TITANENSTRIJD


Nimmer heeft de menigte naar de waarheid gehunkerd. Van de kennis die niet behaagt, wendt de massa zich af; zij verkiest het de dwaling te verafgoden, wanneer deze haar weet te verleiden. (La Psychologie des foules, Gustave Le Bon)

De ‘Verelendung’ waarvan Marx gesproken had, was dan toch gekomen; niet door de ongebreidelde hebzucht van industriebaronnen en fabrikanten, maar door de machtshonger van staatshoofden en hun ministers. Niet via de fabrieken waren de mensen in het verderf gestort, maar via de slagvelden. Niet het kapitalisme had gefaald, maar het liberalisme en het socialisme. De democratie – als staatsbestel – wankelde.

[drs. J. Veltmaat]

We schrijven het jaar 1918. Op 30 oktober geeft het Osmaanse/Ottomaanse Rijk – een multinationale staat – de strijd tegen de Fransen, Britten en opstandige Arabieren op.
Op 3 november werpt de Oostenrijkse keizer de handdoek in de ring, nadat zijn multinationale staat Oostenrijk-Hongarije uiteen gevallen was (oktober), en na een zware nederlaag van zijn leger tegen de Italianen bij Vittorio Veneto.
Het keizerrijk Duitsland staat nu alleen tegenover de koloniale grootmachten Engeland en Frankrijk. Weliswaar heeft Duitsland aan zijn oostfront de oorlog tegen Rusland gewonnen, maar aan het westfront vechten de Duitsers nog altijd tegen de gigantische overmacht van Fransen, Britten, Canadezen, Australiërs, Aziaten, Afrikanen… Daar waren, sinds april 1917, de Amerikanen bijgekomen.

Blokkade
Duitsland had zich, als trouwe bondgenoot van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije, in 1914 de Eerste Wereldoorlog in laten slepen. Maar ‘de man van het eerste uur’, Franz Joseph Karl, keizer van Oostenrijk en apostolisch koning van Hongarije – en vriend van de Duitse keizer Wilhelm II – was al in 1916 gestorven. Zijn opvolger wist de dubbelmonarchie/Donaumonarchie niet bijeen te houden in de verschrikkelijke oorlogsjaren.
Zonder de Oostenrijkers en zonder de Turken kunnen zelfs de Duitsers, omringd door vijanden en afgesneden van de Noordzee door de Britse vloot, deze uit de hand gelopen preventieve oorlog niet meer winnen. De overmacht is veel te groot. Door de blokkade en belegering hongert het Duitse volk; de industrie blijft verstoken van grondstoffen; het leger kampt met tekorten.

You smug-faced crowds with kindling eye
Who cheer when soldier lads march by,
Sneak home and pray you’ll never know
The hell where youth and laughter go.

(Suicide in Trenches, Sassoon)

In 1918, het laatste oorlogsjaar, sterven ruim 20 miljoen Europeanen aan de Spaanse griep; de verzwakte Duitse bevolking wordt hard getroffen. Ondertussen is het westfront in beweging gekomen door een Britse uitvinding: de tank. Deze vehikels fungeren als rijdende schilden: achter hun bepantsering weten vijandelijke soldaten – enigszins beschut tegen het spervuur van Duitse mitrailleurs – de Duitse loopgraven te bereiken. De rupsbanden maken korte metten met de prikkeldraadversperringen.



De zege is de Duitsers ontglipt… Na de Oktoberrevolutie in Rusland (1917) had Lenin vrede gesloten met Duitsland (de vrede van Brest-Litovsk, 3 maart 1918). Het Duitse oostfrontleger was naar het westfront in Frankrijk gedirigeerd; de tweefrontenoorlog was voorbij. Maar Amerika had de bui al zien hangen… In Amerikaanse ogen verliep de oorlog niet zoals gewenst, want de Britten hadden hun oorlogsinspanningen voor een flink deel gefinancierd met Amerikaans geld, en op grote schaal Amerikaans militair materieel op krediet ontvangen. Amerika had enorme bedragen uitgeleend aan Groot-Brittannië; mocht dat land ten onder gaan tegen Duitsland – en daar zag het naar uit – dan kon Amerika die ‘investeringen’ vaarwel zeggen. Amerika koos dus partij voor zijn grootste schuldenaar en ging vanaf 6 april 1917 meevechten.

Propaganda
De Amerikaanse bevolking was al klaargestoomd. In de Britse en Amerikaanse propaganda werden de Duitsers beschuldigd van oorlogsmisdaden in België. De smerigste misleiding was het offeren op ‘het altaar van de publieke opinie’ van de Lusitania. Dit schip, volgeladen met admiraliteitsgoederen (wapens en munitie) voor de Britten, werd – met 128 Amerikaanse burgers aan boord – willens en wetens naar een zone gestuurd waar Duitse onderzeeërs actief waren. Deze onderzeeërs hadden als taak het verhinderen van de bevoorrading van Groot-Brittannië; alle landen waren op de hoogte gesteld van hun aanwezigheid en opdracht. De Lusitania werd dus getorpedeerd. De Amerikaanse regering veinsde verontwaardiging. De media werden in de waan gelaten dat de Lusitania een passagiersschip was. In de Amerikaanse en Britse propaganda werden de Duitsers afgeschilderd als onmenselijke barbaren. De ‘ontmenselijking’ van de vijand was begonnen – de eerste stap richting een oorlog.

Het einde
Ook al stelt het Amerikaanse leger qua gevechtskracht niet veel voor, de getallen zijn overweldigend: vanaf april 1917 landden in Frankrijk circa 250.000 Amerikanen per maand; in totaal werpt de VS zo’n 4,4 miljoen mannen in de strijd.
Voor de moegestreden Duitsers is deze nieuwe golf van vijanden te veel. De novemberrevolutie in eigen land, waardoor keizer Wilhelm II moet aftreden en de Weimarrepubliek (Republiek van Weimar) ontstaat, geeft de frontsoldaten de ‘legendarische’ dolkstoot in de rug. De ware machthebbers sinds 1916, de generaals Ludendorff en Von Hindenburg, verzoeken de Entente om een wapenstilstand; deze wordt op 11 november 1918, om 05.00 uur getekend. Om 11.00 zal het ‘staakt het vuren’ van kracht worden. Van de tussenliggende uren maken een paar ‘verse’ Amerikaanse commandanten – belust op glorie en onderscheidingen, maar te laat op het toneel verschenen voor werkelijke roem – gebruik om nog duizenden soldaten zinloos de dood in te jagen.

HET INTERBELLUM

De mensen hebben het zwaar, heel zwaar, in de eerste jaren na de Grote Oorlog. Op de straten zwerven talloze bedelaars, waaronder veel verminkte veteranen. Van de soldaten die ‘ongeschonden’ uit de strijd zijn gekomen, is een groot aantal getraumatiseerd, na de niet te beschrijven gruwelijke slachtpartijen die zij aanschouwd hebben.
Werkloosheid, schrijnende armoede en… angst. Angst voor een revolutie van de goddeloze communisten. Die vrees was gerechtvaardigd: toenemende ellende (Verelendung) leidt tot revoluties. Ook Duitsland moest dat gevaar onder ogen zien: in oktober 1918 was een muiterij uitgebroken op de Duitse vloot; in november 1918 hadden de communisten in München en Berlijn een greep naar de macht gedaan; in januari 1919 beefde Berlijn op de grondvesten tijdens de Spartacus Opstand (Rote Wache).



Fascisme
In Italië weet Benito Mussolini de menigte te mobiliseren. Zijn land hoorde weliswaar bij de Entente, dus de ‘overwinnaars’, maar Italië had niet de beloofde gebiedsuitbreiding gekregen. Omwille van die gebiedsuitbreiding hadden de Italianen in 1915 hun alliantiepartners (de Oostenrijkers en de Duitsers) verraden – vanuit ‘sacro egoismo’ – en waren zij aan de kant van de Britten en Fransen gaan vechten. Het resultaat: 600.000 gesneuvelde Italiaanse jongens en mannen. Mussolini herinnerde zijn landgenoten telkens weer aan Vittorio Veneto, de ‘verminkte overwinning’. Die zege was verminkt, doordat de beloften uit het geheime Pact van Londen niet volledig ingelost waren.

Ook in Italië roerden de communisten zich. Zij vonden uiteraard veel aanhang onder de werklozen en armen, maar hun anti-religieuze en anti-kerkelijke standpunten zorgden tevens voor veel vijanden. Dat het rijke deel van de bevolking afkerig was van de communisten behoeft geen betoog. Mussolini deed de kapitalisten een ondubbelzinnige belofte: hij zou de communisten van de straat meppen. Zijn in zwarte overhemden geklede knokploegen (fasci di combattimento) gingen op straat de strijd aan met de knokploegen van de communisten. In een tijd zonder tv, tevens een tijd waarin talloze mensen analfabeet of ongeletterd waren, werd de politiek bedreven op stads- en dorpspleinen. Wie op straat heerste, had een sterke greep op het politieke gedachtegoed van de bevolking.

