GEKLUISTERDE KNAPEN

De Nederlandse samenleving is een van de meest gefeminiseerde van de wereld; dat bleek niet lang geleden uit een onderzoek. Heel veel watjes, huilebalken, pantoffelhelden en papventjes dus. Natuurlijk hebben we ook nog wel echte mannen in dit land, maar zij worden enerzijds in toom gehouden door een steeds knellender wet- en regelgeving, anderzijds gehersenspoeld door het romantische gekweel in talloze popsongs en het hoge doetjesgehalte in tv-programma’s en films. Velen hebben zich inmiddels verzoend met een bestaan waarin het gemengd dubbel, vrouwensport, positieve discriminatie, ‘de vrouwelijke kant van een man’, het tonen van emoties, zwangerschapsverlof en ‘maatjes van de andere kunne’ niet weg te branden woekerplanten zijn – zelfs niet met een vlammenwerper.

[drs. J. Veltmaat]

Nóg onrustbarender: onze jonge jongens lopen niet meer rond in de ooit bezongen jongenskiel, maar in een door vrouwen gebreide dwangbuis. De wol is zacht, maar stevig; op de vastgesnoerde mouwen zijn – in de kleur roze – versregels van Vasalis en Peijpers geborduurd. Het probleem van onze knapen is tweeledig: zij missen goede rolmodellen en zij worden overwegend onderwezen door vrouwen.

Ervaringsdeskundigen
Eerst de opvoeding. Waar is papa? Waar is de held of de ‘ouwe’ die zijn zoontjes laat ravotten, kattenkwaad laat uithalen en in bomen laat klimmen, geheel tegen de wensen van mama in? Waar is de man die een rekel, bengel of vlegel over de knie legt, daarmee voorkomend dat zo’n knul emotioneel gechanteerd (gestraft) zal worden door zijn moeder? Waar is de vader die, als voormalige wildebras, een ervaringsdeskundige is op het gebied van testosteron?



Veel vaders zijn hun democratische gezin ontvlucht en hebben hun mannelijke heil gezocht ‘op de zaak’ of in de eredivisie van het bedrijfsleven. Welke rolmodellen tuimelden in het vacuüm dat zij achterlieten? Verwijfde popidolen, amorele voetballers en andere bedenkelijke mediahelden. Misschien spiegelt zoonlief zich inmiddels – vanuit een verknipte rolopvatting – aan Madonna, Britney Spears of Angelina Jolie. Wellicht is hij zelfs gaan geloven in het bestaan van hedendaagse Amazones, zoals Red Sonja, Lara Croft (Tombraider) en Sigourney Weaver (Alien).
Wat neemt onze knul thuis tot zich? Films zoals Kim, Treasure Island en Lord of the Flies worden nauwelijks nog gemaakt. Wie de boeken van Tolkien gelezen heeft en vervolgens naar de verfilming van Lord of the Rings kijkt, denkt al gauw: Waar komen al die vrouwen vandaan? Zelfs de jongens van Bontekoe worden opgescheept met een stoere meid. Hoewel J. K. Rowling in haar Harry Potter boeken bewijst veel inzicht te hebben met betrekking tot de inborst van echte jongens, kunnen Harry en Ron het toch niet stellen zonder Hermione. De film Das Fliegende Klassenzimmer (D, 1973) zou op alle basisscholen vertoond moeten worden.

Stoere vrouwen
Zelfs James Bond heeft zeer gevaarlijke vrouwelijke tegenstanders, mededingers en ‘kameraden’ gekregen. In allerlei futuristische oorlogsfilms strijden hanige, stoere vrouwen schouder aan schouder met geestelijk gecastreerde wapenbroeders.
Waar komt die vertekening van de werkelijkheid vandaan? De ‘woman warrior’? Inderdaad, heren Hollywood-scriptschrijvers, in jullie leger (het Amerikaanse) hebben vrouwen toegang gekregen tot gevechtsfuncties, maar zij worden niet ingezet aan het front. Van de 4316 Amerikaanse militairen die in Irak gedood zijn (tot juli, 2009), waren 103 van de andere sekse; het overgrote merendeel van deze vrouwsoldaten kwam om het leven door aanslagen of ongelukken achter de frontlinie. De Amazones bestonden eertijds niet en een paar duizend jaar later nog steeds niet.

