1.
a. Wat bedoelden politieke leiders na WOII met ‘Nooit meer München’?
b. In een scène van de Russische film ‘De Grote Vaderlandse Oorlog’ (WOII) inspecteert de Engelse premier Churchill een erewacht van Russische soldaten. De Russische commentator zegt daarbij: “Waar is het tweede front? vroegen de ogen van de Russische soldaten.” Wat werd bedoeld met ‘het tweede front’?

2.
a. Wat hield de Trumandoctrine in?
b. Wat was de Marshallhulp?
c. Leg uit dat de Marshallhulp paste in de containmentpolitiek.

d. Wie is deze ‘sportman’, wat probeert hij te doen en waarom?

3.
Tijdens de Koude Oorlog stonden twee machtsblokken tegenover elkaar die ideologisch sterk van elkaar verschilden. Zet achter [A] het Westen en [B] het Oostblok de bijpassende begrippen. Kies uit: 1. liberalisme; 2. vrije markteconomie; 3. éénpartijstaat; 4. kapitalisme; 5. NAVO; 6. planeconomie; 7. Warschaupact; 8. marxisme; 9. economisch imperialisme; 10. satellietstaat; 11. Deutsche Demokratische Republik; 12. nationalisatie; 13. Trias Politica; 14. wereldrevolutie.

4.
a. Stalin schreeuwt “Omsingeling!” en “Oorlogshitsers!”. Naar aanleiding van welke gebeurtenis riep hij dat?

b. Wat is de visie van de tekenaar? Verduidelijk je antwoord met behulp van beeldelementen.

5.
Bekijk deze spotprent: Stalin
Je ziet Jozef Stalin en Magere Hein (de dood). Vertaling: ‘Je was altijd een goede vriend van me, Jozef.’
a. Wat beweert de tekenaar?
b. Op welke politiek van Stalin zal de tekenaar doelen?
c. Magere Hein heeft zijn zeis; waarom heeft de tekenaar Stalin juist een sikkel in zijn hand gegeven?

6.
a. Wat was de Cubacrisis? (Vertel over het begin en de afloop.)

b. De Koude Oorlog is niet uitgelopen op een directe militaire confrontatie, ofwel een nieuwe wereldoorlog, dankzij M.A.D. Dit acroniem staat voor Mutual Assured Destruction (Wederzijdse Zekere Vernietiging), maar denk ook aan de betekenis van het Engelse woord ‘mad’ (krankzinnig). Leg M.A.D. uit aan de hand van de bovenstaande spotprent waarin je Chroesjtsjov en Kennedy ziet.
c. Kies een jaar waarin je M.A.D. laat beginnen en verklaar je antwoord.
d. De spotprent rechts toont ons wederom Chroesjtsjov en Kennedy. Hier wordt een positief (!) gevolg van de Cubacrisis ‘in beeld gebracht’. Op welk concreet, politiek gevolg zal de tekenaar ons wijzen? Verklaar je antwoord met behulp van beeldelementen.
d. Naar aanleiding van de Cubacrisis nam Frankrijk twee belangrijke beslissingen. Welke waren dat?

7.
Bron: Stalin: ‘De betekenis van het Latijnse woord “terror” is niet simpel angst, schrik… In werkelijkheid is terreur niet alleen een middel om andere politieke ideeën te onderdrukken, maar vooral een middel om eensgezindheid te bewerkstelligen; eensgezindheid die uit de voor iedereen gelijke angst voortvloeit. Alleen zo kan men over een volk heersen, in het belang van dat volk. Volksheerschappij heeft nooit bestaan, bestaat niet, en kan nimmer bestaan. Het volk kan niet zelf heersen, er kan alleen maar over geheerst worden. Geheime repressie (= onderdrukking) op grote schaal wekt de meeste angst en dit moet en zal het belangrijkste wapen van terreur zijn. Processen tegen bekende personen moeten openlijk en publiekelijk voorbereid en gevoerd worden. De kopstukken moeten publiekelijk hun misdaden bekennen. Hoe bekender de namen, des te meer zal het volk ervan overtuigd raken dat de kaderrevolutie juist is; dat de massale aflossing van de wacht juist is; dat wat “terreur” genoemd wordt, juist is.’
a. Welk doel had Stalin voor ogen – volgens de bron – met zijn terreur?
b. Wie werden met de benaming ‘koelakken’ aangeduid? (Niet in de bron.)
c. Wat was de ‘Goelag archipel’?
d. Onder de slachtoffers van Stalins terreur bevonden zich ook veel leiders (kopstukken) van de Communistische Partij. Waarom had Stalin – volgens de bron – het op hen voorzien?

8.
a. Welke landen zijn de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad?
b. Welke leden van de Veiligheidsraad hebben het vetorecht?
c. Wat was de Taiwankwestie?