Na een intimiderende mars van zijn ‘zwarthemden’ richting Rome, wordt Mussolini in 1922 door de koning tot regeringsleider benoemd. Hij gaat verder als il Duce door het leven. Zijn fascisme was – net als het communisme – een revolutionaire beweging: een groot deel van de volksmassa was de impotente, telkens struikelende parlementaire democratie zat; talloze burgers verlangden naar een sterke leider, een man die orde kon scheppen in de chaos, een man die een einde zou maken aan de ellende. Zij hunkerden naar een ‘verlosser’. “Chi ci da la luce?” – “Il Duce!” (Wie geeft ons het licht? – Mussolini!)
“Il Duce ha sempre ragione!” scandeerde de menigte. (Il Duce heeft altijd gelijk!) De fascistische staat kreeg gestalte.

Kenmerken fascisme:
1. Zeer anti-communistisch
2. Extreem nationalistisch
3. Anti-liberaal
4. Het individu is ondergeschikt aan de staat
5. Verheerlijking van daadkracht en instinct


De Italiaanse jongen op de foto staat model voor een wezenlijk kenmerk van de totalitaire staat. De ideologie van de staat wordt kinderen met de paplepel ingegoten, op scholen en binnen jeugdbewegingen. Italië had de Balilla; de Sovjet Unie had de Komsomol; Het Derde Rijk had de Hitler Jugend. Voor de overgrote meerderheid van de Duitse jongens was het lidmaatschap van het Jungvolk en de Hitler Jugend een feest; nergens in de wereld hadden leeftijdgenoten het beter. Arbeidersjongens en boerenzonen gingen op excursies, gingen kamperen, konden zich uitleven tijdens Geländespielen, mochten sporten beoefenen die elders alleen voor de rijken waren weggelegd. JV en HJ waren een überpadvinderij waarin kameraadschap het hoogste goed was. Maar spelenderwijs (!) werden de jongens opgevoed in de ideologie van de staat, en opgeleid voor de strijdkrachten. Zowel fascistische als communistische landen zijn totalitaire staten.

Kenmerken totalitaire staat:
1. Een autoritaire leider; één politieke partij
2. Indoctrinatie (Gleichschaltung)
3. Geen Trias Politica
4. Psychologische dwang door een geheime politie (Gestapo)
5. De overheid drukt een stempel op elk aspect van het maatschappelijk leven (onderwijs, kunst, media, verenigingen, …)


In München volgt een veteraan uit de Grote Oorlog de ontwikkelingen in Italië nauwgezet. Zijn naam: Adolf Hitler, Oostenrijker van geboorte. De mannen van zijn knokploegen (de Sturm Abteilung / SA) dragen bruine overhemden, maar net als de zwarthemden van Mussolini vechten zij tegen het Rode Gevaar. Het gaat om ‘de macht op straat’, want wie de straten beheerst, domineert de mensen. Destijds las menigeen zelden of nooit een krant; destijds begreep de brede volksmassa weinig van het geschreven woord. De radio (indien aanwezig in een woonkamer) en het bioscoopjournaal verschaften slechts mondjesmaat informatie. Politieke denkbeelden werden verspreid in cafés en kroegen, mannen werden overtuigd – of afgetuigd – op pleinen en straathoeken.

In november 1923, een jaar na Mussolini’s ‘Mars op Rome’, doet Hitler een greep naar de macht in München. Deze staatsgreep, bekend als de Putsch (ook: Bierkellerputsch) mislukt. Hitler wordt berecht en veroordeeld tot vijf jaar achter de tralies, maar dankzij invloedrijke beschermers, waaronder Ludendorff, een van de twee grote generaals uit de Eerste Wereldoorlog, hoeft hij slechts dertien maanden in de gevangenis door te brengen. (Op 11 november 1923 werd hij gearresteerd; op 26 februari 1924 werd het vonnis uitgesproken; op 20 december 1924 kwam hij vrij.) In de gevangenis te Landsberg schrijft hij Mein Kampf (Mijn Strijd), het boek waarin hij zijn politieke ideologie en doeleinden wereldkundig maakt.

Duitsland
Hitler bestreed dus de communisten, maar hij had nóg een missie, en deze maakte hem ongekend populair: het smadelijke ‘Dictaat van Versailles’ zou door hem verscheurd worden. Het keizerrijk Duitsland bestond niet meer. De Republiek Duitsland (later genoemd de Republiek van Weimar) had zich – met het mes op de keel – door Frankrijk en Engeland een verdrag laten opdringen dat onacceptabel was voor elke normale Duitser. Beter gezegd: voor elk normaal mens.

Het Verdrag van Versailles:

Duitsland moest grote gebiedsdelen afstaan, onder andere: Elzas-Lotharingen aan Frankrijk; het gebied van de Poolse Corridor aan Polen; Noord-Sleeswijk aan Denemarken; een deel van Opper-Silezië aan Tsjecho-Slowakije.

De koloniën werden ingepikt door Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Zuid-Afrika, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland.

Duitsland werd vrijwel volledig ontwapend. Dit maakte de voormalige grootmacht praktisch weerloos tegenover vijandig gezinde omringende landen. In grensgebieden en langs de kust mochten geen versterkingen gebouwd worden. Duitse troepen mochten niet gelegerd zijn in het Rijnland.

In het beruchte artikel 231 van deel VIII werden Duitsland en zijn bondgenoten aangewezen als schuldigen voor het uitbreken van de wereldoorlog. Alleen zij. Zelfs in kringen van de Entente was dit bespottelijke artikel fel omstreden.

Oostenrijk mocht zich niet bij Duitsland voegen.

Alle koopvaardijschepen en een vijfde van de vissersvloot, alsmede locomotieven, machines, delfstoffen enzovoort moesten als herstelbetalingen in natura aan de overwinnaars gegeven worden.

Duitsland werd verplicht tot het betalen van fabelachtig hoge herstelbetalingen. Het totaalbedrag werd allengs in verschillende conferenties en regelingen aangepast, maar de verplichtingen bleven een bron van vernedering voor de Duitsers. In 1921 werden Duisburg en Düsseldorf door Entente-troepen bezet, in 1923 werd het Ruhrgebied door de Fransen en Belgen bezet.


Tijdens de oorlog had geen vijandelijke soldaat op Duitse bodem gestaan; de Duitse soldaten hadden zich, tegenover een gigantische vijandelijke overmacht, weten te handhaven op Russisch, Belgisch en Frans grondgebied. Toch had het keizerrijk de oorlog verloren; dat was voor de meeste Duitsers moeilijk te begrijpen. En de bepalingen uit het Dictaat van Versailles hadden iedereen verbijsterd. Vooral de Poolse Corridor was onverteerbaar: teneinde de nieuwe staat Polen (op de kaart gezet door de Entente-landen) toegang te geven tot de Oostzee, was Duitsland in tweeën gesplitst. Bovendien was Duitsland hierdoor belangrijke landbouw- en mijnbouwgebieden kwijtgeraakt.

Wie waren verantwoordelijk voor deze vernedering en bijna dodelijke aderlating? De beschuldigende vingers wezen naar de regering van de Republiek van Weimar. De revolutionairen waren schuldig; de keizer zou dit nooit hebben laten gebeuren. De parlementariërs die de keizer afgezet hadden, waren verraders: zij hadden de Duitse manschappen een dolkstoot in de rug gegeven. Een leger kan immers niet doorvechten wanneer in het thuisland de logistiek ontregeld wordt en de steun wegvalt.
Eigenlijk had de Republiek van Weimar geen kans… De regering werd verantwoordelijk gehouden voor het Dictaat van Versailles; de elite (de oude machthebbers ten tijde van de keizer) moesten niets hebben van de democratie; de communisten, wier revolutiepoging in januari 1919 bloedig was neergeslagen op bevel van de nieuwe regering, waren eveneens tegenstanders van deze republiek; de onoverbrugbare tegenstellingen tussen de andere politieke partijen zorgden ervoor dat het ene na het andere coalitiekabinet binnen korte tijd ten val kwam. De democratie functioneerde niet.

Politieke crisis na politieke crisis… En toen, in oktober 1929, kwam de beurskrach. Amerika stortte de wereld in ‘the Great Depression’; het ineenstorten van de Amerikaanse beurzen bracht een economische crisis teweeg die zijn weerga niet kende. Vooral Duitsland, sterk verzwakt door het verlies van kapitaalgoederen, landbouw-, mijnbouw- en industriegebieden, en door de last van de herstelbetalingen, werd zwaar getroffen.
De democratie had geen antwoord. Coalitieregeringen struikelden; parlementariërs debatteerden en bestreden meer elkaar dan de economische crisis; de burgers sjokten moedeloos naar de stemhokjes. Waar was de sterke man? Waar was de Verlosser?