Geschiedvervalsing
Waar zijn de tv-series voor echte jongens gebleven? Zoals Flipper, waarin Luke en Bud hun avonturen beleefden zonder vriendin, zonder zus en zelfs zonder moeder. (Tot aan de zeventiger jaren van de twintigste eeuw was je een mietje of sissy als je met meisjes omging voordat je zeventien of achttien was.) Als een jochie anno 2009 op zoek wil gaan naar een schat (goud en juwelen!), mag hij zich niet als verstekeling aan boord van een schip met piraten verstoppen; neen, hij moet een groepje om zich heen verzamelen waarin minstens één dikkertje zit, minstens één gekleurd vriendje en minstens één meisje. De taakverdeling is duidelijk: de negroïde jongen levert enkele intelligente oplossingen, het meisje slaat een paar piraten lens, de dikzak moet halfbloot rondlopend aantonen dat uiterlijk niet belangrijk is, en de ‘traditionele’, plezierig ogende held onderscheidt zich door onbesuisd gedrag, gekoppeld aan een hoog invoelingsvermogen. Hoeveel regressietherapie was daarvoor nodig?

Met alle respect voor vrouwelijke eigenschappen en de rechten van buitenbeentjes; een dergelijke mythologische omkering van waarheden schiet aan het doel voorbij. ‘En de gouden griffel gaat naar…’ Niet naar de schrijver van een jongensboek in ieder geval, want echte jongensboeken bestaan niet meer. Zelfs de geschiedenis wordt, in historische romans, herschreven: strijdlustige heldinnen en machtige heerseressen staan eensklaps op gelijke hoogte met Achilles en Odysseus; met Alexander, Caesar en Napoleon…

Vanuit de duistere nissen stappen oudtijdse feministen tevoorschijn die zich scharen in de rangen van wereldbekende wijsgeren, uitvinders en kunstenaars. Nou ja, wereldbekende? In de Nederlandse schoolboekjes wordt al jaren heel weinig aandacht besteed aan beroemde krijgsheren en andere grote mannen uit het verleden. Onze kinderen worden verveeld met verhalen over slaven, monniken, horigen, huisnijverheid, de sociale kwestie, politiekmaatschappelijke stromingen en wat dies meer zij. God verhoede dat onze jongens in hun fantasie meevaren met een masculiene bruut als Michiel de Ruyter. Was Aletta Jacobs niet veel belangrijker? Geen wonder dat zij massaal hun toevlucht gezocht hebben in de rauwe wereld van bloederige computergames. De verfilming van Lord of the Rings bracht enig soelaas: ondersteund door een nagenoeg perfecte rolbezetting werden de mannelijke deugden heldenmoed, trouw en volhardingsvermogen, en bovenal vriendschap, in een betoverende omlijsting en montering voor het voetlicht gebracht. Ook films zoals Master and Commander houden de hoop op een renaissance levend.

Jongensonvriendelijk
De jongens hebben het zwaar op school. Binnen het basisonderwijs hebben zij voornamelijk te maken met onderwijzeressen (minder dan een kwart is man), en in het vervolgonderwijs staan eveneens beduidend meer vrouwen voor de klas dan mannen.
Is dat erg? Jawel, heel erg. In 2004 verscheen in Elsevier een artikel van José van der Sman dat zo begint: Er gaat iets fout met de jongens in Nederland. Ze blijven achter in leerprestaties, gedragen zich rusteloos en onbehouwen. Vaak worden ze gezien als autistisch, hyperactief, moeilijk opvoedbaar of asociaal. Maar krijgen ze wel de kans om gewoon jongen te zijn? Of proberen we meisjes van ze te maken? – José vertelt over speelplaatsen waar de klimrekken en doelpalen op aandringen van overblijfmoeders zijn weggehaald; over het afstraffen van typisch jongensgedrag; over jongensonvriendelijk onderwijs; over de feministische ideologen die het onderwijs ‘vergiftigd’ hebben (niet haar woordkeuze) met de inmiddels gefalcificeerde veronderstelling dat de verschillen tussen jongens en meisjes het resultaat zijn van een seksistische opvoeding. José: ‘Deze zienswijze ging lijnrecht in tegen de bewering van evolutiebiologen dat er wel degelijk diepgewortelde verschillen bestaan tussen jongens en meisjes, mannen en vrouwen, die niet sociaal-cultureel zijn weg te poetsen. Deze ketters werd tot ver in de jaren negentig de mond gesnoerd. [...] Tegelijk met de vrouwenbeweging kwam de vredesbeweging op, die elke vorm van agressie onbeschaafd en onwenselijk verklaarde. De ideologen van deze beweging waren ervan overtuigd dat met de juiste vredesopvoeding van ieder kind een pacifist kan worden gemaakt.

