen eeuwen betrekkelijk rustig en veilig weten te houden – zelfs de Heksenwaag van Oudewater gaf een evenwichtig oordeel -, maar allochtonen komen nu eenmaal niet uit Nederland, dus wij mogen van hen niet dezelfde ingebakken moraal verwachten als van… Ho! Wacht even, dat mogen we dus wél. Althans, wij mogen verwachten dat zij zich – als goede gasten – zo snel mogelijk proberen aan te passen. Zij hoeven, wat mij betreft, niet hun culturele gebruiken te laten varen – mits deze niet te veel overlast geven -, maar dienen zich wel te voegen naar de Nederlandse waarden, normen, spelregels en wetgeving. Bovenal moeten (!) zij de scheiding tussen kerk en staat ondubbelzinnig aanvaarden. De vooruitgang die wij in Europa geboekt hebben, gelouterd door wrede godsdienstoorlogen en vernietigende nationale oorlogen, gelauwerd door Renaissance, Rationalisme en Humanisme, geworteld in Hellas en Rome, mogen we niet uit handen geven.
De wens is de vader van de gedachte; dat merken we telkens weer bij de politici die tot het kamp ‘Pappen en Nathouden’ behoren. In toenemende mate gefrustreerd, probeerden zij onlangs de enorme winst van de PVV tijdens de verkiezingen voor het Europees Parlement te verklaren door te wijzen op de ‘anti-Europese’ stellingname van die partij. Ook volgens veel ‘politiek analisten’ gaven de Nederlanders die de gang naar de stembus gemaakt hadden, blijk van een ‘Eurosceptische’ of zelfs ‘anti-Europese’ houding. Bewuste misleiding, of konden zij zich werkelijk niet indenken dat veel pro-Europeanen, fervente voorstanders van de EU, op de partij van Wilders gestemd hadden? Toch is het zo eenvoudig: alleen de PVV had klink en klaar uitgesproken dat Turkije nimmer (!) lid van de EU mag worden. De uitbreiding van de EU naar het oosten toe is volgens de meeste westerse Europeanen al te ver voortgeschreden; de opname van een niet-Europees land is voor hen onbespreekbaar. 1. Turkije is een niet-Europees land. 2. Op basis van het inwonertal zou Turkije veel te veel zetels, dus invloed toebedeeld krijgen. (In de besluitvorming binnen het Europees Parlement ook nog eens gesteund door de massa’s Turkse immigranten binnen de West-Europese democratieën.) De ware Europeaan vindt dat de macht binnen de EU in handen moet blijven van Duitsland, Frankrijk en Engeland; niet van landen als Polen en Turkije. Natuurlijk, veel Nederlanders stemden in een Europese context op de PVV uit onvrede met het beleid van het Nederlandse kabinet, maar de kwestie Turkije kan niet weggedacht worden.
Vreemd genoeg gaat de redenering van veel multiculti’s uit van de eigen superioriteit. Immers: wij zijn de bovenliggende, sterkere partij; als wij (!) de anderen niet discrimineren, knechten of verdrijven – of proberen te ‘bekeren’ – is er niets aan het handje, want ons lichtend voorbeeld verdient en krijgt dus navolging; dat begrijpt een kind.
De verlichting volgt vanzelf, want welk zinnig mens bijt in een uitgestoken hand? Een mooie gedachte. Als wij de tijger vriendelijk toespreken, en aaien, trekt hij vanzelf de klauwen in. Maar helaas hebben bepaalde uitheemse groepen al lang door dat de uitgestoken Nederlandse hand een slap handje is. In veel culturen betekent een weke handdruk slechts één ding: het weggeven van de ‘upper hand’. Als aan de Nederlandse hand geen sterke arm zit, voelt menig allochtoon zich uitgenodigd om kerken te vervangen door moskeeën; de grondwet door de sharia; de coupe soleil door het hoofddoekje; het carnaval door de ramadan, Michiel de Ruyter door Fatih Sultan Mehmed, wetenschap door insha’Allah, het vrije woord door de geestelijke dwingelandij van de imams, de ‘liefde-van-je-leven’ door een importbruidje, de bruine kroegen door theehuizen… Het is een vrijbrief voor intolerantie en zelfs geweld tegenover andersdenkenden, van kafirs tot homoseksuelen.
Nationalisme, liberalisme, socialisme en feminisme hebben niet zonder slag of stoot het pleit gewonnen, maar als je het islamisme de vrije teugel geeft, eindig je met een bit in de mond.
