Februari 2010 | POLITICI ZIJN GEEN ECHTE MANNEN
Een van de grappen die de ronde deden, na de dramatische wissel van Sven Kramer: ‘Bij politieke twijfel altijd de rechterbaan kiezen.’ Svens mislukte greep naar goud – door een domme fout van zijn coach Gerard Kemkers en door twijfel bij hemzelf – beheerste dagenlang het nieuws. Dat het kabinet gevallen was, werd heel even van minder belang geacht. Maar ja, de val van ‘Balkenende 4′ kwam dan ook niet als een schok.
Iedereen met een helder zicht op de politieke constellatie kon bevroeden – of op zijn vingers natellen – dat dit reeds gehavende kabinet slagzij zou maken. De vroede vaderen hadden weliswaar de ‘des(s)ertstorm’ – veroorzaakt door de commissie Davids – doorstaan, maar dat ‘Irak-toetje’ was ons veel te lang onthouden door de premier; zoiets zet kwaad bloed. Bovendien ging Balkenende enkel onder zware druk overstag. Aangezien zelfs het gemene volk een grens heeft, waar het zinloze oorlogen betreft, was het voorspelbaar dat de kwestie Afghanistan de kiel boven zou brengen. Ware het niet Afghanistan geweest, dan zou het opgekalefaterde uitfluitschip van JPB c.s. op die andere opdoemende klip zijn gelopen: de JSF. Een peperduur Amerikaans gevechtsvliegtuig (in prototypefase) aanschaffen in plaats van een voortreffelijk Europees (!) toestel? Dat kun je zinnige mensen niet door de strot duwen. Temeer daar weldenkende burgers zich meestal niet, zoals Balkenende, Jack de Vries en hun medeplichtigen, het mes op de keel laten zetten, laten omkopen, laten ringeloren of laten bedotten door Washington en het Pentagon. ‘A prostration (ter aarde werping) in the Oval Office?’ Forget it! ‘F* off!’ Als ‘vriendschap’ met de VS gekocht moet worden; laat dan maar.
Hoewel ik van huis uit liberaal ben, geef ik Wouter Bos groot gelijk. Natuurlijk moesten we weg uit Uruzgan (i.e. uit heel Afghanistan); natuurlijk moesten de coalitiepartijen hun woord gestand doen: klip en klaar was de kiezers beloofd dat we uiterlijk in 2010 zouden vertrekken. Het is eigenlijk niet te geloven dat het CDA en de ChristenUnie zich in allerlei bochten gewrongen hebben teneinde die belofte te kunnen breken. ‘Als een situatie verandert, moet je een standpunt heroverwegen,’ riepen de eedbrekers in koor – of woorden van gelijke strekking. Luister eens, ‘excellenties’. Een belofte staat! Daar valt niets meer te heroverwegen. Anders kun je nooit iets beloven met betrekking tot de toekomst. Ach en wee! Welk een vreselijk lot wacht nu die arme Afghanen, zonder de klauwen van de Nederlandse leeuw. Starker als Gott ist die Wurd (sterker dan God is het Lot). Je hebt tranen en krokodillentranen. Je hebt beloftes en verkiezingsbeloftes.
‘We laten de Afghanen in de steek,’ krijsen de haviken. Welke Afghanen? De dorpelingen die kinderen doodmartelen omdat zij met buitenlandse soldaten gebabbeld hebben? De krijgsheren die goudgeld verdienen aan papaverteelt, opiumsmokkel en ontvoeringen? (Afghanistan is verreweg de grootste opiumproducent ter wereld.) De corrupte kliek van leiders die enkel pro-Westers zijn zolang zij met beide handen in de stroom euro’s en dollars kunnen graaien? De tallozen die de Talibanstrijders verkiezen boven de ongelovigen en goddelozen van de NAVO-bezettingsmacht? De fundamentalisten die zich nimmer zullen neerleggen bij een democratie naar Westers model?
‘We laten de Navo in de steek,’ grommen de mannen die elk jaar braaf hun kinderen meesleepten naar de open dagen van de vaderlandse krijgsmacht. ‘We lijden internationaal gezichtsverlies! We mogen straks niet meer aanzitten bij de G20!’ ‘We zullen als onbetrouwbaar gezien worden.’ ‘Schade voor onze economie!’ Nou, nou… Mij is toch echt jarenlang verzekerd, door de ministeriële propagandamachine, dat de Nederlandse armee zich uitstekend van zijn taak gekweten heeft, daar in Uruzgan; dat de Nederlandse militairen alle mogelijke lof verdienen. En we hebben de missie toch al een keer verlengd? Desondanks een tik op de vingers? ‘The cold shoulder’? Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig. Laten we maar gewoon aardig zijn tegen Duitsland en Frankrijk; de rest kan barsten. Wie herinnert zich nog dat onze twee grote buren op ramkoers lagen met de VS, toen zij categorisch weigerden toe te treden tot de Multi-National Force – Iraq (MNF-I) en de ‘coalition of the willing’? Toen zij onomwonden duidelijk maakten niet geassocieerd te willen worden met de illegale Amerikaanse aanval op Irak? Inmiddels is Bush terug naar zijn ranch; Merkel, Sarkozy en Obama hebben de strijdbijl begraven. Diplomatieke spanningen tussen bondgenoten zijn doorgaans van zeer tijdelijke aard. Berlijn heeft inmiddels besloten extra soldaten expeditionair te zullen maken voor Obama’s vruchteloze strijd in de Afghaanse woestenij, dus de Nederlandse jongens kunnen veilig heimkeren, zonder dat er een haan naar kraait – zeker de Franse niet.
