1.
Het leven van de meeste mensen stond na de Eerste Wereldoorlog in het teken van hevige teleurstelling, onzekerheid en angst.
a. Leg uit waarom vooral de Oostenrijkers en Duitsers ontdaan, gefrustreerd of woedend waren over de uitkomst van WOI. (Betrek in je antwoord het ‘dictaat van Versailles’ en de Dolkstootlegende.)
b. Waarvoor had men angst?
c. Verklaar waarom de democratie voor grote aantallen mensen had afgedaan. (Waarom zij zich tegen de parlementaire democratie keerden.)


2.
Bron: ‘Fascisten! Het uur van de beslissende strijd is gekomen. Nu vier jaar geleden ontketende het nationale leger het superieure offensief dat tot de eindoverwinning leidde; vandaag grijpt het leger van zwarthemden weer naar de verminkte overwinning en herstelt die. Laat de klassen die de producerende bourgeoisie vormen weten, dat het fascisme slechts orde in het land wil brengen en bereid is hulp te verlenen aan al de krachten die de economische expansie en de welvaart kunnen bevorderen. Zij die arbeid verrichten, op het land en in de fabrieken, bij het transportwezen; alle werknemers hebben niets te vrezen van de fascistische macht. Hun rechten zullen loyaal worden beschermd.’ (Uit een fascistische proclamatie.)
a. Wat wordt bedoeld met de ‘verminkte overwinning’ – en waardoor was deze ‘verminkt’?
b. Wie zijn de ‘zwarthemden’?
c. In welk jaar kwam de leider van deze zwarthemden aan de macht?
d. De fascistische partijen in Europa werden gesteund door industriebaronnen, grootgrondbezitters en fabrikanten. Verklaar dat. (De kern van het correcte antwoord vind je niet in de bron.)


3.
a. Een gebeurtenis in 1923 staat bekend als de ‘Putsch’. Wat hield die Putsch in?
b. Il Duce had zijn ‘fasci di combattimento’. Hoe heette de knokploeg van de nationaal-socialisten?
c. De mensen hadden geen tv of… internet. Weinigen lazen de krant. Destijds gold: wie de straat beheerste, domineerde het politieke blikveld van de mensen. Twee groepen vochten met elkaar – middels knokploegen – om de heerschappij op straten en pleinen: aan de ene kant de fascisten/nazi’s… Welke politieke groepering was de voornaamste tegenstander?
d. In welk jaar werd Adolf Hitler tot Reichskanzler benoemd?


4.
Geef vier kenmerken van het fascisme.




5.
Hoe je het ook wendt of keert, het was voor jongens bijzonder aantrekkelijk om lid te worden van de Hitler Jugend. Geef zes redenen om toe te treden tot die organisatie.
Verdieping: Hitler Jugend


6.
Bron: ‘Vijfentwintig mensen in een woonblok, beste volksgenoten, betekent dat het blokhoofd iedereen persoonlijk leert kennen. Vandaag zijn 24 miljoen volwassen mensen lid van de Partij en het Arbeitsfront, 4 miljoen in de Partij en 20 miljoen in het Arbeitsfront. Als vandaag iemand komt die zegt: “Van jullie Arbeitsfront wil ik geen lid worden”, dan antwoorden wij hem: “Beste vriend, dat hangt niet van jou af. Herinner jij je nog uit jouw schooltijd wat er gebeurde als iemand in de klas zich afzonderde van de rest? Denk aan de geestelijke pijn die zo’n buitenbeentje te dragen had.” Het Arbeitsfront heeft ongeschreven wetten, en aan die wetten kan niemand zich onttrekken. (Robert Ley, 14 april 1934)
a. Bedenk waarom Ley het belangrijk vond dat het blokhoofd iedereen persoonlijk leerde kennen.
b. Welke ‘ongeschreven wet’ komt uit deze bron naar voren?
c. Wat was het Deutsche Arbeitsfront (DAF)?