Stel dat een multiculti een gast in zijn huis opneemt; verwacht hij dan dat die gast zich aan de huisregels houdt? Vast wel. De multiculti ervaart dus kennelijk het land van zijn voorouders niet als een thuis. Voelt hij zich niet verbonden met zijn volk, of minstens zijn eigen stam? Heeft zijn stamboom voor hem maar één takje – het zijne? Stuit het weggeven of verkwanselen van cultureel erfgoed bij hem niet op weerstand? Beschouwt hij zijn vaderland en de vaderlandse cultuur niet als erfenis? Als een ‘heemstede’ enkel een stad is, als een taal alleen maar een zielloos communicatiemiddel is; dan is alles inruilbaar. Het is makkelijk om iets cadeau te doen dat gevoelsmatig niet jouw eigendom is.
Onze voorouders hebben huis en haard – en dus hun land – te vuur en te zwaard moeten verdedigen, maar waarschijnlijk denkt de multiculti dat strijd niet past in een moderne samenleving, dat zijn directe omgeving gevrijwaard zal blijven van onverdraagzaamheid en geweld, dat zijn dochter niet in handen zal vallen van een ‘loverboy’; dat zijn zoon niet omsingeld en in elkaar geslagen zal worden – of doodgestoken – door een tiental laffe straatschooiers in zwarte leren jasjes die nooit geleerd hebben dat tien tegen één eerloos en on-Nederlands is. Ach, konden we alles maar wegdenken.
Multiculti’s benadrukken tot vervelens toe dat Nederland altijd multicultureel is geweest, maar dat is baarlijke nonsens. Nederland is altijd een Europees land geweest (nationalisme is ontstaan in de 19e eeuw); de Duitsers (broers) en Fransen (neven) hebben voor veel ‘presentjes’ gezorgd, en deze geschenken voldeden altijd aan de smaak van hun Nederlandse familieleden. (Even afgezien van een bezetting.) Nu echter, krijgen we een cd met Marokkaanse muziek. De immigranten die zich in vroeger eeuwen in de Nederlanden gevestigd hebben, hadden natuurlijk hun culturele ‘eigenaardigheden’, maar zij verschilden niet wezenlijk van de Nederlanders; niet meer dan het ene gezinslid van het andere. Ook zij waren Europese kinderen van de Graeco-Romeinse beschaving, de Reformatie en de Verlichting. Deze mede-Europeanen hebben – als immigranten – geen pogingen ondernomen om iets in de Nederlandse, ofwel Germaanse cultuur te veranderen. Getalsmatig – anders dan nu – waren immigranten daar ook nooit toe in staat. Goed, voor nu is het genoeg.
juni 2009 | DE LINKSE KERK
Wie herinnert zich dat bespottelijke Postbank/ING-spotje nog? Ene Anouk – wie dat ook moge zijn – had deze tekst: ‘Oké, nice. Mag ik er even langs? Thanks.’ Gelukkig is ING praktisch genationaliseerd. Misschien leren ze nu hun moerstaal. Onze nationale luchthaven (sorry, airport) Schiphol doet het niet veel beter: ‘Where else?’ roepen ze ons toe. Nou, het liefst ergens in Nederland… Philips: ‘Sense and Simplicity’ – stelletje ‘simpletons’/simplisten!
Even afgezien van de ergernis; het gebruik van Engelse termen of uitdrukkingen door Nederlanders kan tot lachwekkende verbasteringen leiden. ‘Hij stikt in zijn principes,’ hoorde ik iemand zeggen. Dat is metaforisch mogelijk, maar van zulke ademnood was echt geen sprake. Bedoeld werd: Hij ‘sticks to’ zijn principes. (Hij houdt vast aan.) Ach ja, wie zijn afkomst verloochent, verliest niet alleen aan geloofwaardigheid, maar ook aan verstaanbaarheid.Het deerniswekkende van al dat geneuzel in het Engels is, dat de ontaarde reclamemakers en ‘zwelbasten’ meestal een Nederlandse doelgroep voor ogen hebben, dus vanwaar die uitverkoop (sorry, sales) van de Nederlandse cultuur?
