1.
De ‘Poolse kwestie’ bestond uit drie deelproblemen: de regering, de Oder-Neissegrens en ‘Warschau’. Geef bij elk van die drie problemen uitleg.

2.
Welke drie afspraken van Jalta & Potsdam leidden al snel tot een verkilde betrekking tussen de Sovjetunie en zijn voormalige westerse bondgenoten?

3.
In de natuur is het zo dat elke leegte of vacuüm onmiddellijk gevuld wordt; kennelijk geldt die natuurwet ook in de internationale politiek. Leg uit waardoor in Oost-Europa en in Azië een geostrategische ‘leegte’ ontstaan was.

4.
a. Het Marshallplan maakte de invoering van een nieuwe munt noodzakelijk in de bezettingszones van de westerse geallieerden. De door inflatie geteisterde Reichsmark werd vervangen door de D-Mark (Deutschmark). Deze maatregel strookte echter niet met een van de afspraken die gemaakt waren tijdens de Conferentie van Potsdam. Welke?
b. De reactie van Stalin bleef niet uit. Waartoe besloot hij?
c. Kennedy reisde naar Berlijn en sprak de woorden: “Ich bin ein Berliner!” Waarom deed hij dat?
d. Leg het verschil uit tussen het IJzeren Gordijn en de Muur.


5.
Vertaling van de tekst in de tekening rechts: “Je kunt zien hoe Noord-Korea werd binnengevallen.”
a. Wat is de spottende boodschap van de tekenaar?
b. Leg aan de hand van deze tekening het begrip propaganda uit.
c. Hoe was de tweedeling van Korea in 1945 tot stand gekomen?
d. Het waren troepen van de VN (!) die de Zuid-Koreaanse dictator te hulp schoten tegen de Noord-Koreaanse agressor. Leg uit waarom/waardoor de Sovjetunie geen veto had uitgesproken.
e. Van welk land kreeg Noord-Korea steun?
f. Ook in Europa had deze oorlog gevolgen. Breng de vorming van een Duits leger – tien jaar na WOII – en de oprichting van het Warschaupact in verband met de Korea-oorlog.

6.
Bekijk deze spotprent: Truman De Amerikaanse president Truman zit – gekleed als Napoleon – op zijn strijdros. (Dat paard is de Koreaoorlog.) De hoogste bevelvoerende instantie van de Verenigde Naties (UN High Command) treedt op als dierenarts. In het blik zit ‘het getreuzel m.b.t. de stad Kaesong teneinde de oorlog te laten voortduren’. (Deze stad behoorde tot Zuid-Korea, maar kwam uiteindelijk boven de demarcatielijn, dus op Noord-Koreaans grondgebied te liggen.) Truman zegt: “Laat hem niet sterven, dokter.” Boven de tekening staat: Trumans rijdier/’rit’ voor de wedloop van 1951 (de presidentsverkiezingen van ’52).
Waarom is het voor Truman belangrijk dat de oorlog nog even voortduurt?

7.
Ten tijde van de Cubacrisis moesten de leiders van de twee nieuwe supermachten, Chroestsjov en Kennedy, beducht (bevreesd) zijn voor hun prestige in de wereld; zij konden zich geen mislukking in de internationale politiek veroorloven. Kennedy zat in zijn maag met het Varkensbaai-incident; Chroestsjov voelde zich bedreigd in zijn leiderschapspositie (in de communistische wereld) door Mao Zedong. Daardoor werd ‘het spelletje blufpoker’ hard gespeeld.
a. Wat was er gebeurd in de Varkensbaai?
b. Wie was Mao Zedong?
c. In welk jaar vond de Cubacrisis plaats?
d. In ruil voor de ontmanteling van de lanceerbases op Cuba liet Kennedy de op de Sovjet Unie gerichte Jupiter-raketten uit Italië en Turkije weghalen. Dit werd echter geheim gehouden, om imagoschade voor Kennedy te voorkomen. Een andere concessie werd wél wereldkundig gemaakt. Over die laatste toezegging kon Fidel Castro heel tevreden zijn. Wat had Kennedy beloofd?


