OEFENVRAGEN ‘EEN NIEUWE TIJD’


1. Geef twee verschillen tussen ‘de nieuwe tijd’ en de Middeleeuwen.

2.
a. Wat is een gilde?
b. Wat is het verschil tussen reguliere en seculiere geestelijken?

3. wat betekende de Renaissance voor:
a. de kunsten
b. de wetenschap

4. De Portugezen waren in Azië anders ‘aanwezig’ dan in Amerika. Leg uit.

5. Geef twee redenen voor de Portugezen en Spanjaarden om een zeeweg (!) naar Azië/Indië te zoeken.

6. Denkend aan Giordano Bruno en Galileo Galilei… Wanneer gaf de kerk schoorvoetend (met tegenzin) wat ruimte aan ‘de nieuwe wetenschap’? Verklaar je antwoord.

7. Wat heeft de boekdrukkunst betekend voor het humanisme?

8. Wat hebben de Renaissance en het opkomende nationalisme te maken met de Hervorming?

9. Waarom voelden de boeren en arme stedelingen zich aangetrokken tot het protestantisme?

10. Geef een belangrijk verschil tussen Erasmus en Luther.

11. Waarom kreeg Luther steun en bescherming van een aantal Duitse vorsten?

12. In de Nederlanden kreeg Calvijn veel invloed. Beredeneer dat het calvinisme op twee (!) manieren heeft bijgedragen aan het ontstaan van de Tachtigjarige Oorlog / de Opstand.

13. Wanneer werd de Vrede van Augsburg gesloten, en waarom was die vrede een zware tegenslag voor keizer Karel V?