‘Leg het de ouders van de omgekomen mannen maar eens uit,’ hoorde ik een journalist zeggen. ‘Dat het allemaal voor niets was.’ Let wel, voor niets. Tsja, als zonder het Nederlandse leger de klus niet geklaard kan worden… Als we daar in Verweggistan nóg een stel van onze jongens laten sneuvelen, wordt de oorlog er echt niet zinvoller op. Leg het hún ouders dan maar uit. ‘Het spijt ons, meneer en mevrouw, maar we durfden niet nee te zeggen tegen zijne keizerlijke hoogheid Obama en zijn palladijn Rasmussen, ook al waren het Nederlandse volk en de Tweede Kamer in meerderheid tegen een vechtmissie.’
‘De PvdA laat het kabinet vallen omwille van electoraal gewin,’ roepen vrijwel alle partijen die gebaat zijn bij een slechte verkiezingsuitslag voor Bos en de zijnen. Ik houd het niet voor uitgesloten dat de beweegredenen van de PvdA eerzaam waren; dat zij de rug recht hielden omdat zij niet aan het kiezersbedrog van de coalitiepartners mee wilden doen. Of waarde hechten aan een belofte electoraal gezien lonend is? De tijd zal het leren. Straks zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Leuk om te kijken naar Maastricht: daar zal de PvdA afgestraft worden voor het smerige politieke spelletje dat uitliep op het wegsturen van de populaire burgemeester Gerd Leers, en wellicht beloond worden voor de standvastigheid van de PvdA-ministers.
Rest ons nog de JSF-kwestie. Als een nieuw kabinet de stekker uit dat onzalige project wil trekken, zal ‘onze relatie met Amerika’ opnieuw ter sprake komen. Goed om dan in gedachten te houden hoe de Amerikanen met EADS omgesprongen zijn. In 2008 heeft het Europese EADS, samen met partner Northrop Grumman (VS), de order binnengesleept voor de levering van 179 tankervliegtuigen (waarde ca. 25,8 miljard euro) aan de US-Airforce. Na protesten vanuit de politiek en de media is de levering kort geleden opnieuw aanbesteed, waarbij het Amerikaanse Boeing nadrukkelijk een nieuwe kans zal krijgen. Nationalisme en patriottisme gaan bij onze Jack de Vries echter niet samen met warme gevoelens voor Europa. Vreemd, aangezien daar onze culturele wortels én economische belangen liggen. Zelfs op zijn twitterpagina profileert Jack zich als een pseudo-militair, stoer voorzien van een kogelvrij vest. Als voormalig KMA-officier heb ik moeite met zulke civilisten. Mocht het voor Nederland in diplomatiek en economisch opzicht wat lastiger worden, de komende tijd, dan ligt het aan ons gedrag binnen de EU, niet aan ons vertrek uit Uruzgan. Wij spelen al jaren met de verkeerde vriendjes en kopen al jaren het verkeerde speelgoed. Onze luchtmachtpiloten zijn sinds mensenheugenis in de ban van de US-Airforce; van die zijde hoeven we geen onafhankelijk advies te verwachten. Veel van onze politici snakken naar erkenning door Washington, misschien omdat zij zich zo gewapend voelen tegen de grote, dominante buren Duitsland en Frankrijk. Die politici mogen niet de stuurknuppel in handen hebben zodra wapenaankopen in het geding zijn. De Rafale is prima; de Eurofighter Typhoon is prima; de Saab is prima. Koop Europees.
SINTERKLAAS EN DE MINARET
De stoffelijke resten van Sint-Nikolaas (overleden op 6 december 342) liggen in Bari, in zijn eigen basiliek. In het jaar 1087 werd zijn gebeente door Italiaanse scheepslieden geroofd uit het Turkse Myra. De aankomst in Bari wordt nog ieder jaar groots gevierd door de inwoners, op 9 mei. Tot op de dag van vandaag scheidt zijn gebeente een vloeistof af (Manna) dat volgens de gelovigen een helende werking bezit.
‘Onze’ Sinterklaas wordt tevens geëerd – zelfs met standbeelden – in Beieren, het Rheinland (vooral Keulen) en Elzas-Lotharingen (waar ook nog ergens een vingerkootje van hem ligt). In de Alpenlanden wordt Sinterklaas, tijdens het feest, vergezeld van afschrikwekkende, duivelse gestalten die de omstanders te lijf gaan met een roede en er stevig op los slaan. De beschermheilige Sinterklaas zorgt ervoor dat ‘het kwaad’ niet al te losbandig zijn gang kan gaan. De demonen in het gevolg van de goedheiligman zijn jonge mannen die, verscholen achter afschrikwekkende maskers en gehuld in dierenpelzen, ook op de kinderen worden losgelaten, met roede en zak. Hedendaagse Nederlandse kinderen zouden na zo’n bezoekje gelijk een traumateam nodig hebben.
Onze Sinterklaas moet het al vrij lang doen met ongevaarlijke zwarte Pieten. Zij verschenen rond 1890 ten tonele. Verwijzen zij naar Italiaanse schoorsteenvegertjes? De geleerden weten het niet. Misschien moeten we geloof hechten aan dit verhaal: De bisschop heeft op een slavenmarkt in Ethiopië een jongen vrijgekocht die de naam Piter droeg; deze zou uit dankbaarheid bij hem zijn gebleven. Of zijn het toch gewoon ‘duivelse’ lieden, dus zwarte Moren uit het eertijds islamitische deel van Spanje?
Het meest interessante van dit soort volksfeesten is de vermenging van sagen en legenden. Denk aan de Germaanse god Wodan/Odin die op zijn achtbenige hengst Sleipnir over de daken van de mensen reed; hij is versmolten met de bisschop van Myra toen het christendom in Noord-Europa vaste voet aan de grond kreeg. De uit Duitsland afkomstige kerstman – een protestantse tegenvoeter van de uiteraard katholieke Sint – dankt zijn bestaan aan de kerstgeschenken en het feest van het licht: die elementen wilden de mensen zich niet laten ontnemen door kerkhervormers als Maarten Luther. De mijter en staf werden vervangen door kledij en attributen die pasten bij de Noordse folklore van sneeuw, ijs, kobolden en trollen.