Verbied jongens om te vechten of met nepwapens oorlogje te spelen en het komt vanzelf goed, meenden zij.’ – Kinderen zijn na-apers; dus veel kleutermeisjes verschillen in hun bezigheden, al naar gelang hun plek in het gezin, niet opzienbarend van kleuterjongens (wel in gedrag), maar al snel groeien jongens en meisjes uit elkaar. Wie dat probeert tegen te houden, verknutselt de natuur: hij of zij kweekt buitenbeentjes en pispaaltjes. Erger nog: verknipte of geschifte personen waar de maatschappij beslist niet op zit te wachten.’

Testosteron
Jongensgedrag (stoer, uitdagend, vechtlustig) is onwenselijk, volgens veel leraressen. Helaas vallen veel leraren in de categorie ‘geitenwollen sokken’ of ‘moderne man’, dus op veel steun kunnen de door hun hormonen ‘geplaagde’ knapen niet rekenen. Uit een recent onderzoek bleek dat jongens liever een man voor de klas hebben; meisjes maakt het niet uit. Leraren zijn ook populairder dan leraressen; daarbij speelt mee dat mannen aanzienlijk meer gevoel voor ironie en humor hebben. Niet voor niets zitten in de panels van humoristische praatprogramma’s, zoals het briljante QI (BBC), vrijwel altijd louter mannen.
Terug naar de hormonen. Het mannelijk hormoon testosteron zet aan tot actief gedrag, het opzoeken van avontuur, het nemen van risico’s, onbesuisdheid en agressie. Bij een brugklasleerling schiet het testosteronniveau omhoog (acht maal het niveau van een tienjarige); bij een veertienjarige beginnen zeer sterke seksuele gevoelens, rusteloosheid en agressie. Pas rond zijn 25e komt een jongen tot rust. De les voor volwassenen zou duidelijk moeten zijn: laat jongens altijd stoeien; laat ze – zo nodig aan de teugel – vechten; laat ze hun rangorde in de groep bewerkstelligen; laat ze hun speelgoed uit elkaar halen. Dat is geen ‘slopen’, dames, maar het opdoen van materiaalkennis. Laat ze experimenteren, want daardoor worden zij de ingenieurs, architecten, ontwerpers, bouwers, wetenschappers, kunstenaars, leiders en visionairs, zonder welke geen samenleving kan functioneren. Laat ze spelenderwijs de grenzen van agressie en geweld ontdekken, want eenmaal zullen zij de samenleving moeten beschermen.



De hersenen
Jongens en meisjes verschillen niet alleen lichamelijk sterk van elkaar. Dat is logisch, want gedrag wordt ingetoomd of aangemoedigd door fysieke mogelijkheden. Aangezien de gemiddelde jongen anderhalf tot tweemaal meer spierkracht heeft dan het gemiddelde meisje, zal hij anders omgaan met uitdagingen die de natuur aan lijf en leden stelt. We weten inmiddels dat jongenshersenen wezenlijk verschillen van meisjeshersenen. Daardoor gaan jongens op hun eigen manier om met prikkels en impulsen van de buitenwereld; verwerken zij emoties op de jongensmanier en leren zij met vallen en opstaan.
De rechterhelft van de hersenen is bij jongens beter ontwikkeld (meer interne verbindingen) dan bij meisjes; daardoor zijn zij beter op het terrein van ruimtelijke en lichamelijke oriëntatie, beweging en het voelen van (niet ‘uiting geven aan’) emoties. Bij meisjes is de linkerhelft aanvankelijk beter ontwikkeld (taalverwerving). Bovendien heeft een meisje meer verbindingen tussen de beide helften, hetgeen verklaart waarom zij doorgaans emotioneler is.