Reichskanzler
Op 30 januari 1933 wordt Hitler benoemd tot premier (Reichskanzler) van een coalitieregering. Een dag na zijn aantreden schrijft hij, tot ieders verrassing of ontsteltenis, nieuwe verkiezingen uit. Hitler wil immers geen coalitieregering. Hij hoopt – nu hij als Reichskanzler het electoraat meer kan beïnvloeden dan voorheen, een absolute meerderheid te behalen; dan kan hij gaan regeren zonder eigenzinnige of weerspannige coalitiepartners.
De nieuwe verkiezingen staan gepland op 5 maart, en in de tussentijd lacht het geluk hem toe. Op 27 februari sticht een verdwaasde of louter onnozele Nederlandse communist (Marinus van der Lubbe) brand in het Duitse parlementsgebouw (de Reichstag). In het politieke klimaat van die tijd kan dat eenvoudig uitgelegd worden als het signaal voor, of de aanzet tot een communistische revolutie. Hitler maakt handig gebruik van de brand door de noodtoestand uit te roepen. Hierdoor worden delen van de grondwet buiten werking gesteld. Leden van de SA, voorzien van politie-bevoegdheden, zetten politieke tegenstanders zonder vorm van proces gevangen.
Op 5 maart weet Hitlers NSDAP bijna 44% van de stemmen te behalen; dat is dus geen absolute meerderheid, maar aangezien hij de communisten de toegang tot het parlement ontzegd heeft (zij hebben immers de brand gesticht) en hij de steun geniet van twee andere partijen, weet hij toch de Machtigingswet aangenomen te krijgen. Deze wet, bedoeld voor crisistijden, geeft de regering de bevoegdheid om wetten uit te vaardigen zonder het parlement bij de wetgeving te betrekken. Al snel weet Hitler het parlement volledig buiten spel te zetten. Alle partijen, behalve de NSDAP, worden verboden. Halverwege 1934 sterft de bejaarde president Von Hindenburg; de functies van Rijkspresident en Rijkskanselier versmelten vervolgens in de persoon van Hitler. Hij is nu in elk opzicht der Führer.

Het buitenland
Hitler doet zijn beloften gestand: binnen een paar jaar weet hij – stukje bij beetje – het desastreuze Verdrag van Versailles naar de prullenbak te verwijzen. In maart 1936 marcheren Duitse troepen het gedemilitariseerde Rijnland binnen. De Franse en Engelse burgers zien daar geen kwaad in: het is immers Duits gebied. De overheden leggen zich neer bij de publieke opinie. In hetzelfde jaar is Berlijn het centrum van de wereld tijdens de Olympische Spelen. Duitse atleten domineren de Spelen en behalen 33 gouden, 26 zilveren en 30 bronzen medailles. (USA 24, 20, 12; Hongarije 10, 1, 5; Italië 8, 9, 5) Met de geweldige infrastructuur en de vlekkeloos verlopen organisatie laat de Nazi-staat zich van zijn beste kant zien.
Een minder goede kant? De Neurenberger wetten hadden in 1935 de joden tot tweederangs burgers gemaakt, maar was dat zo vreemd of bijzonder afkeurenswaardig in die tijd? In de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, bestond een lange traditie van rassenscheiding. Deze segregatie die tot 1964 (!) duurde – dus tot bijna twintig jaar na WOII – had zelfs scherpere kanten dan de jodendiscriminatie van de jaren dertig. Tot de Civil Rights Act van 1964 moesten de negers in Amerika gebruik maken van aparte scholen, aparte horecagelegenheden, aparte openbare toiletten… In een aantal Amerikaanse staten was het voor blanken verboden om te trouwen met zwarten – net als in de Neurenberger wetten.



Ondertussen had Japan de aanval geopend op China. Mantsjoerije was al veroverd (1931), en in het verwezenlijken van imperiale ambities drong Japan verder China binnen, ongeacht de protesten van de Volkenbond.
Italië streefde ook naar een imperium. Tussen 1934 en 1936 viel Abessinië (Ethiopië) ten prooi aan de Italiaanse veroveringsdrang. Protesten van de Volkenbond, en zelfs opgelegde sancties, brachten Mussolini niet van zijn stuk. De halfslachtige sancties werden in 1936 alweer opgeheven.

Appeasement
Vergeleken met het optreden van Japan en Italië, waren Hitlers verdragsschendingen kruimelwerk. Natuurlijk, het was Duitsland en Oostenrijk verboden – in het Verdrag van Versailles – om samen een unie te vormen, dus toen Oostenrijk zich in 1938 toch aansloot bij Duitsland (de Anschluß), was het even slikken voor Londen en Parijs, maar ook deze schending van het verdrag rechtvaardigde geen oorlog. Ook al had de Oostenrijkse regering tegengestribbeld, de meerderheid van de Oostenrijkers wilde bij het Duitse rijk horen, en democratische landen zoals Engeland en Frankrijk konden daar niet met goed fatsoen een stokje voor steken.

Ook de volgende eis van Hitler was niet geheel onredelijk. Toen Tsjecho-Slowakije na WOI op de kaart gezet werd, hadden topografische (strategische) en economische overwegingen geprevaleerd. Dat in het Sudetenland – binnen de grenzen van Tsjecho-Slowakije – de meerderheid van de bevolking uit Duitsers bestond, werd niet als een zwaarwegend bezwaar gezien. Deze Sudetenduitsers wilden Heim ins Reich (thuiskomen in het Duitse rijk).
Tijdens de Conferentie van München (september 1938) beslisten Hitler, Mussolini, Chamberlain (Engeland) en Daladier (Frankrijk) over het lot van Tsjecho-Slowakije. Hitler en de Sudetenduitsers kregen hun zin: Sudetenland werd een deel van Duitsland.
Dit was het hoogtepunt van de zogenaamde appeasementpolitiek: de eisen van Hitler werden ingewilligd (hij werd ‘tevredengesteld’) teneinde de vrede te bewaren.
Nog geen jaar later werd Tsjecho-Slowakije opgedeeld tussen Duitsland, Hongarije, Polen (!) en een onafhankelijk Slowakije.

De kwestie Polen

De minderheden in Polen worden geacht te verdwijnen. Het Poolse beleid zorgt ervoor dat deze niet alleen verdwijnen op papier. Het beleid wordt meedogenloos uitgevoerd, zonder zich iets aan te trekken van de wereldopinie, internationale verdragen of de Volkerenbond. Galicia is in een hel veranderd onder het Poolse gezag. Over Wit-Rusland kan men hetzelfde zeggen met nog meer recht. Het doel van de Poolse overheid is de verdwijning van de nationale minderheden op de kaart en in de realiteit.

(Manchester Guardian, 14th December 1931)

De Poolse terreur in Galicia is erger dan elke andere wandaad in Europa. Galicia is een land van wanhoop en vernietiging geworden. De moorddadige activiteiten hebben zich vermenigvuldigd. De Duitsers zijn gemarteld, verminkt, door foltering om het leven gebracht; hun lijken zijn onteerd. Dorpen en paleizen zijn geplunderd, gebrandschat en opgeblazen. De gebeurtenissen, zoals ze geschilderd worden in het officiële verslag van de Duitse overheid in 1921, overtreffen de vreselijkste daden die men zich kan voorstellen.
(Les frontières orientales de l’Allemagne, Prof. Dr. René Martel, Paris 1930)

Wij weten dat de oorlog tussen Polen en Duitsland niet voorkomen kan worden. We moeten ons systematisch en energiek voorbereiden op die oorlog. De huidige generatie zal ervoor zorgen dat een nieuwe ‘Zege bij Grunwald’ (Grünfelde, Tannenberg, 1410) in de geschiedenisboeken geschreven zal worden. Maar we zullen deze Grunwald uitvechten in de buitenwijken van Berlijn. Het is ons ideaal om de grenzen van Polen recht te trekken langs de Oder in het westen en de Lausitzer Neisse, en om Pruisen van Pregel tot de Spree in te lijven. In deze oorlog zullen geen krijgsgevangenen worden gemaakt; er zal geen plek zijn voor humanitaire sentimenten.
(The Poolse krant Mosarstwowiecz, 1930)

De Polen als onschuldige, weerloze slachtoffers van Duitse en Russische agressie… Dat beeld is geschapen door de propaganda van de Geallieerden, tijdens en na de oorlog. Generaties zijn ermee opgevoed. Vergeten is dat die zelfde Polen op brute wijze de Duitse bevolking mishandeld en verdreven hadden uit Opper-Silezië, Posen en West-Pruisen (het Duitse grondgebied dat na de Eerste Wereldoorlog aan de nieuwe staat Polen toegewezen was).

Door velen is vergeten dat de nieuwe staat Polen, gesteund door Frankrijk, tussen 1919 en 1921 een offensieve oorlog voerde tegen de West-Oekraïense Volksrepubliek en tegen Rusland (de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek). In Rusland woedde destijds een burgeroorlog, na de machtsovername door Lenin en zijn Bolsjewieken. Het resultaat van de Pools-Russische oorlog: de Poolse oostgrens werd opgeschoven naar het oosten; drie miljoen Russen leefden voortaan onder Pools gezag.

Het Molotov-Ribbentroppact
Het was dus niet zo vreemd dat Hitler en Stalin een niet-aanvalsverdrag sloten waarin zij afspraken de grenzen van voor de Eerste Wereldoorlog te herstellen: Polen zou opgedeeld worden tussen Duitsland en de Sovjet Unie. In dat Molotov-Ribbentroppact (genoemd naar de ministers van Buitenlandse Zaken) werd tevens afgesproken dat Stalin Finland mocht inlijven; ook dat behoorde immers tot het Russische tsarenrijk, voordat het Vredesverdrag van Brest-Litovsk en het Verdrag van Versailles Europa een nieuw uiterlijk gegeven hadden.