9.
Zet de volgende letters (A t/m G) in de juiste volgorde.
[A] Blokkade van Berlijn
[B] oprichting van de NAVO
[C] oprichting van het Warschaupact
[D] oprichting van de DDR
[E] oprichting van de BRD
[F] invoering van de D-Mark
[G] de BRD wordt lid van de NAVO

10.
a. In het kader van de Koude Oorlog is 1949 een belangrijk jaartal. Noem drie ingrijpende gebeurtenissen uit dat jaar.
b. Nadat in juni 1950 Noord-Korea de aanval had geopend op Zuid-Korea, werd een leger van de VN gestuurd, voornamelijk bestaande uit VS-troepen en aangevoerd door de Amerikaanse generaal MacArthur, om te vechten aan de zijde van Zuid-Korea. Bekijk de spotprent links. Je ziet Uncle Sam (VS) die stoutmoedig op weg is om Zuid-Korea bij te staan. Leg aan de hand van beeldelementen uit waarom deze tekening een goede illustratie is van het begrip Koude Oorlog.
c. In april 1951 werd MacArthur van zijn functie als opperbevelhebber ontheven, nadat hij gedreigd had met het inzetten van een atoombom tegen China. Leg uit waarom hij van het oorlogstoneel weggehaald werd.

11.
a. De Europese koloniën in het Verre Oosten… Japan heeft ervoor gezorgd dat het nationalisme in die koloniën sterk opleefde. Leg uit.
b. De Europese machthebbers waren na WOII niet bij machte om hun gezag in de koloniën blijvend te herstellen. Geef daarvoor twee verklaringen.

12.
a. Wie was Soekarno?
b. Na WOII voerde Nederland ‘oorlog’ in Nederlands-Indië om daar het gezag van de Nederlandse overheid opnieuw te vestigen. Het woord oorlog werd niet gebruikt. Leg uit waarom de oorlogshandelingen ‘politionele acties’ genoemd werden.
c. De VS dwong Nederland om de succesvolle politionele acties te staken en – later, in 1962 – om Nieuw-Guinea over te dragen aan Indonesië. Leg uit dat deze handelswijze van de VS paste in de Koude Oorlog.

13.
De meeste problemen waarmee de landen van de Derde Wereld te kampen hebben, zijn niet terug te voeren op het beleid of bestuur van de voormalige koloniale heersers. Eén verwijt kan ‘men’ de Europese koloniale machten wél maken; een verwijt dat betrekking heeft op etnische conflicten. Leg uit.

14.
a. Het Midden-Oosten had voor Groot-Brittannië en Frankrijk een enorme economische en geostrategische betekenis. Leg uit.
b. Wat was de ‘Balfour declaration’?

15.
a. In de VS ontwikkelde zich een ware heksenjacht op communisten aan het begin van de jaren vijftig. Door welke gebeurtenis in het Verre Oosten was die heksenjacht (onder leiding van senator McCarthy) op gang gekomen?
b. Bekijk deze spotprent: Fire Welke boodschap had de tekenaar voor het volk?

16.
a. Welke zes landen stonden aan de basis (de EGKS) van de Europese eenwording?
b. Sinds wanneer bestaat de Europese Unie?
c. Al naargelang het onderwerp dat op de agenda staat, wisselt de Ministerraad van samenstelling. Leg dat uit.
d. Waarom spreken velen van een ‘democratisch tekort’/ ‘democratisch gat’ met betrekking tot de EU?

17.
a. In 1956 liet de Sovjetunie zien dat het Rode Leger elke vorm van rebellie in een Oostblokland hard zou neerslaan. Wat was er gebeurd?
b. Wanneer was de Praagse Lente?
c. Wat bedoelde Gorbatsjov met perestroika en glasnost?
d. Waarom is 3 oktober 1990 een zeer belangrijke datum (3 oktober is de nationale feestdag) voor onze oosterburen?

18.
a. Bijna tien jaar na WOII bestond in de VS nog steeds rassenscheiding (segregatie). In 1954 werd de eerste stap gezet om die segregatie op te heffen. Over welke uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof hebben we het hier?
b. Twee jaar later mochten negers naast blanken plaatsnemen in het openbaar vervoer, maar pas de Civil Rights Act van 1964 bracht werkelijk grote veranderingen teweeg. Wat stond in die Act?

19.
a. De verzorgingsstaat… Welk kabinet stond aan de wieg van ons stelsel van sociale voorzieningen?
b. Wat heeft ‘Slochteren’ te maken met het ontstaan van de verzorgingsstaat?
c. Wat verstaan we onder secularisering?
d. Wat was een wezenlijk verschil tussen hippies en provo’s?
e. Wat was Dolle Mina?

20.
a. Na de Tweede Wereldoorlog werd Nederland allengs een ‘multiculturele samenleving’. Noem vier immigratiestromen van niet-Europese immigranten.
b. Geef bij elk van die vier stromen een tijdvak en een beweegreden/drijfveer voor de immigranten.