7.
Meerkeuzevraag
Stelling 1: Een verschil tussen het fascisme en het nationaal-socialisme was, dat het fascisme zich afzette tegen de democratie, en het nationaal-socialisme tegen het communisme.
Stelling 2: Een verschil tussen het fascisme en het nationaal-socialisme was, dat het fascisme geen, en het nationaal-socialisme wel een rassenleer kende.
Noteer de juiste letter.
A. Stelling 1 is juist; stelling 2 is onjuist.
B. Stelling 1 is onjuist; stelling 2 is juist.
C. Beide stellingen zijn juist.
D. Beide stellingen zijn onjuist.


8.
Bronnen:
A.
Wien Neêrlands bloed in d’ adren vloeit, van vreemde smetten vrij. Wiens hart voor land en koning gloeit, verheff’ den zang als wij. (Uit het Nederlandse volkslied; van 1817 tot 1932.)
B.
Het wraaksein is gegeven, hij is hun tergen moe. Met vuur in ‘t oog, met woede, springt hij den vijand toe. Hij scheurt, vernielt, verplettert, bedekt met bloed en slijk. En zegepralend grijnst hij, op ‘s vijands trillend lijk. (De Vlaamse Leeuw; Vlaamsch volkslied.)
C.
Uns’re Fahne flattert uns voran. In die Zukunft zieh’n wir Mann für Mann. Wir marschieren für Hitler durch Nacht und durch Not mit der Fahne der Jugend für Freiheit und Brot. Uns’re Fahne flattert uns voran. Uns’re Fahne ist die neue Zeit. Und die Fahne führt uns in die Ewigkeit. Ja, die Fahne ist mehr als der Tod. (Vorwärts! Vorwärts!; lied van de Hitler Jugend)
Vertaling: Ons vaandel wappert voor ons uit. Naar de toekomst rukken we op, man voor man. Wij marcheren voor Hitler door de nacht en door nood met het vaandel van de jeugd voor vrijheid en brood. Ons vaandel wappert voor ons uit. Ons vaandel is de nieuwe tijd. En het vaandel voert ons in de eeuwigheid. Ja, het vaandel is meer dan de dood.
D.
Wir sind nicht Bürger, Bauer, Arbeitsmann. Haut die Schranken doch zusammen. Kameraden, uns weht nur eine Fahne voran: die Fahne der jungen Soldaten. Und welcher Feind auch kommt mit Macht und List, seid nur ewig Treu, ihr Kameraden! Der Herrgott der im Himmel ist. liebt die Treue und die jungen Soldaten.
(Ein junges Volk steht auf; lied van de Hitler Jugend)
Vertaling: Wij zijn niet burger, boer, arbeider. Sla die barrières tussen ons toch stuk. Kameraden, voor ons uit waait slechts één vaandel: het vaandel van de jonge soldaten. En welke vijand ook komt met macht en list, wees enkel eeuwig trouw, kameraden! De Here God die in de hemel is, houdt van trouw en jonge soldaten.
a. Past de tekst van [A] beter mij het fascisme of bij het nationaal-socialisme? Leg uit.
b. In [B] vinden we een kenmerk van het fascisme. Welk?
c. Leg aan de hand van twee tekstelementen uit dat het lied [C] helemaal in die tijd past. Denk daarbij ook aan het revolutionaire aspect van het communisme en het fascisme/nationaal-socialisme.
d. Uit de tekst van [D] komt naar voren dat het nationaal-socialisme niet alleen een zeer nationalistische, maar ook een socialistische beweging was. Leg uit.


9.
Bron: ‘Deze jeugd leert niets anders dan Duits te denken, Duits te handelen. Zij komt van het Jungvolk in de Hitlerjugend, en daar houden we ze weer vier jaar, en dan geven we ze niet meer terug in de handen van onze oude stands- en klasseopvoeders, maar nemen we ze onmiddellijk op in de partij, of in het Arbeitsfront, of in de SA, of in de SS. En als ze daar nog geen goede nationaal-socialisten geworden zijn, dan komen ze in de Arbeitsdienst en worden ze weer zes of zeven maanden gepolijst; allemaal onder één symbool: de Duitse spade. En wat na die zes of zeven maanden nog aan stands- en klassebewustzijn over is, wordt weggenomen in de Wehrmacht. Vervolgens nemen we ze, opdat ze niet terugvallen, meteen weer op in de SA en de SS. En ze worden nooit meer vrij, hun hele leven niet.’ (Hitler, 1938)
a. Wat was volgens Hitler de belangrijkste doelstelling van de opvoeding van de jeugd?
b. Wat was, getuige de bron, het socialistische element binnen de NSDAP? (Onderbouw je antwoord met een tekstelement.)