Het moge duidelijk zijn; zelf probeer ik Engelse woorden te vermijden, maar om deze twee kan ik niet heen: ‘timing’ en ‘selfrighteous’. Ik heb tevergeefs gezocht naar hun Dietse evenknieën. Voor selfrighteous kan ik soms ‘eigendunkelijk’ gebruiken, soms ‘eigengerechtig’; die woorden hebben echter een iets andere gevoelswaarde. Een selfrighteous iemand acht zich namelijk in moreel opzicht verheven boven anderen; hij heeft zichzelf alvast toegelaten tot de hemel, en hij heeft zichzelf het recht (!) gegeven om anderen te kapittelen. Denk maar aan een zelfbenoemde dominee en een zelfbenoemde rechter in één persoon. Het recht (of ‘het rechte pad’) is, volgens hem, geen regulerend wijsgerig begrip dat aan tijd en plaats gebonden is, maar een remedie tegen de kwalen van onze samenleving.
Laten we het woord ’timing’ even vergeten. Waarom vormt ‘selfrighteous’ een probleem? Omdat ik het nodig heb voor het beschrijven van de Linkse Kerk. Ik zal gelijk uitleggen waarom de leden van die groepering mij ‘hoog zitten’. Kijk, de televisie wordt in Nederland beheersd door mensen met een onwrikbare, eenzijdige visie op de mens en de menselijke samenleving. Hun inzicht is verankerd in een links idealisme dat voor hen even heilig is als eertijds de synoptische evangeliën voor een strijdlustige kruisvaarder. Zij bezien de mensheid met een zeekijker (zo’n monoculaire, inschuifbare verrekijker); het rechteroog dichtgeknepen.
De leden van de Linkse Kerk zijn op tv alom tegenwoordig en bijna almachtig. Verreweg de meeste tv-journalisten en presentatoren van praatprogramma’s (‘talkshows’) zijn links; dat weet inmiddels iedereen wel. Vroeger hadden we voornamelijk te kampen met Sonja Barend; daarna met Barend & Van Dorp (bijgestaan door de immer emotionele Jan Mulder); tegenwoordig worden we blootgesteld aan het linkse gedachtengoed van Pauw & Witteman en Matthijs van Nieuwkerk. Bovendien behoren vrijwel alle cabaretiers en komedianten die wij op tv voorgeschoteld krijgen, tot de Linkse Kerk. Van Freek de Jonge (zoon van een predikant; bekend geworden door – o, ironie! – Neerlands Hoop) tot Koefnoens Owen Schumacher (ooit begonnen in De Rode Raaf). De Linkse Kerk, die als een soort sekte zieltjes wint in de schemerzone (rode dageraad) tussen verlichting en humanisme, heeft dus een sinistere greep op het belangrijkste propagandamiddel van onze tijd. De ‘genese’ van deze bedenkelijke toestand zal ik later proberen te verklaren.
Eerst dit: niet lang geleden heeft Van Nieuwkerk krachtig ontkend dat in zijn ‘De wereld draait door’ rechtse politici beduidend minder vaak uitgenodigd worden dan linkse. Tsja, hoe dom kun je zijn?
Het gaat niet om het aantal. Stel dat iemand van de PVV of de rechtervleugel van de VVD bij Van Nieuwkerk mag aanschuiven, dan kan hij maar beter voorbereid zijn op lastige, ‘pittige’, zo niet onaangename woordenwisselingen. Minstens één andere gast zal hem immers fel en ongenuanceerd gaan aanvallen, daarin niet gehinderd door de minzaam toekijkende gastheer. Goedgebekte medestanders zal de rechtse politicus die avond niet aantreffen. Het getalsmatige overwicht van links zal onbeschaamd worden uitgebuit. (Hetzelfde geldt voor ‘Pauw & Witteman’.)
Reken erop dat de volgende dag in hetzelfde praatprogramma een linkse politicus de tafel als speelveld of podium krijgt aangeboden, geflankeerd door sympathisanten, met tegenover zich… in ieder geval geen tegenstanders.
Een van de gespreksthema’s betreft dan uiteraard die rechtse politicus van gisteren; diens denkbeelden mogen nog even lekker door het slijk gehaald worden, het liefst door linkse BN’ers die zichzelf het imago van intellectueel toegekend hebben en die – meestal volkomen onterecht – de sympathie en het vertrouwen van het klootjesvolk genieten. Mocht zo’n pseudo-intellectueel niet te vinden zijn, dan krijgt een benepen cabaretier of een van de vele tv-clowns volop de gelegenheid om met de clichématige losse flodders van links te schieten. Betrekkelijk ongevaarlijk gepalaver misschien, van onnozelaars die tot de soort selfrighteous behoren, maar wel irritant. Kortom, het gewone volk wordt stelselmatig belerend toegesproken vanaf de kansel van de Linkse Kerk. Dat de waarheid nooit aan het einde van een tunnel ligt, is nog niet doorgedrongen bij de ‘progressievelingen’ die hun politieke overtuiging als een crucifix voor zich uit houden.
