EN WEER NIET…
Massapsychologen noemen het “oceanisme”: de behoefte om op te gaan in de menigte, als een druppel in de oceaan. Je zou het niet verwachten, in deze tijd van individualisme; je zou het niet verwachten van ons eigenwijze volkje, maar de overgrote meerderheid van de Nederlanders duikt met een euforische graagte onder in de massa. Niemand die de krankzinnige toestanden rondom het Nederlands elftal tijdens het WK aanschouwd heeft; niemand die de oranjegekte – de waanzin – waargenomen heeft, kan in ernst volhouden dat Nederlanders anno 2010 personen met een eigen mening zijn, ofwel individuen.
Vergoelijkend zouden we kunnen stellen dat in onze multiculti-samenleving de identiteit van de inheemse Nederlanders dusdanig in het gedrang is geraakt, dat vaderlandsliefde en het ouderwetse “wij-gevoel” weer salonfähig zijn geworden. Het WK voetbal was voor het gewone volk én voor de intellectuele elite koren op de molen of een geschenk uit de hemel, want tijdens zo’n toernooi kunnen “wij” en “zij” politiek correct benoemd worden. Jammer dat Marokko niet meedeed…
Tegenwoordig vormt elk groot internationaal evenement een platform of raamwerk voor nationalisme en patriottisme. Gedurende een WK voetbal of de Olympische Spelen kunnen zelfs Nederlanders hun “primitieve” sentimenten en hartstochten uitbundig botvieren, zonder uitgemaakt te worden – door het progressieve deel der natie – voor racisten of NSB’ers. Dat de oranjekoorts dit jaar tot een ziekelijke hoogte kon stijgen; dat het oranjegevoel meer was dan een kanalisering van stamgevoelens of vaderlandsliefde, heeft wellicht te maken met een instinctieve, doch onderdrukte, dan wel bewuste afkeer van de multiculturele samenleving. Let wel, niet per se een afkeer van allochtonen (= niet-Europeanen), maar wel van de verschijnselen die geassocieerd worden met “multiculti”: kutmarokkaantjes; zinloos geweld op straat; criminaliteit; hoofddoekjes en burka’s; moskeeën; zwarte scholen; achterstandswijken…

Even waren de Nederlanders eensgezind en nam de saamhorigheid een hoge vlucht. Consensus – zo eigen aan de Nederlandse cultuur – vierde hoogtij. Een paar weken lang waren zij niet verdeeld in PVV-stemmers en de rest; in rationalisten en godsvruchtigen; in heidenen en moslims; in boven- en onderklasse… Etnische minderheden bestonden niet meer: zij stonden in hun oranje hemd – deden dus mee – of werden genegeerd. Het volk vormde een oceaan van volkseigen oranje waarin alle demonen verdronken. Niemand hoefde zelf na te denken, want “iedereen” was voor oranje en tegen alles wat oranje de voet dwars kon zetten: de bal, de scheidsrechter, de vuige tegenstanders…
Zorgwekkend is het animalisme van een mensenmeute. Een vlucht vogels zwenkt als ware hij één vogel. Een zwerm vogels bestaat uit enkelingen. Alleen een zwerm telt vreemde vogels. Vergelijk een horde voetbalsupporters met een vlucht. De meeste mensen hebben moeite met het waarnemen van de werkelijkheid; in een menigte vallen zelfs intellectuelen ten prooi aan blikvernauwing en blikvertroebeling, zodra alle neuzen – al dan niet oranje gekleurd – in dezelfde richting staan. Tallozen wilden niet zien hoe bruut en soms zelfs boosaardig hun aanbeden helden “om de hoogste eer” streden. Zien en inzien… Voor velen is de ontkenningsfase nog niet voorbij. “Der Starke ist am mächtigsten allein,” zei Schiller. Aangepast voor een WK voetbal: De schrandere heeft de scherpste blik wanneer hij in zijn eentje kijkt. Als het erom spant, luister dan naar einzelgängers. Wie kan weerstand bieden aan de signalen en tekens die uit de groep komen? Het “Aaaa” en “Oooo”; het “Kankertyfus-scheidsrechter!” en “Tering-aansteller!” (wanneer een onderuit getrapte tegenstander blijft liggen).