Wegwezen
Het onderwijs is ingrijpend veranderd, sinds het begin van de jaren negentig. De bedoeling was goed: meisjes werden gestimuleerd in hun ontwikkeling, met het oog op hun kansen in het bedrijfsleven. De schoolvakken werden meer ‘talig’ en minder abstract. Ongelukkigerwijze werd daarbij voorbij gegaan aan de talenten van jongens. In het genoemde artikel van José van der Sman (‘Onbegrepen jongens’) komt hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio aan het woord: ‘Jongens zitten niet bij de pakken neer,’ waarschuwt hij. ‘Bij meisjes slaat ongenoegen vaak naar binnen, jongens richten het dikwijls naar buiten. Vroeger stond er een meester voor de klas die wel iets van dit lastige gedrag begreep en het met humor wist op te lossen. Nu zijn er meestal twee juffen, die minder geduld hebben. Bovendien bemoeien leesmoeders, klassenmoeders en overblijfmoeders zich ermee. Wegwezen hier, denken die knullen dan. Wat heb ik hier te zoeken? De school wordt een plek waar een jongen zich niet meer thuis voelt, omdat hij er niet zichzelf kan zijn.’
José: ‘Al met al groeien jongens tot ze twaalf jaar zijn nogal manloos op. Pas op de middelbare school vinden ze hopelijk een mannelijke leerkracht die als mentor kan fungeren. Want zo’n mentor is van groot belang om goed door de puberteit heen te komen en op te groeien tot een prettige man. Daar zijn alle pedagogen het over eens.’



Gelijkheid
In de Trouw van 11 oktober 2008 heeft Michael van Bekeren, schrijver van de roman MAN, het over ondraaglijke feminisering. ‘Natuurlijk zijn die feminiene waarden er altijd geweest,’ zegt hij, verwijzend naar vrouwelijke kernwaarden als ‘gevoel’, ‘mededogen’ en ‘idealisme’. ‘Maar tot de flowerpower-revolutie van de jaren zestig domineerden mannelijke kernwaarden als ‘verstand’ en ‘realisme’. Die leidden tot competitie en ongelijkheid. Daardoor konden in de afgelopen eeuwen geniale denkers, wetenschappers, uitvinders en kunstenaars tot bloei komen – wat weer leidde tot de dominantie van de westerse cultuur.’
Verderop: ‘Het gelijk willen schakelen van twee fenomenen die elkaars dialectische tegendeel zijn – “man en vrouw” of “mens en dier” – kan op de lange termijn alleen maar frustratie oproepen. Feministen zeggen: wij zullen niet rusten tot man en vrouw gelijk zijn. En zij blijven dit volhouden, ondanks het toenemende wetenschappelijke bewijs van de evolutionaire, hormonale, psychologische én neurologische verschillen tussen man en vrouw. ‘Gelijkheid’ is een typisch vrouwelijk, idealistisch, irrationeel streven. In een gefeminiseerde samenleving zal niemand ooit tevreden zijn. [...] In onze gefeminiseerde samenleving wordt de man voortdurend ontmoedigd om datgene te doen waarin hij goed is: daadkracht tonen, eigen verantwoordelijkheid nemen, leiderschap laten zien in crisissituaties, de competitie aangaan, rationeel en realistisch handelen, kwantificeerbare doelen nastreven, grenzen stellen, keuzes maken.’