Het feest van Sinterklaas behoort dus tot het Europese cultuurgoed. Meer dan duizend jaar lang hebben papa’s en mama’s hun kinderen voorgehouden: Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. In Zuid-Europa is Sint Nikolaas een wonderdoener (en de patroon van o.a. zeevaarders), in het protestantse noorden is hij een geschenkenbrenger; In Nederland nog met mijter en staf, elders in een kostuum dat hoort bij een wintersprookjesland. Als beschermheilige van Amsterdam werd Sinterklaas naar Nieuw-Amsterdam in Noord-Amerika gebracht, alwaar de Nederduitse Sankt Nikolaus tussen de protestantse Duitse en Britse kolonisten enkel overleefde als Santa Claus.
Kerstmis was ooit het Romeinse feest van de zonnewende; van de onoverwonnen zonnegod Mithras. De christenen hebben die heidense cultus geadopteerd en tot het hoogfeest van Christus’ geboorte gemaakt. De kerstboom is een Oud-Germaans vruchtbaarheidssymbool dat niets met de inhoud van het christelijke feest te maken heeft; vandaar dat de kerken de kerstboom zelfs lange tijd geweerd hebben. De wijze waarop wij het kerstfeest vieren, met ‘O dennenboom’ (O Tannenbaum), ‘Stille nacht’ en de kerstboom, is via de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog vanuit Duitsland naar het westen gekomen.
Anno 2009 heeft de Haagse Hogeschool besloten om geen kerstboom in de centrale hal te plaatsen… Volgens de eerste berichtgeving ‘vanwege het internationale (lees: multiculturele) karakter van de school’. Ongelooflijk! Wat ons nog rest aan Nederlandse cultuur – en dat is niet veel – staat tegenwoordig ‘ter discussie’. Wordt de Paashaas (die ons herinnert aan de heidense offermaaltijd bij de eerste volle maan in het voorjaar; uit dankbaarheid voor de nieuwe oogst en de nieuwe dracht der kudde) straks afgeschoten? Wordt God (m) binnen afzienbare tijd zijn almacht en alwetendheid ontnomen, vanwege de associaties met dictators, totalitaire staten en ‘Big Brother’? Met een ‘groene Sint’ kan ik leven, en gelukkig zijn de zwarte Pieten weer helemaal terug, zonder rare kleurtjes en zonder Pietervrouwen. Aan dat front hebben de politiek correcte, hypergevoelige moraalgrazers en betweters de strijd verloren. Derde couplet: O Tannenbaum, o Tannenbaum,/ Dein Kleid will mich was lehren:/ Die Hoffnung und Beständigkeit,/ Gibt Mut und Kraft zu jeder Zeit! Laat ik maar hoop, moed en kracht putten uit het feit dat de studenten van de Haagse Hogeschool hun schoolleiding voor schut hebben gezet door zelf een grote kerstboom te plaatsen. Volgens Plasterk hadden de heren bestuurders het trouwens niet zo bedoeld. Ja, ja.
We zijn er klaar mee, met die biculturele samenleving… De islam en het christendom staan al eeuwenlang op gespannen voet met elkaar; waardoor of waarom zou dat veranderen? ‘Live and let die’, denken ze van elkaar. Helaas is het christendom al lange tijd (sinds de Dertigjarige Oorlog, of anders de dekolonisatie?) niet meer weerbaar. Bovendien zwelgen veel inheemse Europeanen – belast met infantiele schoolboekjeskennis – in een volstrekt onterechte schuldbelijdenis met betrekking tot een verleden waarin ‘wij’ allerlei wandaden gepleegd zouden hebben jegens arme zieltjes elders in de wereld. Zij wensen niet in te zien dat de Westerse heerschappij, welvaart en culturele suprematie te danken zijn aan genialiteit, vindingrijkheid, durf en dadendrang; niet aan uitbuiting.
Voor militante moslims is het een koud kunstje om zulke christelijke doetjes langzaam de nek om te draaien. Renaissance, Rationalisme, Humanisme, Trias Politica en de scheiding tussen kerk en staat worden op het offerblok van de islam gelegd. De Westerse landen willen een veilige vluchthaven zijn voor de misdeelden en de vervolgden van deze planeet, maar de forten die ons en de asielzoekers bescherming moeten bieden, worden vervangen door moskeeën. Daar wordt haat gepredikt jegens een ieder die ‘ongelovig’, onrein of gewoon anders is.

De Westerse vrijheid van godsdienst gaat ons opbreken, tenzij we tijdig paal en perk weten te stellen aan die vrijheid. De vrijheid van meningsuiting geeft ons immers niet het recht om te beledigen of te dicrimineren; waarom mag een godsdienst dan wél mensen verketteren en uitsluiten? Waarom mag een moslim, zich beroepend op zijn godsdienst, de in Nederland geldende grondrechten, wetten, waarden en normen met voeten treden? Een moslim die de scheiding tussen kerk en staat van harte onderschrijft en tevens verdraagzaam is ten opzichte van andersdenkenden, is welkom; laat dat gezegd zijn.