Het ging goed met Duitsland, in ieder geval in de ogen van de oppervlakkige toeschouwer – dus de gewone burger. Hitler had het volk uit de recessie en de malaise getrokken. Na het ineenstorten van de wereldeconomie had de economie zich herschikt in handelsblokken. Groot-Brittannië had zijn imperium; Frankrijk had zijn koloniale rijk; aan weerszijden van de Stille Oceaan loerden Amerika en Japan naar elkaar. Autarkie was het toverwoord geworden: economische blokken die zelfvoorzienend waren, moesten voorkomen dat zich nogmaals een wereldwijde crisis zou aandienen. Het enige blok dat voor Duitsland te scheppen was, bestond uit de Baltische staten, Oostenrijk, Oost-Europa en de Balkan. Agrarische producten, delfstoffen en industriële producten zouden daar tolvrij en zonder andere handelsbelemmeringen verhandeld moeten worden. Maar die Großraumwirtschaft was niet te realiseren zonder oorlog…

Dankzij werkgelegenheidsprojecten – het bekendste project is de aanleg van Autobahnen – en een herbewapeningsprogramma wisten de Nazi’s de werkloosheid in Duitsland tot nul te reduceren. Jonge mannen, in de leeftijd 19 tot 24, werden opgeroepen in de Reichsarbeitsdienst (RAD); daar werden zij te werk gesteld in de landbouw en de civiele sector.
De organisatie Kraft durch Freude, een onderdeel van het Deutsche Arbeitsfront (DAF), organiseerde betaalbare vrijetijdsbestedingen, dagtochtjes en vakanties voor gewone mensen – dat was destijds ongekend in de wereld. Speciaal voor KdF werden cruiseschepen gebouwd en een reusachtig badhotel op Rügen. KdF begon ook met de productie van een voor veel mensen betaalbare auto (de Volkswagen Kever).

Rassenpolitiek
Ook al hadden de jodenvervolgingen niets met de Tweede Wereldoorlog te maken (zij vormden geen oorzaak, geen aanleiding, noch een gevolg), in de meest rabiate, zelotische vorm vonden zij plaats ten tijde van de oorlog, dus het antisemitisme moet hier – kort – besproken worden.
De Nazi’s grepen in hun rassenpolitiek terug op zeer oude Europese esoterische tradities, waarin het denkbeeld geheiligd werd dat het bloed de drager van de ziel is. De ziel is de goddelijke kwintessens: het vijfde element, naast aarde, water, lucht en vuur. Daaruit volgde dat het bloed van een volk zo zuiver mogelijk gehouden moet worden.

Dat laatste was een vrij normaal denkbeeld in de 19e eeuw, lang voordat de Nazi’s aan de macht kwamen. Tal van wetenschappers hadden betoogd dat zuiver gebleven rassen superieur waren, en dat het noodzakelijk was om de essentiële kenmerken van een ras of volk te bewaren. In het Nederlandse volkslied (tot 1932!) stond: Wien Neêrlandsch bloed in de ad’ren vloeit, van vreemde smetten vrij …

Tegen het einde van de 19e eeuw kwam ook het sociaal-darwinisme op: net zoals de plant- en diersoorten in de evolutieleer van Darwin, moesten rassen en volken zich voegen naar de wetmatigheden ‘struggle for life’ en ‘survival of the fittest’. Ooit had de Homo Sapiens de Neanderthaler verdreven; de Kelten moesten wijken voor de Romeinen; de Noord-Amerikaanse Indianen voor Europese kolonisten; de lijst is lang.

In Duitsland ontstond de Religie van het Bloed. Binnen de ‘kerk’ van dat geloof – waarin SS’ers de krijgshaftige opperpriesters en paladijnen waren – werd geleerd dat het Arische ras (ook: Nordische of Noordse ras) bestaat uit Germanen (Zweden, Noren, Denen, Duitsers, Nederlanders, Britten, …) en Romanen (Italianen, Fransen, Spanjaarden, …). De Romanen hebben zich echter meer dan de Germanen vermengd met andere rassen. De Germanen en Romanen moeten middels raciale selectie en Lebensborn (een voortplantingsprogramma met een zo raszuiver mogelijke genenpoel) toewerken naar raszuiverheid, zodat de inerte, sluimerende krachten van het Arische ras weer werkzaam kunnen worden. (Denk daarbij aan telepathie, telekinese, occulte krachten en ‘het zesde zintuig’.) De Slaven, de derde Europese volksstam, levend in Oost-Europa, moeten onderworpen worden, omwille van Lebensraum voor het Arische ras.

Hitler: “Geweld zonder spirituele basis is gedoemd te mislukken.”

En de joden/Joden? Zij waren destijds de enige niet-Europeanen in Europa; de multiculturele samenleving bestond nog niet. Het antisemitisme is bijna zo oud als het christendom. Zelfs tot op de dag van vandaag worden de joden door veel christenen gezien als de verraders van Jezus. En dat de joden weigeren Jezus te erkennen als de zoon van God – zij zien in hem slechts een van de vele profeten – is onvergeeflijk. Bovendien zijn de joden tegen evangelisatie, want zij zien zichzelf als het ‘uitverkoren volk’ – een arrogantie die kwaad bloed zet bij andere gelovigen.

In de Middeleeuwen mochten joden geen land bezitten. Zij mochten tevens geen lid worden van een gilde, hetgeen betekende dat zij nergens een ambacht mochten uitoefenen. De joden moesten dus – noodgedwongen – de handel en het geldwezen in, maar… handelaar of koopman was geen eerzaam of fatsoenlijk beroep. Een handelaar produceert immers niets; hij maakt winst ten koste van een verkoper en een koper. En het geldwezen? In het Middeleeuwse christelijke denken was rente berekenen zondig. Ook ‘bankiers’ (woekeraars) werden dus met de nek aangekeken.

Ten tijde van en na de Industriële Revolutie had je zeer rijke joden (zij die succesvol waren als bankiers, investeerders, beleggers, speculanten…) en heel veel zeer arme joden. De eerste groep wekte afgunst en werd verantwoordelijk gehouden voor economische crises en recessies; joden uit de tweede groep konden alleen aan een baan komen door minder loon te accepteren dan hun christelijke collega’s. Werkgevers namen nu eenmaal liever mensen in dienst die naar dezelfde dominee of pastoor luisterden (‘samen’ in de kerk). Maar als joden – noodgedwongen – minder loon accepteerden… Kortom, ook christelijke arbeiders moesten genoegen nemen met minder geld in het loonzakje of in de handpalm, want hun banen zouden zomaar ingepikt kunnen worden door goedkopere joden. Dat werd die ‘onderkruipers’ niet in dank afgenomen.



In 1215 werd in tal van Europese landen het ‘samenleven met Saracenen’ en ‘contacten met joden’ verboden. Moslims en joden moesten een geel herkenningsteken dragen; in sommige steden zelfs een puntmuts. In 1290 verbande koning Edward I alle joden uit Engeland. In 1492 (het jaar van Columbus) begon men in Spanje met het vermoorden en verdrijven van ruim 400.000 joden. In 1516 mochten joden zich eindelijk binnen de stadsgrenzen van Venetië vestigen, maar ze mochten overdag alleen met een herkenningsteken hun getto (Ghetto) uit. In 1882 begonnen de pogroms in Rusland. In 1901 werd in Rusland de Unie van het Russische Volk opgericht, met als voornaamste programmapunt de vernietiging van alle joden in Rusland.

Het waren geen zachtzinnige tijden. In 1915 (gedurende de Eerste Wereldoorlog) hebben de Turken anderhalf miljoen Armeniërs die binnen het Turkse/Osmaanse/Ottomaanse Rijk woonden, om het leven gebracht. Deze genocide wordt nog steeds niet door de Turkse overheid erkend. De repressieve maatregelen, de terreur en de ‘zuiveringen’ van Stalin hebben tien miljoen (!) doden opgeleverd binnen zijn eigen Sovjet Unie. Hij heeft een mooi graf waar regelmatig bloemen op worden gelegd.

Die Geschichte soll nicht das Gedächtnis beschweren, sondern den Verstand erleuchten. (Gotthold Ephraim Lessing, 1729-1781)
De geschiedenis moet niet de herinnering belasten, maar het verstand verhelderen.

DE TWEEDE WERELDOORLOG

Op 1 september 1939 is het zover: Duitse troepen overschrijden de grens met Polen. In hoeverre Poolse provocaties daaraan vooraf gegaan zijn, doet eigenlijk niet ter zake, want Hitler had geen keuze: het gebied van de Poolse Corridor moest en zou terugveroverd worden. Oost-Pruisen moest en zou weer onlosmakelijk verbonden worden met de rest van Duitsland. Het ‘landje pik’ van Polen kon niet langer getolereerd worden.
De Sovjet Unie valt op 17 september vanuit het Oosten Polen binnen, geheel volgens de afspraak in het Molotov-Ribbentroppact.

Het door de geallieerde propaganda geschetste beeld dat Polen een vrijwel weerloos slachtoffer was, klopt niet. In werkelijkheid had Polen, geregeerd door een militaire dictatuur, op papier een van de sterkste legers van Europa, met een gepantserde cavalerie (tanks) en een gemechaniseerde infanterie. Ook de Poolse luchtmacht was vrij sterk. Deze werd niet (!) snel, ‘nog op de grond’ uitgeschakeld, zoals in de propaganda werd beweerd. Superieure Duitse tanks? Nee. Deze waren aan het begin van de Tweede Wereldoorlog zeer licht en konden eenvoudig uitgeschakeld worden door Poolse antitankwapens. De superieure Duitse tactiek (Blitzkrieg) was beslissend in deze oorlog.