8.
a. Wat was de VietMinh?
b. Wat was de Vietcong?
c. Een Amerikaanse historicus over het optreden van de Amerikanen in Vietnam: “Het was alsof in een tuin het onkruid gewied werd met een bulldozer.” Wat bedoelde hij?
d. Robert Kennedy citeerde de Romeinse historicus Tacitus: “Zij schiepen een woestijn en noemden het vrede.” Wat bedoelde hij?
e. De Vietnamoorlog heeft Amerika circa 58.000 doden en 300.000 gewonden gekost. Eind februari 2002 werden geluidsbanden vrijgegeven (tot die datum geheim gehouden) waaruit blijkt dat een Amerikaanse president de atoombom wilde gebruiken tegen Vietnam en de bevolking van dat “godvergeten land” wilde decimeren. “I just want you to think big, Henry, for Christ’s sake!” zei hij tegen zijn veiligheidsadviseur Henry Kissinger. Wat was de naam van die president?
f. “Welkom bij de club van hen die traag leren,” zegt de Franse soldaat/legionair tegen de Amerikaanse soldaat in de spotprent links. De Amerikanen hadden moeten leren van de fouten die de Fransen gemaakt hadden in het verleden – van de geschiedenis dus. Kijk goed naar de beeldelementen. Welk gezegde heeft de tekenaar in beeld gebracht? Noem twee beeldelementen die daarop wijzen.

9.
Bron: In 1940 wordt Frans Indo-China (Vietnam, Laos en Cambodja) veroverd en bezet door Japan. De Vietnamese verzetsbeweging VietMinh, onder leiding van Ho Chi Minh) weet in de daarop volgende jaren de Japanners te verdrijven. De communisten zijn de motor van het verzet. In 1945 is heel Vietnam in handen van de VietMinh. Van 1946 tot 1954 proberen de Fransen hun koloniale gezag te herstellen. Na een Franse nederlaag bij Dien Bien Phoe wordt Vietnam opgedeeld in Noord- en Zuid-Vietnam: in Noord-Vietnam heerst Ho Chi Minh, in Zuid-Vietnam wordt het Franse gezag nog even getolereerd. Frankrijk heeft Ho Chi Minh vrije verkiezingen beloofd voor heel Vietnam.
a. Wat was de dominotheorie?
b. Die verkiezingen – gepland voor 1956 – werden tegengehouden door de VS. Waarom?
c. Ho Chi Minh hoopte dat China zijn gewicht in de schaal zou werpen om de verkiezingen door te laten gaan, maar Peking stelde zich terughoudend op. Waarom?
Bron: Vervolgens wordt in Zuid-Vietnam een pro-westerse, katholieke Vietnamese dictator door de VS in het zadel gehouden. De overwegend boeddhistische bevolking wordt keihard onderdrukt. Vanaf 1959 proberen Zuid-Vietnamese guerrillastrijders de dictatuur omver te werpen; hun beweging wordt bekend als National Liberation Front (NLF) en Vietcong. In 1965 besluit Amerika tot systematische, zware bombardementen op Noord-Vietnam, wegens vermeende hulp van de VietMinh aan de Vietcong. Daardoor gaat Noord-Vietnam zich daadwerkelijk/grootschalig met de oorlog in het zuiden bemoeien.
d. De Amerikaanse president Johnson koos voor een ‘limited war’. Leg uit wat die ‘beperkte oorlog’ inhield, en verklaar zijn keuze.
e. Het beleid waarin de ‘agrovilles’ centraal stonden, faalde. Leg uit waardoor.

10.
Terug naar het begin. De Amerikaanse president John F. Kennedy, die de Amerikaanse troepen wilde terugtrekken uit Vietnam, werd in november 1963 vermoord. (Zijn jongere broer Robert, de beoogde opvolger van Johnson, was eveneens tegen de oorlog; hij werd vermoord in 1968.) Onder Johnson begon in 1964 de Vietnamoorlog pas echt. Daar was wel het ‘Tonkin-incident’ voor nodig. Leg uit.

11.
a. Wat was de Ho Chi Minh-route?
b. Het Tet-offensief (1968) was in militair opzicht mislukt, maar toch wordt dat offensief gezien als het keerpunt in de Vietnamoorlog. Verklaar dat uitvoerig.
c. Bekijk de spotprent rechts. Johnson loopt een blauw oog op in de oorlog. Op de door Ho Chi Minh geworpen steen staat Vietcong Push (offensief van de Vietcong); op Johnsons holster staat Atomic War. Verklaar waarom hij zijn pistool niet kan trekken.

12.
a. ‘Mylai’ is nog steeds een zwaarbeladen begrip in de VS. Wat gebeurde daar?
b. De Vietnamoorlog wordt beschouwd als een ‘smerige oorlog’. Noem een aantal aspecten van deze oorlog die het bijvoeglijk naamwoord ‘smerige’ rechtvaardigen.
c. Welk gevolg heeft de Vietnamoorlog gehad voor de rol van de media tijdens bijvoorbeeld de Golfoorlog? Verklaar je antwoord.