Zelfs Jeroen Pauw, een van de slagschepen van de Linkse Vloot des Heils, is publiekelijk overstag gegaan ten aanzien van de multiculturele samenleving. Het verbaasde mij niet, want hij komt van hetzelfde schooltje als ik: een gezellige, veilige, kleine school in Oosterbeek waar de leerlingen fatsoenlijk Nederlands spraken. (Jeroens vader was docent Nederlands.) De enige ‘vreemdeling’ was een snel ingeburgerde, vriendelijke en hoffelijke jongen met een mooie Duitse naam. Onze docenten waren weliswaar allemaal progressief, maar niemand had een kleurtje – alleen ‘s zomers. Is momenteel een kentering waarneembaar binnen onze overwegend linkse, naïeve, idealistische media? Nadat de moraalgrazers over het minarettenverbod in Zwitserland gestruikeld waren en zij onze Zwitserse neven nog net niet voor neo-nazi’s uitgemaakt hadden, kwam RTL4 met een opmerkelijk nieuwsitem: In Turkije is het al tijden onmogelijk om een christelijke kerk te bouwen, en veel Turkse christenen worden in hun eigen land stelselmatig bedreigd of zelfs mishandeld. Tolerantie in Turkije? Vergeet het maar. Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat een ander niet. Compromis: zij geen kerktorens, wij geen minaretten. Bij hen blote voeten, bij ons blote navels. Wat kan de wereld mooi zijn. Leve de multiculturele planeet, maar niet de multiculti natie.
EN WEER NIET…
Massapsychologen noemen het “oceanisme”: de behoefte om op te gaan in de menigte, als een druppel in de oceaan. Je zou het niet verwachten, in deze tijd van individualisme; je zou het niet verwachten van ons eigenwijze volkje, maar de overgrote meerderheid van de Nederlanders duikt met een euforische graagte onder in de massa. Niemand die de krankzinnige toestanden rondom het Nederlands elftal tijdens het WK aanschouwd heeft; niemand die de oranjegekte – de waanzin – waargenomen heeft, kan in ernst volhouden dat Nederlanders anno 2010 personen met een eigen mening zijn, ofwel individuen.
Vergoelijkend zouden we kunnen stellen dat in onze multiculti-samenleving de identiteit van de inheemse Nederlanders dusdanig in het gedrang is geraakt, dat vaderlandsliefde en het ouderwetse “wij-gevoel” weer salonfähig zijn geworden. Het WK voetbal was voor het gewone volk én voor de intellectuele elite koren op de molen of een geschenk uit de hemel, want tijdens zo’n toernooi kunnen “wij” en “zij” politiek correct benoemd worden. Jammer dat Marokko niet meedeed…
Tegenwoordig vormt elk groot internationaal evenement een platform of raamwerk voor nationalisme en patriottisme. Gedurende een WK voetbal of de Olympische Spelen kunnen zelfs Nederlanders hun “primitieve” sentimenten en hartstochten uitbundig botvieren, zonder uitgemaakt te worden – door het progressieve deel der natie – voor racisten of NSB’ers. Dat de oranjekoorts dit jaar tot een ziekelijke hoogte kon stijgen; dat het oranjegevoel meer was dan een kanalisering van stamgevoelens of vaderlandsliefde, heeft wellicht te maken met een instinctieve, doch onderdrukte, dan wel bewuste afkeer van de multiculturele samenleving. Let wel, niet per se een afkeer van allochtonen (= niet-Europeanen), maar wel van de verschijnselen die geassocieerd worden met “multiculti”: kutmarokkaantjes; zinloos geweld op straat; criminaliteit; hoofddoekjes en burka’s; moskeeën; zwarte scholen; achterstandswijken…

Even waren de Nederlanders eensgezind en nam de saamhorigheid een hoge vlucht. Consensus – zo eigen aan de Nederlandse cultuur – vierde hoogtij. Een paar weken lang waren zij niet verdeeld in PVV-stemmers en de rest; in rationalisten en godsvruchtigen; in heidenen en moslims; in boven- en onderklasse… Etnische minderheden bestonden niet meer: zij stonden in hun oranje hemd – deden dus mee – of werden genegeerd. Het volk vormde een oceaan van volkseigen oranje waarin alle demonen verdronken. Niemand hoefde zelf na te denken, want “iedereen” was voor oranje en tegen alles wat oranje de voet dwars kon zetten: de bal, de scheidsrechter, de vuige tegenstanders…
Zorgwekkend is het animalisme van een mensenmeute. Een vlucht vogels zwenkt als ware hij één vogel. Een zwerm vogels bestaat uit enkelingen. Alleen een zwerm telt vreemde vogels. Vergelijk een horde voetbalsupporters met een vlucht. De meeste mensen hebben moeite met het waarnemen van de werkelijkheid; in een menigte vallen zelfs intellectuelen ten prooi aan blikvernauwing en blikvertroebeling, zodra alle neuzen – al dan niet oranje gekleurd – in dezelfde richting staan. Tallozen wilden niet zien hoe bruut en soms zelfs boosaardig hun aanbeden helden “om de hoogste eer” streden. Zien en inzien… Voor velen is de ontkenningsfase nog niet voorbij. “Der Starke ist am mächtigsten allein,” zei Schiller. Aangepast voor een WK voetbal: De schrandere heeft de scherpste blik wanneer hij in zijn eentje kijkt. Als het erom spant, luister dan naar einzelgängers. Wie kan weerstand bieden aan de signalen en tekens die uit de groep komen? Het “Aaaa” en “Oooo”; het “Kankertyfus-scheidsrechter!” en “Tering-aansteller!” (wanneer een onderuit getrapte tegenstander blijft liggen).
Een redacteur van de New York Times schreef dat hij in veertig jaar WK niet eerder een elftal met zo’n foute instelling had zien spelen. “Nederland probeerde de Spaanse sterren van het veld te schoppen.” De Britse Daily Mail opende met: Beasts 0, Beauty 1. The Guardian sprak van anti-voetbal en wees op de destructieve spelwijze van twee Nederlandse middenvelders. Een verslaggever van Associated Press schreef: “Met al hun kaarten en eindeloos zeuren bij de scheidsrechter verloren zij met meer dan 1 – 0 van Spanje.” Het Spaanse blad El Mundo liet ook weinig heel van dit oranje: “Het meest ruziezoekende Nederlands elftal uit de geschiedenis.” Bild: “Schoppersfinale.” Johan Cruijff: “Helaas heeft oranje heel grof gespeeld, zo vuil dat het al snel met negen man had kunnen staan.” Hugo Borst: “Na de eerste helft stonden we voor heel de wereld voor joker, mede door de angstaanjagende overtredingen van Van Bommel en De Jong. [...] Dit Nederlands elftal was extreem onsportief. [...] Niemand buiten Nederland gunde ons de winst. [...] Het was soms gruwelijk om te zien. De imagoschade is gigantisch.”