Ook de jongen wordt ontmoedigd… Hij wordt zelfs gedrogeerd zodra zijn jongensachtige gedrag ‘tomeloos’ dreigt te worden. Als we het hebben over gebruikers van ADHD-middelen in de leeftijd 10-20, tellen we 50.000 jongens en 9.200 meisjes (bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen, 2008). Het aantal voorgeschreven middelen in het kader van ADHD-medicatie is de afgelopen vier jaar explosief gestegen. Lauk Woltring van adviesbureau Werken met Jongens: ‘Ik hoor regelmatig van ouders, leerkrachten en pedagogisch medewerkers dat methylfenidaat al na een bespreking van vijf minuten wordt toegediend. [...] Onrust is een normaal ontwikkelingskenmerk van jongens. Door toediening van dit middel ontneem je jongens de mogelijkheid om hun eigen energie en de wisselingen daarin onder controle te brengen.’

De virtuele wereld
Moeten we echt zenuwachtig worden van hun rapportcijfers? Lang niet altijd, want veel van onze uilskuikens hebben hun scholing elders gezocht, te weten in de virtuele wereld. Menig slaperig bleekneusje brengt zijn nachten door achter de computer; hij communiceert wereldwijd met gelijkgestemden – vrijwel uitsluitend jongens en mannen – op gameforums. Daar leren onze domoortjes elkaar van alles over ‘cheats and walkthroughs’, ‘hardware and software issues’, ‘mods’, ‘optimizers’ enzovoort, waarbij ze de ‘community discussion’ niet uit de weg gaan. Zij maken websites en schrijven software. Een flink aantal van deze knapen gaat het maken in het bedrijfsleven. Talloze anderen gaan aan het werk op bouwsteigers, bruggen en boorplatforms, op wolkenkrabbers en in tunnels. De maatschappij zou ineenstorten zonder hun spierkracht en waaghalzerij.

Voor ouders geldt: stuur zoonlief naar een sportclub waar hij zich in teamverband – ongemengd! – in elk opzicht kan meten met zijn seksegenoten. Daar leert hij winnen en verliezen; daar leert hij offers te brengen; daar leert hij verantwoordelijkheid te nemen; daar zal hij ondervinden dat discipline een hoger doel dient. IJzer scherpt ijzer. Met een beetje geluk treft hij daar, in de persoon van een trainer, coach of andere begeleider, ook het gewenste rolmodel aan. En denk eens aan de trots van papa Schleck toen hij zijn beide zoons, Frank en Andy, heroïsch en gebroederlijk de Colombière zag oprijden, iedereen (behalve Contador) op ruime achterstand zettend in de zwaarste bergetappe van de Tour de France (2009). Moedig zoonlief aan in zijn competitiedrang, maar sterk hem ook in zijn genetisch verankerde groepsgevoel.

Spieren
Mensen zijn groepsdieren. In een ongunstig geval kuddedieren, in een ander ongunstig geval roofdieren. Jongens behoren tot een roedel. De combinatie jongen-met-hond is niet voor niets een gouden greep in boeken, films en het werkelijke leven. Spelenderwijs moeten zij leren omgaan met de ‘call of the wild’, met alfamannetjes, spierballen-/wasbordjesvertoon en de draagkracht van het argument. Verbied ze niet te vechten, maar leer ze eerlijk en eervol te vechten. Leer ze jagen (het bedrijfsleven) en beschermen (leger, politie, brandweer, ziekenzorg…). Of een jongen piloot, ingenieur, kok, ambulancebroeder, componist, tolk, wetenschapper, leraar, boer, acteur, automonteur, hotelier of wielrenner wil worden, doet er niet toe. Het joch heeft een y-chromosoom, en dat onderscheidt hem wezenlijk van zijn moeder en zijn leraressen. Hoe sneller zij dat inzien, des te beter hij zal presteren.




De enige actrice die ooit enigszing geloofwaardig in een film een jongen heeft gespeeld, vertelde dat het grootste probleem de grijns was; jongens grijnzen, meisjes niet. Zodra we de psychologie achter de grijns beter weten te duiden, zijn we het verschil een stap nader gekomen. Voorlopig valt voor de echte jongens in het onderwijs weinig te lachen.








Zie ook: Pleidooi voor Snape