Een redacteur van de New York Times schreef dat hij in veertig jaar WK niet eerder een elftal met zo’n foute instelling had zien spelen. “Nederland probeerde de Spaanse sterren van het veld te schoppen.” De Britse Daily Mail opende met: Beasts 0, Beauty 1. The Guardian sprak van anti-voetbal en wees op de destructieve spelwijze van twee Nederlandse middenvelders. Een verslaggever van Associated Press schreef: “Met al hun kaarten en eindeloos zeuren bij de scheidsrechter verloren zij met meer dan 1 – 0 van Spanje.” Het Spaanse blad El Mundo liet ook weinig heel van dit oranje: “Het meest ruziezoekende Nederlands elftal uit de geschiedenis.” Bild: “Schoppersfinale.” Johan Cruijff: “Helaas heeft oranje heel grof gespeeld, zo vuil dat het al snel met negen man had kunnen staan.” Hugo Borst: “Na de eerste helft stonden we voor heel de wereld voor joker, mede door de angstaanjagende overtredingen van Van Bommel en De Jong. [...] Dit Nederlands elftal was extreem onsportief. [...] Niemand buiten Nederland gunde ons de winst. [...] Het was soms gruwelijk om te zien. De imagoschade is gigantisch.”
Nochtans werden de “helden” gehuldigd na thuiskomst… Een Romeins gezegde luidt: Het is geen eer geprezen te worden door hen die het zelf niet worden.
Iedereen die het waagde om kritiek te hebben op het aanbeden symbool van de saamhorigheid (het Nederlands elftal) werd wantrouwig bekeken, ontvolgd op Twitter, weggehoond of zelfs agressief bejegend. Nationalisme in deze vorm is een religie, zij het in heidense vorm. De straatfeesten en volksverzamelingen voor grote tv-schermen kunnen we als cultus beschouwen (de openbare godsverering of eredienst); de praatprogramma’s op tv, waarin oeverloos gebabbeld en eindeloos nagekaart wordt over de spelers en de wedstrijden, zijn de riten – evenals de vele paginagrote verhalen in de kranten – nieuws of geen nieuws.
Ten tijde van de Nazi’s bestond de Religie van het Bloed, met de SS’ers als krijgerpriesters. Hoe ver staan wij af, met onze Religie van de Sport, van fanatisme en extremisme?
Een gelovige verkoopt – als het goed is – zijn ziel niet aan de duivel, maar hij heeft al wel zijn beoordelingsvermogen bedolven onder dogma’s en onwetenschappelijke denkbeelden. Bedenk dat ook de SS’ers geloofden dat zij God en de Waarheid aan hun kant hadden. Denk aan de jonkies van de Hitler Jugend die bereid waren zich dood te vechten voor hun messias, der Führer.
Of is het allemaal veel minder gecompliceerd? In onze samenleving wordt de mensen aangepraat dat zij alles kunnen, als zij maar echt willen. We leven in een tijd van nivellering waarin gelijkwaardigheid, gelijke rechten en zelfs gelijkheid gepredikt worden. Velen geloven werkelijk dat zij barstensvol talenten zitten; helaas worden deze door anderen nog (!) niet onderkend of op waarde geschat, maar dat ligt aan die anderen. Hele volksstammen melden zich aan voor de audities van programma’s als Popstars… Jongens en meiden met het onsmakelijke uiterlijk van een baviaan en de stem van een kaketoe… Nou ja, talloze lelijke jongelingen – en ouderen – die volstrekt niet kunnen zingen, zijn er heilig van overtuigd dat zij een idool kunnen worden. Waar komt dat verwrongen zelfbeeld vandaan? Zij kijken toch ook in de spiegel? Zij ervaren toch ook dat niemand met ze naar bed wil? Kennelijk zien hun hersenen iets heel anders dan de onze. Kennelijk horen hun hersenen een andere stem en zijn zij ook nog eens toondoof. Maar dan nog! Sommige dingen zijn toch tastbaar en te meten? Vetlagen, een onzuivere huid… Lengte, symmetrie… Nóg onbegrijpelijker is het dat de ouders zulke kinderen niet tegen zichzelf in bescherming nemen. Nou vooruit, liefde maakt blind en doof. Maar de vrienden en vriendinnen? Hoe komt het dat niemand zo’n koter (of volwassene) ervan weerhoudt zich bespottelijk te maken? Velen, zeer velen zien met de ogen van een kind. Op wie zou u per sms stemmen? Op de vals zingende, onappetijtelijke dorpsgenoot bij wie uw zoon op school zit en met wie hij in FC Voorwaarts speelt, of op de onbekende jongeling die zijn uiterlijk mee heeft en echt goed kan zingen? Spanje heeft terecht gewonnen.