Hoe heeft het zover kunnen komen? Dat de burelen en studio’s van de media bevolkt worden door mensen met een socialistische inslag, is niet verwonderlijk. Een liberaal gaat immers gewoon ondernemen en bouwen. Onzijdige intellectuelen zoeken hun welstand en geestelijk heil binnen de wetenschap. Dan houden we de progressieven over, want Nederland telt weinig echte conservatieven. Zij, die linkse mensen, hebben een boodschap… Iemand met een sterk ontwikkeld sociaal gevoel gaat het onderwijs in, of de zorg, of de media. In het tv-wereldje begint de roodgelakte schoen echter te wringen: een aantal presentatoren en komedianten kan het zich veroorloven op grote voet te leven. Hoe kun je een echte socialist zijn als je de absurde situatie accepteert dat een ‘entertainer’ (ook niet te vertalen) aanzienlijk meer geld opstrijkt dan een minister? Wie is nu eigenlijk echt belangrijk; de ingenieur die met weergaloos vernuft bruggen en tunnels ontwerpt, of Paul de Leeuw? De biochemicus die een geneesmiddel vindt, de natuurkundige die een satelliet in een baan om de aarde weet te krijgen, of… Christiano Ronaldo?
Zorgwekkende kenmerken van onze samenleving zijn: een ziekelijke staat van opwinding zodra we gemeenschappelijk – als kudde - iets kunnen beleven of belijden, eigendunk die uit het niets ontsproten is, en vluchtgedrag (ontsnappen aan de werkelijkheid). Het eerste is voer voor psychologen en wellicht theologen; tegen het tweede helpt zelfs de meest bitse jury onder leiding van Henkjan Smits niet; het derde zorgt voor de waanzinnige beloningen die mensen in de entertainmentindustrie ontvangen. Die eigenwaan trouwens ook, want velen maken zichzelf wijs dat zij – op basis van buitengewone, zo niet unieke, helaas door het publiek nog niet ontdekte talenten - voorbestemd zijn om te delen in die roem en rijkdom; zij misgunnen hun voorbeelden en rolmodellen (die ‘godenzonen’) de weelde niet.
Terug naar het wereldje van de tv. Het socialisme is uitgevonden om de zwakkeren in de samenleving te beschermen. Het is, net als het feminisme, een emancipatiebeweging, en aan mensen die snakken naar gelijkberechtiging is tegenwoordig geen gebrek. Aangezien de arbeider inmiddels zijn schaapjes op het droge heeft, en een echte Hollandse vrouw haar mannetje slaat – pardon, staat – zijn de ogen van de ware socialist gericht op de minderheden in onze multiculturele samenleving. Dat is nog even wennen, want het ‘multiculti’ bestaat pas sinds de zestiger jaren. Eerst stroomden de gastarbeiders binnen, later de gelukzoekers en de ‘verworpenen der aarde’.
Nu moeten we even stilstaan bij het profiel van de doorsnee linkse tv-persoonlijkheid. Was hij op school een van de informele leiders? Zeker niet. Was hij een sporter? Waarschijnlijk niet (afgezien van enkele sportverslaggevers). Behoorde hij tot een stoer groepje? Die kans is zeer klein. Het zit er dik in dat onze hedendaagse tv-presentator ofwel tot de clowns behoorde – en wij herinneren ons dat buitenbeentjes middels clownesk gedrag in de klas een gooi deden naar de aandacht die anderen dankzij uiterlijk, uitstraling of persoonlijkheid kregen -, ofwel tot de boekenwormen. Misschien hield hij zich bezig met de schoolkrant of met fotografie. Is het uitgesteld compensatiegedrag? Iemand die zelf in de verdrukking heeft gezeten, of buitengesloten werd, heeft waarschijnlijk een schreeuwende behoefte om zichzelf te bewijzen, het liefst als voorvechter van andere ‘misdeelden’. Op zich is daar niets mis mee, maar doordat menig ‘voorvechter’ zelf hunkert naar respect, en zwelgt in de aandacht die hij als zelfbenoemde paladijn van multicultipaupers krijgt, knuffelt hij blindelings schattige konijntjes, minder schattige wolven en helemaal niet schattige tijgers. Sterker nog, hij zet alle hekken open, zodat wij allemaal mogen meegenieten van de bewegingsvrijheid die de arme tijgers gekregen hebben. Dat is iets voor een ander verhaal… Laten we in ieder geval, als we weer naar onze tv-persoonlijkheden kijken, deze woorden van Sherlock Holmes in het achterhoofd houden: ‘Celebrity is the last refuge of the idiot.’ Dat hoef ik toch niet te vertalen?