10.
Bron:

a. Welke landen waren vertegenwoordigd tijdens de Conferentie van München en waarover werd beslist?
b. Leg het begrip appeasement uit.


11.
Hitler zocht Lebensraum en grondstoffen voor het Duitse volk en het Arische ras in Oost-Europa. Een daarmee gepaard gaande oorlog dacht hij in vier stappen te kunnen winnen: 1. Italië moest Groot-Brittannië bezig houden op de Middellandse Zee en in Noord-Afrika (Suezkanaal, Egypte), terwijl Japan Groot-Brittannië ‘bond’ in Zuidoost-Azië; 2. Frankrijk moest middels een Blitzkrieg in korte tijd verslagen worden; 3. Met Groot-Brittannië moest een overeenkomst (Ausgleich) getroffen worden; 4. Operatie Barbarossa.
a. Wat was de ‘phoney war’ (de ‘schemeroorlog’)?
b. Leg uit dat, nadat Engeland en Frankrijk de oorlog verklaard hadden aan Duitsland, de bezetting van Noorwegen, Denemarken, Nederland en België een strategische noodzakelijkheid was voor Duitsland.
c. Leg uit waarom de uitkomst van de ‘Battle of Britain’ voor het verdere verloop van WOII van groot belang was.
d. Wat was Operatie Barbarossa en waardoor begon deze operatie later dan gepland?





12.
Bron: Uit de Blitzkrieg bleek het strategisch en tactisch vernuft van de Duitse commandanten. Door een rookgordijn aan het zicht van de vijand onttrokken, balden tankeenheden zich in een gepantserde vuist samen en sloegen een gat in de vijandelijke verdediging. Deze tankcolonne doorbrak de vijandelijke linie; een deel van de tankeenheden waaierde uit achter de frontlijn en viel daar de vijand in de rug aan; een ander deel stootte door naar artilleriestellingen en troepen die door de vijand in reserve werden gehouden. Duitse duikbommenwerpers, die fungeerden als verdragende artillerie, bestookten de vijandelijke artillerie, reserve-eenheden, aanvullingsplaatsen en aanvoerlijnen. Gemechaniseerde infanterie-eenheden doorbraken de vijandelijke linies en voorkwamen dat de teruggeworpen vijand zich kon hergroeperen en voorbereide grendelstellingen kon betrekken. De Blitzkrieg was een geheel nieuw concept van oorlog voeren.
a. Het optreden van de Wehrmacht was helemaal gericht op snelle, overrompelende overwinningen. Leg uit waarom een langdurige, zich voortslepende oorlog voor Duitsland altijd fataal zou aflopen.
b. Geef twee redenen voor de Duitse aanval op de Sovjet Unie.
c. Toen – door bemoeienis van Hitler – het Duitse leger verwikkeld raakte in stadsgevechten en het concept van de Blitzkrieg verlaten werd, ging het mis voor het Derde Rijk. Wat was hét keerpunt van de Tweede Wereldoorlog? (Noem ook het jaartal.)