Nochtans werden de “helden” gehuldigd na thuiskomst… Een Romeins gezegde luidt: Het is geen eer geprezen te worden door hen die het zelf niet worden.
Iedereen die het waagde om kritiek te hebben op het aanbeden symbool van de saamhorigheid (het Nederlands elftal) werd wantrouwig bekeken, ontvolgd op Twitter, weggehoond of zelfs agressief bejegend. Nationalisme in deze vorm is een religie, zij het in heidense vorm. De straatfeesten en volksverzamelingen voor grote tv-schermen kunnen we als cultus beschouwen (de openbare godsverering of eredienst); de praatprogramma’s op tv, waarin oeverloos gebabbeld en eindeloos nagekaart wordt over de spelers en de wedstrijden, zijn de riten – evenals de vele paginagrote verhalen in de kranten – nieuws of geen nieuws.
Ten tijde van de Nazi’s bestond de Religie van het Bloed, met de SS’ers als krijgerpriesters. Hoe ver staan wij af, met onze Religie van de Sport, van fanatisme en extremisme?
Een gelovige verkoopt – als het goed is – zijn ziel niet aan de duivel, maar hij heeft al wel zijn beoordelingsvermogen bedolven onder dogma’s en onwetenschappelijke denkbeelden. Bedenk dat ook de SS’ers geloofden dat zij God en de Waarheid aan hun kant hadden. Denk aan de jonkies van de Hitler Jugend die bereid waren zich dood te vechten voor hun messias, der Führer.
Of is het allemaal veel minder gecompliceerd? In onze samenleving wordt de mensen aangepraat dat zij alles kunnen, als zij maar echt willen. We leven in een tijd van nivellering waarin gelijkwaardigheid, gelijke rechten en zelfs gelijkheid gepredikt worden. Velen geloven werkelijk dat zij barstensvol talenten zitten; helaas worden deze door anderen nog (!) niet onderkend of op waarde geschat, maar dat ligt aan die anderen. Hele volksstammen melden zich aan voor de audities van programma’s als Popstars… Jongens en meiden met het onsmakelijke uiterlijk van een baviaan en de stem van een kaketoe… Nou ja, talloze lelijke jongelingen – en ouderen – die volstrekt niet kunnen zingen, zijn er heilig van overtuigd dat zij een idool kunnen worden. Waar komt dat verwrongen zelfbeeld vandaan? Zij kijken toch ook in de spiegel? Zij ervaren toch ook dat niemand met ze naar bed wil? Kennelijk zien hun hersenen iets heel anders dan de onze. Kennelijk horen hun hersenen een andere stem en zijn zij ook nog eens toondoof. Maar dan nog! Sommige dingen zijn toch tastbaar en te meten? Vetlagen, een onzuivere huid… Lengte, symmetrie… Nóg onbegrijpelijker is het dat de ouders zulke kinderen niet tegen zichzelf in bescherming nemen. Nou vooruit, liefde maakt blind en doof. Maar de vrienden en vriendinnen? Hoe komt het dat niemand zo’n koter (of volwassene) ervan weerhoudt zich bespottelijk te maken? Velen, zeer velen zien met de ogen van een kind. Op wie zou u per sms stemmen? Op de vals zingende, onappetijtelijke dorpsgenoot bij wie uw zoon op school zit en met wie hij in FC Voorwaarts speelt, of op de onbekende jongeling die zijn uiterlijk mee heeft en echt goed kan zingen? Spanje heeft terecht gewonnen.

GEKLUISTERDE KNAPEN
De Nederlandse samenleving is een van de meest gefeminiseerde van de wereld; dat bleek niet lang geleden uit een onderzoek. Heel veel watjes, huilebalken, pantoffelhelden en papventjes dus. Natuurlijk hebben we ook nog wel echte mannen in dit land, maar zij worden in toenemende mate beteugeld door de wetgeving en de media. Velen hebben zich – in een reeds zorgwekkende toestand – neergelegd bij een bestaan waarin korfbal, het gemengd dubbel, gelijkheid, positieve discriminatie, ‘jouw vrouwelijke kant’, zorgtaken, het tonen van emoties, zwangerschapsverlof en ‘maatjes van de andere kunne’ niet weg te branden woekerplanten, kreupelbosjes en satansboleten zijn.
Nóg onrustbarender: onze jonge jongens lopen niet meer rond in de ooit bezongen jongenskiel, maar in een door vrouwen gebreide dwangbuis. De wol is zacht, maar stevig; op de vastgesnoerde mouwen zijn – in de kleur roze – versregels van Vasalis en Peijpers geborduurd. Het probleem van onze knapen is tweeledig: zij missen goede rolmodellen en zij worden overwegend onderwezen door vrouwen.
Eerst de opvoeding. Waar is papa? Waar is de held of de ‘ouwe’ die zijn zoontjes laat ravotten, kattenkwaad laat uithalen en in bomen laat klimmen, geheel tegen de wensen van mama in? Waar is de man die een rekel, bengel of vlegel over de knie legt, daarmee voorkomend dat zo’n knul emotioneel gechanteerd (gestraft) zal worden door zijn moeder? Waar is de vader die, als voormalige wildebras, een ervaringsdeskundige is op het gebied van testosteron?