mei 2009 | CRISIS
Het tv-journaal wilde ons niet onwetend laten over het vreselijke lot van de ijsvogels, de afgelopen winter; die arme vogels stierven bij bosjes. Voorwaar, een schokkend onderwerp, waarvan de ernst kennelijk voorbij was gegaan aan de journaalredactie, want op luchtige toon kregen de blauwgevederde viseters nog een steek onder water: ’Ze heten wel ijsvogels, maar ze kunnen slecht tegen de kou.’ In mijn gedachten werd de nieuwslezer begeleid door een spotlijster, want de naam ijsvogel komt van het Duitse Eisenvogel; ijzervogel dus, zo genoemd vanwege de roestbruine borst.
Erg hè, die Mexicaanse griep? O, wacht, het is toch geen wereldwijde slachting geworden; mijn vrienden, bekenden en andere landgenoten leven nog; de ons beloofde rampspoed is uitgebleven. En al die zorgelijk kijkende journalisten dan (koortsachtig naar slecht nieuw zoekend)? En al die waarschuwende wetenschappers (naar aandacht hunkerend)? En al die goedgelovige zotten? Soms denk ik dat men in onze egocentrische samenleving massaal aan Münchhausen by proxy lijdt; dat is de ware pandemie.
Misschien verkeert de na-oorlogse maatschappij in een midlifecrisis… Terugblikkend op de eerste helft van zijn leven – met als hoogtepunt de roerige jaren zestig - vraagt hij zich af: ‘Was dit nou alles?’ Iemand in een midlifecrisis verlangt naar het exceptionele, het ‘himmelhoch jauchzend’ of desnoods het ‘zum Tode betrübt’. Ooit riep iemand dat elke generatie een oorlog nodig heeft; anderen nemen genoegen met een economische crisis.
En we weten dat de meeste volwassen mensen – net als kinderen – van griezelverhalen houden. Bangmakerij is van alle tijden. De monsters uit de mythologie bestonden niet, en in de Bermudadriehoek zijn statistisch gezien niet meer schepen gezonken dan in andere drukbevaren regio’s. Nu George Bush met zijn goedlopende theatervoorstelling ‘De Terreurdreiging’ niet meer op tournee gaat, hebben we een nieuw spookbeeld omarmd: de crisis van de dertiger jaren (de beurskrach en de Great Depression). Maar iemand die in ernst gelooft dat de huidige ‘ellende’ met die van toen op één lijn gezet kan worden, is niet wijzer dan een onnozel kind.
Ergo, de hunkering naar aandacht is punt 1. Het verlangen naar iets dat de sleur van alledag verbreekt, is punt 2. De biologisch verankerde zucht naar het griezelige is punt 3. Gebrek aan kennis en inzicht is punt 4; men roept maar wat. Daarbij dient aangetekend te worden dat tegenwoordig elke onbenul een microfoon onder zijn neus geduwd krijgt, met vooraan de zogenaamde BN’ers.
Denkend aan de ijsvogel; maak uw borst maar nat, want voor mijn vijfde en laatste punt moet ik het hebben over de aard van het beestje. Is ‘onze’ preoccupatie met slecht nieuws cultuurgebonden? De inheemse Nederlanders stonden ooit bekend als een proper en calvinistisch volkje; wellicht is die properheid dusdanig in ons bewustzijn geworteld, dat we telkens naarstig op zoek gaan naar een smetje op het blazoen; naar bezwaren, nadelen, afwijkingen en zonderlingen. Dat calvinisten door roeden en ruiten gaan om met hun eigen geweten in het reine te komen, voorkomt dat zij voorbijzien aan het falen van anderen, maar vergeven en vooral gedogen ligt wél op hun pad van predestinatie. Smetvrees en calvinisme… Dat is in bange tijden geen ideale combinatie.