13.
Bron: De Nazi’s vervingen het christendom door de Religie van het Bloed. Dit op eeuwenoude tradities gefundeerde geloof houdt in dat het bloed de drager is van de goddelijke essentie/kwintessens (de ‘ziel’). Het Arische/Noordse ras staat – zo leert deze religie – het dichtst bij de goden, maar door rassenvermenging zijn bijzondere kwaliteiten van de Ariërs in een sluimerende/inerte staat geraakt. Deze krachten (occulte vermogens) kunnen weer gewekt worden – in toekomstige generaties – door middel van raciale selectie en Lebensborn (raszuivere geslachtsgemeenschap als ‘geboortebron’). ‘De mensheid maakt elke zevenhonderd jaar een sprong voorwaarts in de evolutie,’ beweerde Adolf Hitler, de nieuwe messias/verlosser. Hij liet weten: ‘Het tijdperk van de godenzonen is aangebroken.’
a. Verklaar met behulp van de bron de vervolging en gedwongen emigratie van joden binnen het Derde Rijk en uiteindelijk de ‘Endlösung’.
b. Wat is een getto?
c. Wat is een pogrom?
d. Wat hielden de Neurenberger Wetten in?


14.
Bron:


a. Geef een jaartal bij deze spotprent.
b. Wat heeft het Molotov-Ribbentrop Pact met deze prent te maken?
c. Hoe denkt de tekenaar over het verloop van Stalins aanval op Finland? Leg je antwoord uit met behulp van beeldelementen.


15.
Bron:


a. Welke boodschap heeft de tekenaar voor de neutrale landen?
b. Geef een jaartal bij deze spotprent.


16.
Bron:


Deze tekening heeft betrekking op Operatie Barbarossa.
Hoe verloopt de strijd voor de Duitsers, volgens de tekenaar? (Leg je antwoord uit met behulp van beeldelementen.)


17.
Bron:

a. Wat zegt de tekenaar over de opstelling/houding van de katholieke kerk?
b. De tekenaar vergelijkt de Amerikaanse bommen met de V1. Is die vergelijking terecht? (Leg je antwoord uit.)


18.
Bron:


Je ziet John Bull (Engeland), Uncle Sam (Amerika) en een Russische militair.
Wat is de boodschap van de Duitse tekenaar?


19.
Bron:
Uit ‘Der Jahrhundertkrieg: der Feuersturm’.
‘Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn 161 Duitse steden verwoest, met een onherstelbaar verlies van werelderfgoed. De geallieerde bombardementen kostten het leven van ruim 500.000 mensen, waaronder 75.000 kinderen van jonger dan 14 jaar. Het hoge aantal burgerslachtoffers was nadrukkelijk de bedoeling van de chef van “the Bomber Squad” Arthur Harris, daarin gesteund door Churchill. Ook al was de oorlog eigenlijk al gewonnen, men mikte op een miljoen Duitse doden en 25 miljoen daklozen, om zo de vijand te demoraliseren. Na de oorlog nam Churchill afstand van “Bomber Harris”, die nochtans in 1992 een door koningin Elisabeth onthuld standbeeld kreeg. [...] Het centrum van Berlijn werd door de Amerikanen op 3 februari 1945 weggevaagd: 25.000 doden. (En dan te bedenken dat nota bene in Berlijn, aan het einde van de oorlog, nog ruim 6000 joden ondergedoken zaten bij Duitsers.) Dresden, het “Florence aan de Elbe”, een van de mooiste steden van Europa, was volgestroomd met vluchtelingen – dit feit was de geallieerden bekend – toen de stad met brandbommen werd verwoest: 35.000 doden. Hierbij werd tegen de burgerbevolking het afschuwelijke napalm ingezet. (Door de Amerikanen ook gebruikt tijdens de Vietnamoorlog.) De meeste burgerslachtoffers in de Tweede Wereldoorlog zijn gevallen door Amerikaanse en Britse bombardementen; toch heeft niemand van de verantwoordelijken voor een tribunaal ter berechting van oorlogsmisdadigers gestaan.’
a. Wat was, volgens de bron, het doel van de bombardementen op Duitse steden?
b. Wat is een ‘Feuersturm’?
c. Wat is napalm?