Op 3 september komt in Berlijn de onheilstijding binnen: Frankrijk en Groot-Brittannië hebben Duitsland de oorlog verklaard. Dat was een streep door de rekening van Hitler. Duitsland had namelijk geen enkele agressieve bedoeling richting het westen. Het bewijs daarvoor is zelfs nu nog zichtbaar: de Westwall. Tegen hoge kosten en met de inzet van zeer veel arbeidskrachten had Hitler een verdedigingslinie laten aanleggen langs de grens met Nederland (ten zuiden van de Rijn), België, Luxemburg en Frankrijk, tot aan Zwitserland. Als het Duitse leger in het oosten (!) aan het vechten was – omwille van Lebensraum – mocht het vaderland immers niet ‘voor het grijpen liggen’.

Zeer opmerkelijk was, dat Engeland en Frankrijk na 17 september niet (!) de oorlog verklaarden aan de Sovjet Unie, terwijl dat land toch ook Polen was binnengevallen. Sterker nog: op 30 november opent Stalin – ongestraft – de aanval op Finland.

Er breekt een periode aan die we de phoney war (nepoorlog), Sitzkrieg (zitoorlog) of schemeroorlog noemen: er gebeurt nagenoeg niets. Frankrijk en Duitsland ‘zitten’ gewapend tegenover elkaar, aan de grens; de Fransen in hun Maginotlinie, de Duitsers in hun Westwall. De Britten staan paraat, maar doen niets. Dit is voor Hitler een onverdraaglijke situatie. Tijd is kostbaar, en zijn legers kunnen niet aan een opmars in Oost-Europa beginnen zolang in het westen twee sterke vijanden op hun kans loeren om Duitsland in de rug aan te vallen.

Hitler en zijn generale staf verzinnen een vierstappenplan waarmee deze nieuwe grote oorlog gewonnen kan worden:

1. Bondgenoot Italië moet Engeland bezig houden in de Middellandse Zee en Noord-Afrika; bondgenoot Japan moet Engelse eskaders en manschappen ‘binden’ in Azië.
2. Frankrijk moet snel, in een Blitzkrieg, verslagen worden.
3. Engeland moet, nadat zijn bondgenoot Frankrijk zich overgegeven heeft, verleid worden tot een vredesovereenkomst (Ausgleich).
4. Operatie Barbarossa (de aanval op de Sovjet Unie omwille van grondstoffen en Lebensraum).


1a. Italië
Bondgenoot ‘Il Duce’ Mussolini had zijn eigen plannen, maar hij nam veel te veel hooi op de vork: met zijn slecht voorbereide en schamel geëquipeerde leger lanceerde Mussolini een aanval op Griekenland én Brits-Egypte. Al snel leden de Italianen aan beide fronten zware verliezen en werden zij teruggedreven. Om een totale ineenstorting van de Italiaanse krijgsmacht te voorkomen, moest Duitsland ingrijpen. Hitlers Wehrmacht trok op 7 april 1941 Joegoslavië en Griekenland binnen. Op 17 en 27 april capituleerden respectievelijk de Joegoslaven en de Grieken. Maar om te voorkomen dat de Britten vanuit Noord-Afrika hier een bruggenhoofd zouden vestigen, moest een Duitse bezettingsmacht achterblijven; deze manschappen waren eigenlijk nodig voor operatie Barbarossa.
In Noord-Afrika schoot de beroemd geworden generaal (later veldmaarschalk) Erwin Rommel de Italianen te hulp. Bijgenaamd ‘de woestijnvos’, was hij de schrik van de Britten, maar zijn Afrika-Korps kampte voortdurend met een tekort aan manschappen en materieel. De oorlogsinspanningen van Duitsland waren immers voornamelijk gericht tegen de Russen, aan het oostfront. Uiteindelijk moest zelfs de grote Rommel terugtrekken, tegenover een enorme overmacht van Britten en Amerikanen. Aan het einde van de oorlog leidde dit tot een geallieerde invasie in Italië, waar de Duitsers tegenstand moesten bieden, aangezien het regime van Mussolini ten val gebracht was door de Italiaanse bevolking.

1b. Japan
Bondgenoot Hirohito, de keizer van Japan, had zijn eigen agenda… Japan was al jaren in oorlog met China; deze strijd ging gepaard met ongekende wreedheden, getuige het ‘bloedbad van Nanking’. Nadat Amerika, Engeland en Nederland de export van olie en staal naar Japan verboden hadden, besloot Japan – in een vertwijfelde gok – om de Amerikanen uit het Aziatische deel van de Stille Oceaan te verdrijven. Japan beschikte zelf nauwelijks over grondstoffen; van de voor oorlogvoering onmisbare olie moest zelfs 90% geïmporteerd worden. Op 7 december 1941 opende Japan de aanval op Siam (Thailand), Malakka/Maleisië (Engels gebied), de Filipijnen (Amerikaans gebied) en de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor op Hawaï. Vier dagen later verklaarde Duitsland de oorlog aan de VS.
Tot juni 1942 moesten de Amerikanen en Britten de ene na de andere nederlaag – te land en ter zee – bijschrijven in hun militaire geschiedenisboeken: Hongkong en Singapore gingen verloren; Birma, Nederlands-Indië en tal van eilanden vielen ten prooi aan de Japanse veroveringsdrang. Een geallieerd eskader onder leiding van de Nederlandse schout-bij-nacht Karel Doorman probeerde de Japanse invasievloot in de Javazee te stoppen. De Nederlandse, Amerikaanse, Britse en Australische schepen werden in die zeeslag vernietigd. Hoewel Doorman zichzelf tijdens het zinken van zijn vlaggenschip ‘De Ruyter’ nog in veiligheid had kunnen brengen, koos hij ervoor om met zijn schip ten onder te gaan. De Nederlandse marine heeft na de oorlog drie schepen naar hem genoemd; in 2014 komt het vierde schip met zijn naam in de vaart.
Tijdens de zeeslag in de Koraalzee werden voor het eerst vliegdekschepen tegen elkaar ingezet. De Japanners boekten een tactische overwinning op de Amerikanen, maar de opgelopen schade zou de eerstvolgende zeeslag beïnvloeden: de Slag bij Midway (juni 1942). Dit werd het keerpunt van de oorlog in Azië. Na vier dagen strijd waren vier Japanse vliegdekschepen met hun 248 vliegtuigen vernietigd. De Amerikanen verloren één vliegdekschip en 100 vliegtuigen. De Japanse industrie had drie jaar nodig om deze vier schepen te vervangen; de Amerikanen produceerden in die tijd vierentwintig (!) vliegdekschepen.
Het werd een uitputtingsoorlog die Japan onmogelijk kon winnen: tegenover de Japanse vechtlust (en fanatisme) stond het gigantische materiële overwicht van de Amerikanen. De VS ging bovendien over tot het massaal bombarderen van Japanse steden, met als gruwelijk hoogtepunt het bombardement op Tokio, waarbij ruim 84.000 (!) burgers gedood werden. In totaal vielen door die bombardementen zo’n half miljoen doden.
Met de inzet van kamikaze-piloten en middels banzai-aanvallen (door infanteristen) probeerde de Japanse legerleiding het tij te keren, maar tijdens de Slag in de golf van Leyte (oktober 1944) moest Japan het met 4 vliegdekschepen, 9 slagschepen, 19 kruisers, 34 destroyers en 200 vliegtuigen opnemen tegen 17 vliegdekschepen, 18 escortevliegdekschepen, 12 slagschepen, 24 kruisers, 141 destroyers, 1500 (!) vliegtuigen, kleinere schepen en onderzeeërs van de USA.
Omdat de oorlog naar zijn zin te veel Amerikaanse militairen het leven kostte, greep de nieuw aangetreden Amerikaanse president Harry Truman naar het atoomwapen: op 6 augustus 1945 viel een atoombom op Hiroshima; drie dagen later was Nagasaki aan de beurt. Het resultaat: ruim 310.000 dode burgers en Japans onvoorwaardelijke overgave.

2. Frankrijk
In mei 1940 komt in West-Europa een einde aan de phoney war (Sitzkrieg). De Wehrmacht trekt, bovenlangs de Franse Maginotlinie en de ondoordringbare Ardennen, via Sedan Frankrijk binnen. Met de snelheid die eigen is aan een Blitzkrieg overrompelen de Duitse troepen hun tegenstanders. (Blitzkrieg: Aan het zicht van de vijand onttrokken – door een rookgordijn of door het terrein – ballen tankeenheden zich in een gepantserde vuist samen en slaan zij een gat in de vijandelijke verdediging. Deze tankcolonne doorbreekt de vijandelijke linie; een deel van de tankeenheden waaiert uit achter de frontlijn en valt daar de vijand in de rug aan; een ander deel stoot door naar artilleriestellingen en troepen die door de vijand in reserve worden gehouden. Duitse duikbommenwerpers, die fungeren als verdragende artillerie, bestoken de vijandelijke artillerie, reserve-eenheden, aanvullingsplaatsen en aanvoerlijnen. Gemechaniseerde infanterie-eenheden doorbreken de vijandelijke linies en voorkomen dat de teruggeworpen vijand zich kan hergroeperen en voorbereide grendelstellingen kan betrekken.) Van het Britse leger wisten bijna 220.000 man, samen met ruim 120.000 Fransen, via Duinkerke(n) te vluchten over het Nauw van Calais naar Engeland. Waarom de Duitsers deze ontsnapping hebben toegestaan, blijft tot op de dag van vandaag een bron van speculatie.
Misschien omdat Hitler hoopte op een Ausgleich met Engeland? Het decimeren van een Brits leger was dan geen goed begin… Maar het Duitse leger was in 1940 nog niet op volle oorlogssterkte; wellicht hebben de Duitse generaals zo min mogelijk risico’s willen nemen, wetend dat zij weinig manschappen en materieel in reserve hadden. Hoe het ook zij, Frankrijk capituleerde op 22 juni.