Hoe vult u de volgende zinnen aan? Bronnen van … (infectie, inspiratie) Gezamenlijk … (verwerken, werken) Elkaar … (troosten, helpen). Zet u de schouders eronder, of bent u een product van onze gefeminiseerde, door de linkse kerk gedomineerde samenleving? Hoewel Balkenende niet bekend staat als een aanpakker van problemen, durfde hij wel de term ‘VOC-mentaliteit’ in de mond te nemen. De zure reacties van door hippies en provo’s opgevoede moraalgrazers maakte echter onmiddellijk duidelijk dat niet Jan Cordaat en Jan Compagnie de boventoon voeren in dit land, maar Jan Salie. (Weet u nog? ‘Jan, Jannetje en hun jongste kind’, van E. J. Potgieter.)
Helaas zijn de Nederlanders tot een zwak volkje verworden.
Jan Rab voelt zich hier als een paling in het water; hetzelfde geldt voor zijn uitheemse maten die zich al geruime tijd niet meer als gasten gedragen en zich opmaken voor een culturele coup d’etat. Jan Hen en Jan de Rijmer proberen met geknuffel en welgekozen woorden – of voorzichtige bewoordingen – de toekomst van onze kinderen veilig te stellen.
De autoriteiten durven niet op te treden in dit landje. Jawel, automobilisten het leven zuur maken met behulp van koddebeiers en bromsnorren die niet onderdoen voor middeleeuwse struikrovers… Jawel, hard werkende, brave belastingplichtigen het geld uit de zak kloppen middels een ondoorzichtig en benauwend belastingstelsel… Maar wordt de zware criminaliteit effectief bestreden? Wordt asociaal gedrag afdoende aangepakt? Worden de Nederlandse waarden en normen (dus de culturele identiteit) daadkrachtig beschermd? Als de overheid het laat afweten, trekt menigeen zich terug achter de eigen voordeur.
Men durft elkaar niet meer te corrigeren in dit landje. Stel je voor zeg, kritiek op een volwassen iemand leveren! Laat de collega’s maar lekker sms’en tijdens de vergadering; laat hun zonen en dochters maar lekker sms’en – met petje op – tijdens de lessen op school. Gewoon gedogen, want je zou eens ruzie kunnen krijgen…
Zijn er nog echte ondernemers – kerels en vrouwen van stavast - die niet samen naar de aapjes gaan kijken om te leren hoe zij leiding moeten geven of moeten ‘managen’? Zijn er nog doortastende doeners in dit land die geen consultants, therapeuten of cursusleiders nodig hebben? Een historicus heeft ooit geschreven (tegen het einde van de 19e eeuw, als ik het mij goed herinner uit de historiografiecolleges) dat mannelijke en vrouwelijke generaties elkaar afwisselen. Zijn stelling werd weggehoond door mijn professor. De mij omringende studenten hadden sowieso al een hekel aan het woord mannelijk, dus zij grinnikten gedwee. In zijn beperkte denkraam dacht mijn professor ongetwijfeld aan hordes stoere kerels binnen de ene generatie en kuddes verwijfde pantoffelhelden binnen de andere, maar volgens mij doelde de historicus – die wellicht de aanloop naar WOI heeft willen duiden – op avontuurlijke, strijdvaardige generaties tegenover voorzichtige vredelievende generaties.
Mannen zijn jagers en bouwers; in hun lust tot bouwen kampen zij met de neiging om alles wat er al staat of bestaat (gebouwen, politieke structuren, grenzen…) af te breken en te vernieuwen – door middel van sloop, strijd of oorlog. Zij geven hun zonen eredolken en geweren. Generaliserend gesproken zijn vrouwen gericht op huis en haard; zij stellen het welzijn van hun gezin boven de politieke of nationale idealen van de staat. Een moeder verstopt het geweer van zoonlief onder het bed, ongeacht de tijdloze tegenwerping van haar echtgenoot: ‘A man has to do what a man has to do’.
Dus, nu we economisch gezien laveren in zwaar weer; wat moet er gebeuren? Gewoon blijven bouwen, vernieuwen en ondernemen, en scherp aan de wind varen, zoals echte mannen altijd doen. In deze tijd van minstrelen, gladde kooplui en praatjes verkopende politici moeten de aanpakkers en doorzetters in het wand klimmen, de zeilen zetten, het schip op koers houden en (!) schoon schip maken. Dit is geen tijd voor emotie en lafhartig gedrag. Laat de echte kapiteins – of ‘captains of industry’ – opstaan; laat de journalisten, die allang het spoor bijster zijn, en de verdwaasd ronddolende analisten stoppen met het op stang jagen van de bevolking. Even doorbijten en deze stelregel in steen beitelen: Geld is slechts een middel en geen doel op zich. Want waar de crisis begonnen is, weten we allemaal.