20.
Bron:
Uit ‘Holland Vaarwel!’ (Willy Lindwer).
‘Natuurlijk, de Nederlanders hebben de joden niet vermoord in Auschwitz, maar ze hebben hen wel als groep geïsoleerd en laten wegvoeren zonder een vinger uit te steken. Erger nog: ze hebben meegewerkt aan die deportatie door de joden op grote schaal te verraden. Het verzet heeft niets voor ze gedaan, de koningin heeft niet opgeroepen tot hulp en heel het Nederlandse ambtenarenapparaat stond ter beschikking van de bezetter. Het hoogste percentage joden van West-Europa is weggevoerd uit Nederland. Groningen is vrijwel al zijn joden kwijtgeraakt zonder dat er een Duitser aan te pas kwam. De Nederlandse politie heeft er zeer efficiënt gewerkt. Ook na WO II heeft Nederland zich schandalig gedragen tegenover zijn joodse bevolking. Het is duidelijk dat niemand de joden terug had verwacht. De meeste joodse bezittingen en zelfs weeskinderen waren al onder de Nederlanders verdeeld.’
a. ‘Wij hebben het niet geweten,’ konden – net als de meeste Duitsers – de meeste Nederlanders zeggen. Verklaar waarom zij normaal gesproken niet konden weten waartoe de deportaties zouden leiden. Maak daarbij gebruik van wat je weet over de doorvoer-, concentratie- en vernietigingskampen, het emigratiebeleid van de eerste jaren en de bestaande massamedia.
b. Wat werd verstaan onder collaboratie?
c. Wat werd verstaan onder accommodatie?
d. Wat was de Joodsche Raad?
e. Wat was de Ariërverklaring?
e. Wat was de Wannsee conferentie?
f. Wat verstaan we onder de Endlösung?


21.
Geef vier kenmerken van een totalitaire staat


22.
In een scène van de Russische film ‘De Grote Vaderlandse Oorlog’ inspecteert de Britse premier Churchill een erewacht van Russische soldaten. De Russische commentator zegt dan: “Waar is het tweede front, vroegen de ogen van de Russische soldaten.”
Wat bedoelden de Russen met ‘het tweede front’?


DE SOVJET UNIE

23.
Bron:
‘Er dient te worden tegemoetgekomen aan het verlangen van de boeren die geen partijlid zijn, om de vorderingen van de overschotten te vervangen door een graanbelasting. Het peil van deze belastingen moet, vergeleken met de vorderingen van het laatste jaar, worden verlaagd. De boer moet vrij zijn om zijn overschotten te gebruiken, buiten de belasting om, voor de plaatselijke handel, op voorwaarde van prompte en volledige betaling van belasting.’
a. Van wie was dit decreet afkomstig?
b. Hoe noemen we het beleid (de ‘politiek’) waar dit decreet bij hoort?


24.
Bron:
Stalin: ‘De betekenis van het Latijnse woord “terror” is niet simpel angst, schrik… In werkelijkheid is terreur niet alleen een middel om andere politieke ideeën te onderdrukken, maar vooral een middel om eensgezindheid te bewerkstelligen; eensgezindheid die uit de voor iedereen gelijke angst voortvloeit. Alleen zo kan men over een volk heersen, in het belang van dat volk. Volksheerschappij heeft nooit bestaan, bestaat niet, en kan nimmer bestaan. Het volk kan niet zelf heersen, er kan alleen maar over geheerst worden. Geheime repressie (= onderdrukking) op grote schaal wekt de meeste angst en dit moet en zal het belangrijkste wapen van terreur zijn. Processen tegen bekende personen moeten openlijk en publiekelijk voorbereid en gevoerd worden. De kopstukken moeten publiekelijk hun misdaden bekennen. Hoe bekender de namen, des te meer zal het volk ervan overtuigd raken dat de kaderrevolutie juist is; dat de massale aflossing van de wacht juist is; dat wat “terreur” genoemd wordt, juist is.’
a. Welk doel had Stalin voor ogen – volgens de bron – met zijn terreur?
b. Wat waren koelakken? (Niet in de bron.)
c. Onder de slachtoffers van Stalins terreur bevonden zich ook veel leiders (kopstukken) van de Communistische Partij. Waarom had Stalin – volgens de bron – het op hen voorzien?
d. Wat was de Goelag?


25.
Bron:


De tekst luidt: Jij bent het front.
Wat heeft dit affiche met het begrip ‘totale oorlog’ (Totalkrieg) te maken?