Veel vaders zijn hun democratische gezin ontvlucht en hebben hun mannelijke heil gezocht ‘op de zaak’ of in de eredivisie van het bedrijfsleven. Welke rolmodellen tuimelden in het vacuüm dat zij achterlieten? Verwijfde popidolen, amorele voetballers en andere bedenkelijke mediahelden. Misschien spiegelt zoonlief zich inmiddels – vanuit een verknipte rolopvatting – aan Madonna, Britney Spears of Angelina Jolie. Wellicht is hij zelfs gaan geloven in het bestaan van hedendaagse Amazones, zoals Red Sonja, Lara Croft (Tombraider) en Sigourney Weaver (Alien).
Wat neemt onze knul thuis tot zich? Films zoals Kim, Treasure Island en Lord of the Flies worden nauwelijks nog gemaakt. Wie de boeken van Tolkien gelezen heeft en vervolgens naar de verfilming van Lord of the Rings kijkt, denkt al gauw: Waar komen al die vrouwen vandaan? Zelfs de jongens van Bontekoe worden opgescheept met een stoere meid. Hoewel J. K. Rowling in haar Harry Potter boeken bewijst veel inzicht te hebben met betrekking tot de inborst van echte jongens, kunnen Harry en Ron het toch niet stellen zonder Hermione. De film Das Fliegende Klassenzimmer (D, 1973) zou op alle basisscholen vertoond moeten worden.
Zelfs James Bond heeft zeer gevaarlijke vrouwelijke tegenstanders en mededingers gekregen. In allerlei futuristische oorlogsfilms strijden hanige, stoere vrouwen schouder aan schouder met geestelijk gecastreerde wapenbroeders.
Een knieval voor de hedendaagse werkelijkheid? Volstrekt niet. In het Amerikaanse leger hebben vrouwen weliswaar toegang gekregen tot gevechtsfuncties, maar zij worden niet ingezet aan het front. Van de 4316 Amerikaanse militairen die in Irak gedood zijn (tot juli, 2009), waren 103 van de andere sekse; het overgrote merendeel van deze vrouwsoldaten ‘sneuvelde’ door aanslagen of ongelukken achter de frontlinie. De mythe van de Amazones… Zij bestonden toen niet en nu niet.
Waar zijn de tv-series voor echte jongens gebleven? Zoals Flipper, waarin Luke en Bud hun avonturen beleefden zonder vriendin, zonder zus en zelfs zonder moeder. (Tot aan de zeventiger jaren van de twintigste eeuw was je een mietje of Sissy als je met meisjes omging voordat je zeventien of achttien was.) Als een jochie anno 2009 op zoek wil gaan naar een schat (goud en juwelen!), mag hij zich niet als verstekeling aan boord van een schip met piraten verstoppen. Neen, hij moet een groepje om zich heen verzamelen waarin minstens één dikkertje zit, minstens één gekleurd vriendje en minstens één meisje. De taakverdeling is duidelijk: de negride jongen levert tal van intelligente oplossingen, het meisje slaat een paar piraten lens, de dikzak moet halfbloot rondlopen en de ‘traditionele’ blonde held onderscheidt zich door onbesuisd gedrag, gekoppeld aan een hoog invoelingsvermogen. Hoeveel regressietherapie was daarvoor nodig?
Met alle respect voor vrouwelijke eigenschappen en de rechten van buitenbeentjes; een dergelijke mythologische omkering van waarheden schiet aan het doel voorbij. ‘En de gouden griffel gaat naar…’ Niet naar de schrijver van een jongensboek in ieder geval, want echte jongensboeken bestaan niet meer. Zelfs de geschiedenis wordt, in historische romans, herschreven: strijdlustige heldinnen en machtige heerseressen staan eensklaps op gelijke hoogte met Achilles en Odysseus; met Alexander, Caesar en Napoleon…
Vanuit de duistere nissen stappen oudtijdse feministen tevoorschijn die zich scharen in de rangen van wereldbekende wijsgeren, uitvinders en kunstenaars. Nou ja, wereldbekende? In de Nederlandse schoolboekjes wordt al jaren heel weinig aandacht besteed aan beroemde krijgsheren en andere grote mannen uit het verleden. Onze kinderen worden verveeld met verhalen over slaven, monniken, horigen, huisnijverheid, de sociale kwestie, politiekmaatschappelijke stromingen en wat dies meer zij. God verhoede dat onze jongens in hun fantasie meevaren met een masculiene bruut als Michiel de Ruyter. Was Aletta Jacobs niet veel belangrijker? Geen wonder dat zij massaal hun toevlucht gezocht hebben in de rauwe wereld van bloederige computergames. De verfilming van Lord of the Rings bracht enig soelaas: ondersteund door een nagenoeg perfecte rolbezetting werden de mannelijke deugden heldenmoed, trouw en volhardingsvermogen, en bovenal vriendschap, in een betoverende omlijsting en montering voor het voetlicht gebracht. Ook Master and Commander >[KLIK] houdt de hoop levend op een renaissance.
De jongens hebben het zwaar op school. Binnen het basisonderwijs hebben zij voornamelijk te maken met onderwijzeressen (minder dan een kwart is man), en in het vervolgonderwijs staan eveneens beduidend meer vrouwen voor de klas dan mannen.
Is dat erg? Jawel, heel erg. In 2004 verscheen in Elsevier een artikel van José van der Sman dat zo begint: Er gaat iets fout met de jongens in Nederland. Ze blijven achter in leerprestaties, gedragen zich rusteloos en onbehouwen. Vaak worden ze gezien als autistisch, hyperactief, moeilijk opvoedbaar of asociaal. Maar krijgen ze wel de kans om gewoon jongen te zijn? Of proberen we meisjes van ze te maken? – José vertelt over speelplaatsen waar de klimrekken en doelpalen op aandringen van overblijfmoeders zijn weggehaald; over het afstraffen van typisch jongensgedrag; over jongensonvriendelijk onderwijs; over de feministische ideologen die het onderwijs ‘vergiftigd’ hebben (niet haar woordkeuze) met de inmiddels gefalcificeerde veronderstelling dat de verschillen tussen jongens en meisjes het resultaat zijn van een seksistische opvoeding. José: ‘Deze zienswijze ging lijnrecht in tegen de bewering van evolutiebiologen dat er wel degelijk diepgewortelde verschillen bestaan tussen jongens en meisjes, mannen en vrouwen, die niet sociaal-cultureel zijn weg te poetsen. Deze ketters werd tot ver in de jaren negentig de mond gesnoerd. [...] Tegelijk met de vrouwenbeweging kwam de vredesbeweging op, die elke vorm van agressie onbeschaafd en onwenselijk verklaarde. De ideologen van deze beweging waren ervan overtuigd dat met de juiste vredesopvoeding van ieder kind een pacifist kan worden gemaakt.