Noorwegen en Denemarken waren al in april veroverd; de verovering van Nederland en België was, in de oorlog met Frankrijk, een strategische noodzakelijkheid. Enerzijds moesten de Duitse eenheden door Nederland en België om de Britten en Fransen op de lijn Breda – Namen in de tang te kunnen nemen, anderzijds moesten zij de landing van een Britse strijdmacht op de Nederlandse of Belgische stranden onmogelijk maken. De Britten zouden anders de Duitse eenheden in de flank of rug kunnen aanvallen of het Ruhrgebied bedreigen.
Het Belgische leger hield achttien dagen stand. Het Nederlandse leger capituleerde, na een reeks militaire blunders, binnen vijf dagen – het bombardement op Rotterdam (800 doden) versnelde de overgave. Overigens hebben Nederlandse soldaten moedig gevochten op de Grebbeberg en bij Kornwerderzand.

Over de Bezetting worden veel fabeltjes verteld. De feiten zijn:

Heel Nederland werd in het eerste oorlogsjaar ‘bezet gehouden’ door drie- tot vierhonderd (!) Duitsers.
Voor de Wehrmachtsoldaten die daarna kwamen, was Nederland een oase van rust in het geweld van de oorlog.
Slechts 56 van de circa 2000 Nederlandse officieren weigerden na de overgave de erewoordverklaring te ondertekenen, waarin zij moesten beloven zich op geen enkele wijze tegen de Duitse bezetter te zullen verzetten. (Zij werden – na hun weigering – naar kasteel Golditz gebracht, waar zij de rest van de oorlog in redelijk comfort mochten doorbrengen.)
Meer dan 20.000 Nederlanders namen dienst in de Waffen-SS.
Het hoogste percentage joden van West-Europa is weggevoerd uit Nederland. Nederlanders hebben de joden geïsoleerd en op grote schaal verraden. (Nota bene: in de ‘Nazi-hoofdstad’ Berlijn zaten tegen het einde van de oorlog nog 6.000 joden ondergedoken bij Duitsers.)
Groningen is vrijwel alle joden kwijtgeraakt zonder dat er een Duitser aan te pas kwam. De Nederlandse politie heeft heel efficiënt gewerkt.
De houding van de Nederlandse bevolking wordt gekarakteriseerd of getypeerd met het begrip accommodatie.


3. Engeland
Het vijandige eiland voor de kwetsbare stranden van West-Europa bleef in de oorlog. Churchill, de weerbarstige nieuwe premier van Engeland, voelde niets voor een overeenkomst met Hitler. Om zijn argumenten kracht bij te zetten, gaf Hitler zijn Luftwaffe de opdracht om luchtaanvallen uit te voeren op Brits grondgebied. Boven Engeland werd the battle of Britain uitgevochten. Twee maanden lang waren de aanvallen van de Luftwaffe gericht tegen vliegvelden van de Royal Airforce in het zuiden van Engeland. Toen – bij vergissing – een deel van Oost-Londen getroffen werd, reageerde de Airforce met een vergeldingsaanval op Berlijn. Dit leidde vervolgens tot een bombardement op Londen. Teneinde het moreel van de vijand te breken werden meer burgerdoelen gebombardeerd, zonder het gewenste resultaat. Deze bombardementen waren overigens gericht tegen de infrasructuur en de fabrieken die zich meestal aan de randen van de steden bevonden. Een uitzondering was Coventry, waar de industrie zich in het centrum bevond, maar ook daar vielen ‘slechts’ 550 doden. Deze bombardementen zijn niet te vergelijken met de terreurbombardementen die een paar jaar later op Duitse steden uitgevoerd werden door de Britten en Amerikanen. (Voorbeelden: Hamburg 42.000 doden; Dresden 30.000 doden.)
Na de oorlog bleek trouwens dat Churchill op de hoogte was van de Duitse plannen met betrekking tot Coventry, maar hij ondernam geen actie om de stad te beschermen. Dit is enigszins begrijpelijk, omdat de wiskundigen en codebrekers van de Government Code and Cipher School er in geslaagd waren om het Duitse berichtenverkeer te ontsleutelen. De Duitsers maakten gebruik van de onkraakbaar geachte codeermachine Enigma; zij mochten niet het vermoeden krijgen, meende Churchill, dat de cryptische taal van Enigma ‘gekraakt’, ofwel ontcijferd was, dat hun geheimtaal door de vijand verstaan werd. Voortaan werd de naam ULTRA gebruikt voor alle informatie die te danken was aan decryptie van het Duitse berichtenverkeer. De geallieerde opperbevelhebber Eisenhower heeft na de oorlog verklaard dat ULTRA beslissend is geweest voor het verloop van de Tweede Wereldoorlog. Duitse onderzeeërs (de U-boten die twee jaar lang de Atlantische Oceaan beheersten) konden opgespoord en vernietigd worden; Duitse troepenbewegingen waren geen verrassing meer; Duitse geheime operaties mislukten ‘toevallig’… De Amerikanen en Britten waren op het slagveld en qua wapentechnologie veruit de mindere van de Duitsers, maar de Britse nerds hebben een zeer belangrijke rol gespeeld.
Duitsland verloor grote aantallen vliegtuigen in de luchtoorlog boven Engeland; toestellen die dus ontbraken in de oorlog met de Sovjet Unie. En zolang er dreiging uitging van Engeland in het westen, konden de Duitse legers niet voltallig naar het oosten oprukken. Nóg belangrijker voor het verloop van de oorlog: zonder de Engelse vliegvelden waren de terreurbombardementen op de Duitse steden niet mogelijk geweest; zonder die vliegvelden hadden de geallieerden het luchtruim boven het Kanaal niet kunnen beheersen en was de amfibische landing in Normandië uitgelopen op een bloedbad voor de Britten, Canadezen en Amerikanen; zonder een gestage, geleidelijke opbouw van een invasieleger op dat eiland, en zonder het gebruik van Engelse havens waren de operaties Overlord en Neptune (D-day) überhaupt onmogelijk geweest. Zonder Engeland had Amerika in Europa weinig kunnen betekenen. Aan de andere kant… Zonder Engeland en Frankrijk zou hoogstwaarschijnlijk geen Duitse soldaat richting het westen gemarcheerd zijn.

KAART Europa 1942



4. Operatie Barbarossa
Dat het niet-aanvalsverdrag tussen Duitsland en de Sovjet Unie geen lang leven beschoren zou zijn, wist iedereen. Hitler had allerminst een geheim gemaakt van zijn plannen met betrekking tot Lebensraum, en Stalin wist dat zijn aartsvijand (fascisme/nationaal-socialisme en communisme zijn elkaars tegenpolen) een begerig oog had laten vallen op de Russische olievelden. Zonder die olie en andere Russische grondstoffen zou Hitlers ‘Duizendjarige Rijk’ een vroege dood sterven.
Maar Stalin had tijd gewonnen, en hij had – dankzij het verdrag met Hitler – de grenzen van het tsarenrijk kunnen herstellen. Die tijd was belangrijk: veel bekwame generaals en andere hoofdofficieren waren door hem weg gezuiverd; zijn Rode Leger werd geleid door rechtgeaarde, maar onervaren communistische ‘jonkies’. De gekneusde commandostructuren moesten zich kunnen herstellen; het verzwakte leger moest kunnen aansterken.
Dat het Rode Leger zwakker was dan de omvang deed vermoeden, was gebleken tijdens het offensief tegen Finland (1939). Het moeizame verloop van die Russische campagne was Hitler niet ontgaan. Het leidde bij hem zelfs tot onderschatting van de Russische beer. Hij beval zijn generaals om de aanval op de Sovjet Unie te openen, hoewel het Duitse leger daar eigenlijk nog niet klaar voor was. Dat laatste was geen groot probleem, mits (!) de strijd vóór de gevreesde Russische winter beslecht zou zijn, maar doordat de Duitsers eerst de Italianen uit de brand moesten helpen in Zuid-Europa en Noord-Afrika, kon Operatie Barbarossa pas in juni beginnen.
In de maand juni van het jaar 1941 begon de Tweede Wereldoorlog pas echt. De twee Titanen namen elkaar in een wurggreep die voor één van beiden tot fatale ademnood zou leiden, terwijl de ander zo’n 8,5 miljoen (!) gesneuvelde militairen te betreuren had. (Ter vergelijking: de Amerikanen verloren slechts 150.000 man in Europa.)

Aanvankelijk verliep de strijd voorspoedig voor de Duitse legergroepen. Middels Blitzkrieg-tactieken wisten zij in een duizelingwekkende vaart het oneindige, monotone Russische landschap binnen te dringen. Russische divisies en hele legerkorpsen werden omsingeld en vernietigd; gigantische aantallen soldaten werden krijgsgevangen gemaakt, hetgeen logistieke problemen met zich meebracht.
In juli 1941 leek het erop dat Duitsland de oorlog gewonnen had. Maar het Rode Leger beschikte over zes miljoen mannen die door hun commandanten als kanonnenvlees in de strijd gegooid werden. In de westerse militaire traditie behoren officieren en onderofficieren de verliezen te beperken; zij worden geacht hun ondergeschikten zo veel mogelijk overlevingskansen te bieden, maar de bolsjewieken stuurden echelon na echelon in zelfmoordaanvallen op de verbijsterde Duitsers af.