Verbied jongens om te vechten of met nepwapens oorlogje te spelen en het komt vanzelf goed, meenden zij.’ – Kinderen zijn na-apers; dus veel kleutermeisjes verschillen in hun bezigheden, al naar gelang hun plek in het gezin, niet opzienbarend van kleuterjongens (wel in gedrag), maar al snel groeien jongens en meisjes uit elkaar. Wie dat probeert tegen te houden, verknutselt de natuur: hij of zij kweekt buitenbeentjes en pispaaltjes. Erger nog: verknipte of geschifte personen waar de maatschappij beslist niet op zit te wachten.’
Jongensgedrag (stoer, uitdagend, vechtlustig) is onwenselijk, volgens veel leraressen. Helaas vallen veel leraren in de categorie ‘geitenwollen sokken’ of ‘moderne man’, dus op veel steun kunnen de door hun hormonen ‘geplaagde’ knapen niet rekenen. Uit een recent onderzoek bleek dat jongens liever een man voor de klas hebben; meisjes maakt het niet uit. Leraren zijn ook populairder dan leraressen; daarbij speelt mee dat mannen nu eenmaal meer gevoel voor humor hebben.
Terug naar de hormonen. Het mannelijk hormoon testosteron zet aan tot actief gedrag, het opzoeken van avontuur, het nemen van risico’s, onbesuisdheid en agressie. Bij een brugklasleerling schiet het testosteronniveau omhoog (acht maal het niveau van een tienjarige); bij een veertienjarige beginnen zeer sterke seksuele gevoelens, rusteloosheid en agressie. Pas rond zijn 25e komt een jongen tot rust. De les voor volwassenen zou duidelijk moeten zijn: laat jongens altijd stoeien; laat ze – zo nodig aan de teugel – vechten; laat ze hun rangorde in de groep bewerkstelligen; laat ze hun speelgoed uit elkaar halen. Dat is geen ‘slopen’, dames, maar het opdoen van materiaalkennis. Laat ze experimenteren, want daardoor worden zij de ingenieurs, architecten, ontwerpers, bouwers, wetenschappers, kunstenaars, leiders en visionairen, zonder welke geen samenleving kan functioneren. Laat ze spelenderwijs de grenzen van agressie en geweld ontdekken, want eenmaal zullen zij de samenleving moeten beschermen.

Jongens en meisjes verschillen niet alleen lichamelijk sterk van elkaar. Dat is logisch, want gedrag wordt ingetoomd of aangemoedigd door fysieke mogelijkheden. Aangezien de gemiddelde jongen anderhalf tot tweemaal meer spierkracht heeft dan het gemiddelde meisje, zal hij anders omgaan met uitdagingen die de natuur aan lijf en leden stelt. We weten inmiddels dat jongenshersenen wezenlijk verschillen van meisjeshersenen. Daardoor gaan jongens op hun eigen manier om met prikkels en impulsen van de buitenwereld; verwerken zij emoties op de jongensmanier en leren zij met vallen en opstaan.
De rechterhelft van de hersenen is bij jongens beter ontwikkeld (meer interne verbindingen) dan bij meisjes; daardoor zijn zij beter op het terrein van ruimtelijke en lichamelijke oriëntatie, beweging en het voelen van (niet ‘uiting geven aan’) emoties. Bij meisjes is de linkerhelft aanvankelijk beter ontwikkeld (taalverwerving). Bovendien heeft een meisje meer verbindingen tussen de beide helften, hetgeen verklaart waarom zij doorgaans emotioneler is.
Het onderwijs is ingrijpend veranderd, sinds het begin van de jaren negentig. De bedoeling was goed: meisjes werden gestimuleerd in hun ontwikkeling, met het oog op hun kansen in het bedrijfsleven. De schoolvakken werden meer ‘talig’ en minder abstract. Ongelukkigerwijze werd daarbij voorbij gegaan aan de talenten van jongens. In het genoemde artikel van José van der Sman (‘Onbegrepen jongens’) komt hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio aan het woord: ‘Jongens zitten niet bij de pakken neer,’ waarschuwt hij. ‘Bij meisjes slaat ongenoegen vaak naar binnen, jongens richten het dikwijls naar buiten. Vroeger stond er een meester voor de klas die wel iets van dit lastige gedrag begreep en het met humor wist op te lossen. Nu zijn er meestal twee juffen, die minder geduld hebben. Bovendien bemoeien leesmoeders, klassenmoeders en overblijfmoeders zich ermee. Wegwezen hier, denken die knullen dan. Wat heb ik hier te zoeken? De school wordt een plek waar een jongen zich niet meer thuis voelt, omdat hij er niet zichzelf kan zijn.’
José: ‘Al met al groeien jongens tot ze twaalf jaar zijn nogal manloos op. Pas op de middelbare school vinden ze hopelijk een mannelijke leerkracht die als mentor kan fungeren. Want zo’n mentor is van groot belang om goed door de puberteit heen te komen en op te groeien tot een prettige man. Daar zijn alle pedagogen het over eens.’

In de Trouw van 11 oktober 2008 heeft Michael van Bekeren, schrijver van de roman MAN, het over ondraaglijke feminisering. ‘Natuurlijk zijn die feminiene waarden er altijd geweest,’ zegt hij, verwijzend naar vrouwelijke kernwaarden als ‘gevoel’, ‘mededogen’ en ‘idealisme’. ‘Maar tot de flowerpower-revolutie van de jaren zestig domineerden mannelijke kernwaarden als ‘verstand’ en ‘realisme’. Die leidden tot competitie en ongelijkheid. Daardoor konden in de afgelopen eeuwen geniale denkers, wetenschappers, uitvinders en kunstenaars tot bloei komen – wat weer leidde tot de dominantie van de westerse cultuur.’
Verderop: ‘Het gelijk willen schakelen van twee fenomenen die elkaars dialectische tegendeel zijn – “man en vrouw” of “mens en dier” – kan op de lange termijn alleen maar frustratie oproepen. Feministen zeggen: wij zullen niet rusten tot man en vrouw gelijk zijn. En zij blijven dit volhouden, ondanks het toenemende wetenschappelijke bewijs van de evolutionaire, hormonale, psychologische én neurologische verschillen tussen man en vrouw. ‘Gelijkheid’ is een typisch vrouwelijk, idealistisch, irrationeel streven. In een gefeminiseerde samenleving zal niemand ooit tevreden zijn. [...] In onze gefeminiseerde samenleving wordt de man voortdurend ontmoedigd om datgene te doen waarin hij goed is: daadkracht tonen, eigen verantwoordelijkheid nemen, leiderschap laten zien in crisissituaties, de competitie aangaan, rationeel en realistisch handelen, kwantificeerbare doelen nastreven, grenzen stellen, keuzes maken.’
Ook de jongen wordt ontmoedigd… Hij wordt zelfs gedrogeerd zodra zijn jongensachtige gedrag ‘tomeloos’ dreigt te worden. Als we het hebben over gebruikers van ADHD-middelen in de leeftijd 10-20, tellen we 50.000 jongens en 9.200 meisjes (bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen, 2008). Het aantal voorgeschreven middelen in het kader van ADHD-medicatie is de afgelopen vier jaar explosief gestegen. Lauk Woltring van adviesbureau Werken met Jongens: ‘Ik hoor regelmatig van ouders, leerkrachten en pedagogisch medewerkers dat methylfenidaat al na een bespreking van vijf minuten wordt toegediend. [...] Onrust is een normaal ontwikkelingskenmerk van jongens. Door toediening van dit middel ontneem je jongens de mogelijkheid om hun eigen energie en de wisselingen daarin onder controle te brengen.’
Moeten we echt zenuwachtig worden van hun rapportcijfers? Lang niet altijd, want veel van onze uilskuikens hebben hun scholing elders gezocht, te weten in de virtuele wereld. Menig slaperig bleekneusje brengt zijn nachten door achter de computer; hij communiceert wereldwijd met gelijkgestemden – vrijwel uitsluitend jongens en mannen – op gameforums. Daar leren onze domoortjes elkaar van alles over ‘cheats and walkthroughs’, ‘hardware and software issues’, ‘mods’, ‘optimizers’ enzovoort, waarbij ze de ‘community discussion’ niet uit de weg gaan. Zij maken websites en schrijven software. Een flink aantal van deze knapen gaat het maken in het bedrijfsleven. Talloze anderen gaan aan het werk op bouwsteigers, bruggen en boorplatforms, op wolkenkrabbers en in tunnels. De maatschappij zou ineenstorten zonder hun spierkracht en waaghalzerij.
Voor ouders geldt: stuur zoonlief naar een sportclub waar hij zich in teamverband – ongemengd! – in elk opzicht kan meten met zijn seksegenoten. Daar leert hij winnen en verliezen; daar leert hij offers te brengen; daar leert hij verantwoordelijkheid te nemen; daar zal hij ondervinden dat discipline een hoger doel dient. IJzer scherpt ijzer. Met een beetje geluk treft hij daar, in de persoon van een trainer, coach of andere begeleider, ook het gewenste rolmodel aan. En denk eens aan de trots van papa Schleck toen hij zijn beide zoons, Frank en Andy, heroïsch en gebroederlijk de Colombière zag oprijden, iedereen (behalve Contador) op ruime achterstand zettend in de zwaarste bergetappe van de Tour de France (2009). Moedig zoonlief aan in zijn competitiedrang, maar sterk hem ook in zijn genetisch verankerde groepsgevoel.
Mensen zijn groepsdieren. In een ongunstig geval kuddedieren, in een ander ongunstig geval roofdieren. Jongens behoren tot een roedel. De combinatie jongen-met-hond is niet voor niets een gouden greep in boeken, films en het werkelijke leven. Spelenderwijs moeten zij leren omgaan met de ‘call of the wild’, met alfamannetjes, spierballenvertoon en de draagkracht van het argument. Verbied ze niet te vechten, maar leer ze eerlijk en eervol te vechten. Leer ze jagen (het bedrijfsleven) en beschermen (leger, politie, brandweer, ziekenzorg…). Of een jongen piloot, ingenieur, kok, ambulancebroeder, componist, tolk, wetenschapper, leraar, boer, acteur, automonteur, hotelier of wielrenner wil worden, doet er niet toe. Het joch heeft een y-chromosoom, en dat onderscheidt hem wezenlijk van zijn moeder en zijn leraressen. Hoe sneller zij dat inzien, des te beter hij zal presteren.
De enige actrice die ooit enigszing geloofwaardig in een film een jongen heeft gespeeld, vertelde dat het grootste probleem de grijns was; jongens grijnzen, meisjes niet. Zodra we de psychologie achter de grijns beter weten te duiden, zijn we het verschil een stap nader gekomen. Voorlopig valt voor de jongens in het onderwijs weinig te lachen.
>Flipper (galerie)