Dit was geen gewone oorlog. Het ging niet alleen om grondstoffen of grondgebied: het communisme en het nationaal-socialisme vochten een existentiële strijd met elkaar uit; de ene ideologie kon niet voortbestaan naast de andere. De wereld was niet groot genoeg voor de Sovjet-Unie en het Derde Rijk samen.

Operatie Barbarossa is niet zomaar genoemd naar een Middeleeuwse keizer. Frederik I ‘Barbarossa’ (Roodbaard) was keizer van het Heilige Roomse Rijk (ook: het Rooms-Duitse Rijk) en leider van de Derde Kruistocht. Tijdens die kruistocht werd de Duitse Orde opgericht, een geestelijke ridderorde die een belangrijke rol ging spelen in de Baltische kruistochten, gericht tegen de heidenen in Polen en de Baltische landen. De Duitse Orde stichtte in het oostelijke Oostzee-gebied Ordensbuchten, Ordensprovincies en een eigen staat. De Nazi’s verkondigden dat hun eigen ideologie de geestelijke uitdrukking was van het Wezen dat – in de Middeleeuwen – belichaamd werd door de Duitse Orde. Daaraan herinneren de kaderscholen voor de nazi-elite, gevestigd in Hitlers Ordensburgen (Ordensburchten). Hitler beval de uithongering van het Russische volk; Stalin had middels terreur en zuiveringen de bevolking van zijn eigen communistische heilstaat al met tien miljoen mensen doen krimpen.

Adolf Hitler: “Das Schwache muß weggehämmert werden. In meine Ordensburgen wird eine Jugend heranwachsen, vor der sich die Welt erschrecken wird. Eine gewalttätige, herrische, unerschrockene, grausame Jugend will ich.”

De drie Duitse legergroepen (Noord, Midden en Zuid) stonden in 1941 voor de poorten van Leningrad, Moskou en Rostov, maar de aanvoerlijnen waren wel heel erg lang geworden en de Blitzkrieg was in de herfst verworden tot een ouderwetse veldtocht op drassig, moeilijk begaanbaar terrein en onverharde, blubberige wegen. De Wehrmachtsoldaten stond een lange, vreselijk koude Russische winter te wachten. Voertuigen en wapens haperden in de extreme vrieskou; soldaten leden aan bevriezingsverschijnselen. De meesten beschikten niet over goede winterkleding; velen vonden hun laatste rustplaats in ijs en sneeuw.

Op de winter volgde een – door de gesmolten sneeuw – modderige lente. In de zomer van 1942 wist Legergroep Zuid nog enkele spectaculaire successen te behalen. Maar intussen was Hitler zich met de strategie gaan bemoeien, en hij was bezeten van de gedachte dat Stalingrad – vermoemd naar zijn aartsvijand – per se, koste wat kost ingenomen moest worden. Zijn obsessie was het noodlot van de Wehrmacht.
Misschien was ook Stalin geobsedeerd met ‘zijn’ stad. Wellicht was hij gewoon doordrongen van het besef dat deze strategisch gelegen, zeer belangrijke industriestad niet verloren mocht gaan. In ieder geval zette hij alles op alles, en het Rode Leger verdedigde Stalingrad met ware doodsverachting. Het Duitse 6e Leger en onderdelen van het 4e Pantserleger stonden tegenover negen sovjet-legers. De Slag om Stalingrad begon op 14 september.

Op 26 september hadden de Duitsers een tactische overwinning behaald: hun tegenstanders waren uit de belangrijkste delen van de stad verdreven. Maar een stadsoorlog is nooit een bewegingsoorlog, en juist in dat laatste was de Wehrmacht heer en meester. Nu belemmerden puinhopen in de straten en antitankwapens – die zich achter elk raam konden bevinden – de inzet van tanks; soldaten die van huis tot huis moesten vechten, waren voortdurend het doelwit van sluipschutters. De Duitse troepen leden zware verliezen.
Intussen dwong Hitler zijn generaals om de flanken van het leger buiten Stalingrad ernstig te verzwakken, zodat meer manschappen aan de aanvallen op de stad konden deelnemen. De aanvoerlijn van het Duitse leger dat stellingen betrokken had voor Stalingrad, was 1900 kilometer lang en dus bijzonder kwetsbaar. In november 1942 begon een Russische tegenaanval op de uitgestrekte Duitse flank die door troepen van bondgenoot Roemenië verdedigd werd. De Roemenen werden snel verdreven. Dankzij een offensief vanuit het zuidwesten en noordwesten slaagden de Russen er in om het Duitse leger bij Stalingrad te omsingelen. Hitler gaf de commandant ter plekke (generaal Paulus) het bevel om stand te houden; Paulus mocht niet proberen om met zijn leger uit de omsingeling te ontsnappen.



Het drama dat volgde is onbeschrijflijk. Terwijl tussen de puinhopen en ruïnes van Stalingrad aanhoudend verwoed gevochten werd, vroren duizenden Duitse soldaten dood in het open veld, bij temperaturen van zo’n veertig graden onder nul. Tegen deze tweede barre winter waren zij niet bestand. Toen de Russen hun offensief naar het westen uitbreidden, waarbij zij hun vliegvelden – door Italianen verdedigd – heroverden, was bevoorrading door de lucht van het Duitse leger niet meer mogelijk. Op 2 februari 1943 capituleerden ongeveer 90.000 uitgehongerde en uitgeputte overlevenden.
De Slag om Stalingrad is de bloedigste uit de menselijke geschiedenis. Deze strijd kostte 330.000 Duitse en 1,1 miljoen Russische militairen het leven.
Stalingrad was het keerpunt in de Tweede Wereldoorlog.



Het westen
Toen de eindoverwinning voor het Derde Rijk verloren leek te gaan, kwam zelfs in Nederland een beetje verzet tegen de bezetters op gang. Doordat de gezonde Duitse mannen naar het front gestuurd werden, ontstond in de Duitse industrie een tekort aan arbeidskrachten; deze leemte moest gevuld worden door mannen uit de bezette gebieden. Ook Nederland kreeg te maken met deze Arbeitseinsatz. Eind 1941 waren al zo’n 92.000 Nederlanders werkzaam in Duitsland – op min of meer vrijwillige basis. In januari 1942 werd voor Nederlandse jonge mannen een arbeidsdienstplicht ingesteld. Zij die zich probeerden te onttrekken aan deze dienstplicht, kregen in toenemende mate te maken met razzia’s.
De Februaristaking (25 en 26 februari) die plaatsvond in Amsterdam, Zaandam en Hilversum, was het enige ‘wapenfeit’ van het verzet in Nederland. Ook in Haarlem, Velsen, Bussum, Weesp, Muiden en de stad Utrecht was het onrustig. Deze staking, die door de Nederlandse communistische partij (CPN) georganiseerd was, had drie wortels: 1. De gedwongen tewerkstelling van Nederlandse metaalarbeiders in Duitsland. (Dit plan hadden de Duitse autoriteiten op 17 februari al in de ijskast gezet.) 2. De vrees dat in Nederland een kabinet gevormd zou worden door de NSB (de Nederlandse nationaal-socialisten). 3. Het gewelddadige optreden van NSB’ers tegen joden, en een door Duitsers uitgevoerde razzia in de Amsterdamse Jodenbuurt. Bij het breken van de staking vielen negen doden.

Het oostfront
Het Russische tegenoffensief werd tot staan gebracht. De Duitse legers wisten, tussen februari en maart 1943, zelfs de belangrijke stad Charkov te heroveren. Maar het enorme Rode Leger groeide nog steeds, terwijl de Wehrmacht moest putten uit de laatste reserves.
In de frontlijn was bij Koersk/Kursk een ‘salient’/saillant ontstaan, een instulping waar Russische legers vanaf drie kanten aangevallen konden worden. Hier plande de Duitse generale staf een alles beslissende veldslag. De Russen werden echter van die plannen op de hoogte gebracht vanuit Londen; de Enigma-codering was immers gekraakt. (Zie: paragraaf 3. Engeland, ULTRA). De Britten hadden de Russen ook al gewaarschuwd met betrekking tot Stalingrad.
De Russische generaals hadden ruim de tijd om zich bij Koersk voor te bereiden. In de salient werden ruim 900.000 mijnen gelegd, talloze tankgrachten gegraven en zelfs meer dan tweeduizend kilometer weg aangelegd voor het snel kunnen verplaatsen van eenheden. Meer dan 6.000 gecamoufleerde antitankkanonnen stonden te wachten op de gevreesde Panthers en Tigers. De salient bij Koersk werd een gigantisch fort; het meest defensieve netwerk ooit.

Voor Operation Zitadelle (Operatie Citadel) hadden Hitler en zijn veldmaarschalk Erich von Manstein (een van de beste bevelhebbers uit WOII) circa 770.000 mannen, 7.400 kanonnen, 2.500 tanks en 2000 vliegtuigen bijeen weten te brengen. De Russen plaatsten daar circa 1.800.000 mannen, 31.400 kanonnen, 5000 tanks en 2.800 vliegtuigen tegenover. Dit was waarlijk een strijd der Titanen.

Op 5 juli 1943 hadden de Duitsers hun aanval gepland. Gewaarschuwd, dankzij ULTRA en/of hun eigen goed functionerende spionagenetwerk, lanceerden de Russen in de vroege ochtend van die dag een artillerie-aanval, waardoor de Duitse troepen volledig verrast werden. Om 05.30 begon aan de noordflank van de salient de Duitse aanval, geleid door generaal Model. Na hevige gevechten wist zijn legergroep de eerste verdedigingslinie van de Russen te doorbreken. Ook in het zuiden behaalden de Duitse troepen, geleid door generaal Hoth, successen.
De Russen gingen op 12 juli over tot een massale aanval met tanks op de velden rond Prochorovka. Hier werd de grootste tankslag uit de geschiedenis uitgevochten. De Russen leden zware verliezen tegen de tanks van Hoth.

Veldmaarschalk Von Manstein wilde vervolgens het herwonnen initiatief uitbuiten, maar eens te meer zorgde de tussenkomst van Hitler voor vertraging en een verandering van de strategie. Omdat de Britten en Amerikanen begonnen waren aan hun invasie van Sicilië (Stalin kreeg eindelijk zijn vurig gewenste ‘Tweede Front’), gaf Hitler de orders om Operatie Citadel ‘tijdelijk’ te staken en elite-eenheden naar Italië te sturen.
Om een lang verhaal kort te maken… De Duitse legers moesten het initiatief uit handen geven en werden steeds verder teruggedrongen. De Slag bij Koersk (5 juli – 23 augustus) had niet de gedroomde overwinning gebracht. Naar schatting zijn daar 170.000 Duitse en 863.000 Russische militairen gesneuveld.

Na Koersk voerden de Duitse legers een defensieve – redelijk succesvolle – oorlog. Het duurde nog bijna twee jaar voordat de Russen voor de poorten van Berlijn stonden.

D-day
In juni 1944 landde een invasiemacht (83.000 Britten en Canadezen; 73.000 Amerikanen) op de stranden van Normandië. Deze aanval van de westerse geallieerden op Hitlers inderhaast opgeworpen verdedigingslinie was niet geheel onbelangrijk. De Amerikanen en Britten hebben waarschijnlijk voorkomen dat de sovjet-troepen nóg verder West-Europa binnentrokken.
Immers: toen op D-day de Britten, Canadezen en Amerikanen een westfront openden, stond in het oosten elke Duitse infanterist tegenover 11 Russen; elke Duitse tank tegenover 7 Russische; elk Duits kanon tegenover 20 Russische.

Battle of the Bulge
Toch hadden Hitler en zijn generaals (Jodl, Von Rundstedt, Model) nog één verrassing voor hun vijanden in petto: het Ardennenoffensief (ook: the Battle of the Bulge; 16 januari 1944 – 25 januari 1945). In een uiterst geheim gehouden operatie wisten Duitse eenheden, aangevoerd door SS-Panzerdivisies (waaronder de 12e SS-Panzer-Division Hitler Jugend), paniek en chaos te veroorzaken in de Amerikaanse gelederen. Aanvoerlijnen werden doorbroken, vijandelijke troepen omsingeld en uitgeschakeld. Meer dan 6000 Amerikanen werden krijgsgevangen genomen. De 6e SS-Panzer-Armee drong diep België binnen. Het overschrijden van de Maas en het veroveren van brandstofdepots lukte echter niet. Michael Wittmann, de meest succesvolle tankcommandant aller tijden, vergaarde tijdens het Ardennenoffensief zijn roem. Met alleen zijn eigen tank viel hij een legerkonvooi van de geallieerden aan; hij vernietigde binnen een kwartier 27 pantservoertuigen, waaronder 12 tanks. In zijn tijd als tankcommandant vernietigde Wittmann 156 vijandelijke tanks.

De Duitse aanval stokte door een ernstig brandstoftekort, een te groot geallieerd luchtoverwicht en de eigenzinnigheid van Hitler, die in toenemende mate adviezen van zijn generaals in de wind sloeg. Omdat ook nog eens twee divisies van de Ardennen naar de sector Boedapest gedirigeerd moesten worden, waar de legergroep van generaal Heinz Guderian dreigde te bezwijken onder de Russische druk, ging het momentum voor de Duitsers verloren.

Het Amerikaanse leger verloor 76.890 militairen, 733 tanks en 529 vliegtuigen De Duitse verliezen aan manschappen waren vergelijkbaar; zij verloren wel aanzienlijk minder tanks en vliegtuigen. De Britten, die ‘aan de zijlijn’ meevochten, verloren circa 1.800 man.

De luchtoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn 161 Duitse steden verwoest, met een onherstelbaar verlies van werelderfgoed. De geallieerde bombardementen kostten het leven van ruim 500.000 mensen, waaronder 75.000 kinderen jonger dan 14 jaar. Het hoge aantal burgerslachtoffers was nadrukkelijk de bedoeling van de chef van het ‘Bomber Squad’, Arthur Harris, daarin gesteund door Churchill. Ook al was de oorlog door de ontwikkelingen aan het Duitse oostfront praktisch al gewonnen door de geallieerden, men mikte op een miljoen Duitse doden en 25 miljoen daklozen, om zo de vijand te demoraliseren. Na de oorlog nam Churchill afstand van ‘Bomber Harris’, die nochtans in 1992 een door koningin Elisabeth onthuld standbeeld kreeg.
Het centrum van Berlijn werd door de Amerikanen op 3 februari 1945 weggevaagd: 25.000 doden. (En dan te bedenken dat nota bene in Berlijn, aan het einde van de oorlog, nog ruim 6000 Joden ondergedoken zaten bij Duitsers…) Dresden, het ‘Florence aan de Elbe’, een van de mooiste steden van Europa, was volgestroomd met vluchtelingen – dit feit was de geallieerden bekend – toen de stad met brandbommen werd verwoest: 35.000 doden. Hierbij werd tegen de burgerbevolking het afschuwelijke napalm ingezet (door de Amerikanen ook gebruikt tijdens de Vietnamoorlog). De meeste burgerslachtoffers in de Tweede Wereldoorlog zijn gevallen door Amerikaanse en Britse bombardementen; toch heeft niemand van de verantwoordelijken voor een tribunaal ter berechting van oorlogsmisdadigers gestaan.







Het einde
In maart 1945 begonnen de Duitsers aan hun laatste grote offensief van de oorlog, nabij het Balatonmeer in Hongarije. Zij wisten het Rode Leger zware verliezen toe te brengen, maar de enorme Russische overmacht verhinderde dat zij hun doelstellingen konden realiseren. Bovendien werden hiervoor reserves ingezet die daardoor niet meer beschikbaar waren om de Sovjet-aanval vanuit Polen op Berlijn tegen te houden. Berlijn, verwoed verdedigd door jongens van de Hitler Jugend, was het laatste strijdtoneel. Hitler pleegde op 30 april zelfmoord in zijn bunker. Op 8 mei gaven de laatste Duitse troepen zich over. Een aantal jongens van de Hitler Jugend bleef, verenigd in de organisatie Werwolf (soms: Wehrwolf), ook daarna nog doorvechten. Maar de oorlog in Europa was voorbij.





Zie ook: HITLER JUGEND

Zie ook: WERELDOORLOGEN


James Baker on the war (1992)
‘We made a monster, a devil out of Hitler. Therefore we couldn’t disavow it after the war. After all, we mobilized the masses against the devil himself. So we were forced to play our part in this diabolic scenario after the war. In no way we could have pointed out to our people that the war only was an economic preventive measure.’ (James Baker served as the Chief of Staff in Reagan’s first administration and in the final year of the administration of George H. W. Bush. Baker also served as Secretary of the Treasury in the second Reagan administration, and Secretary of State in the George H. W. Bush administration)
[]
‘We maakten van Hitler een monster, een duivel. Daarom konden we het na de oorlog niet meer loochenen (ontkennen). We hadden immers de massa’s gemobiliseerd tegen de duivel in eigen persoon. Dus waren we gedwongen om onze rol in dat duivelse scenario te blijven spelen na de oorlog. Het was godsonmogelijk om ons volk erop te wijzen dat de oorlog alleen maar een economische preventieve maatregel was.’


‘Wij ontkennen niet en zijn niet bevreesd om te bekennen dat deze oorlog onze (!) oorlog is, en dat hij gevoerd wordt voor de bevrijding van het jodendom. Sterker dan alle fronten is ons front; dat van het jodendom. Wij geven deze oorlog niet slechts onze financiële steun, waarop de hele oorlogsproductie gebaseerd is; wij gooien niet enkel onze volledige propagandakracht in de strijd, welke de morele energie is die de oorlog doet voortduren. De garantie voor de overwinning is vooral gefundeerd op het verzwakken van de vijandelijke krachten, op het vernietigen van die krachten in hun eigen land, binnen het verzet. En wij zijn de Trojaanse paarden in de vesting van de vijand. Duizenden Joden die in Europa leven vormen de belangrijkste factor in het vernietigen van de vijand. Daar is ons front een feit en de meest waardevolle hulp in het behalen van de victorie.’ (Chaim Weizmann, President van het World Jewish Congress, hoofd van het Joods Agenschap and later president van Israël, in een toespraak op 3 december 1942, in New York)




WOII, WO2

World War

WWI, WWII, WW1, WW2




Zie ook: SCHOOLEXAMEN