Juli 2009 | MULTICULTI

Een van mijn voormalige leerlingen, Avalon Weyzig, is nu Miss Nederland. In mijn herinnering zie ik haar nog steeds onwillig en onhandig door de modder van de Ardennen ploeteren, op volstrekt ongeschikte design-sportschoentjes; gekleed in een modieus wit trainingspak. Een mooie meid, dat wel. In de loop van het jaar bleek zij bovendien best aardig te zijn. Haar broer – een jongen die ook in de categorie opvallend mooi viel – was een beetje rebels, maar gewoon sympathiek; zonder gebruiksaanwijzing. Bruce Weyzig was een van mijn favoriete leerlingen en aanvoerder van het door mij gecoachte voetbalteam. Hij moest het van zijn sierlijke techniek hebben.
Bruce en Avalon zijn, net als mijn peetzoons, van gemengd bloed. Het zonnige kleurtje en andere phenotypische (genetische) ‘verklikkertjes’ staan hen goed. De mengeling van Germaans en Indo-Arisch of Maleis levert vaak mooie kinderen op; dat is bekend. Ik hoor nu de voorstanders van multiculti al juichen. ‘Zie je wel!’ roepen ze, vooruitlopend op hun morele gelijk.
Maar zo is het natuurlijk niet, want Avalon, Bruce, Michiel en Sietse zijn op en top Nederlandse jongelingen; zij zouden zich in een andere cultuur net zo ontheemd voelen als Avalon tijdens de gememoreerde ‘outdoor-dagen’ in de Ardennen. Multiculti? Welnee. Mijn peetzoons krijgen in hun ouderlijk huis lekkerder nasi dan bij mij, maar daar houdt het mee op. De Indische gemeenschap in ons land is immers volledig geïntegreerd en geassimileerd. Zeg nu niet dat onze Turkse en Afrikaanse medelanders – op termijn – net zulke gewaardeerde, echte Nederlanders zullen worden; dat zij weliswaar nog aan het klauteren, glijden en ploeteren zijn, maar dat zij slechts een helpende hand nodig hebben om hun plekje te vinden. Ik betwijfel dat sterk, want de achtergronden en beweegredenen van de meeste allochtonen (waartoe dus niet de mensen uit voormalig Nederlands-Indië behoren) bieden weinig hoop. Het probleem is, dat zij al een eigen (!) plek in ons land gevonden hebben, en die plek richten zij on-Nederlands in.

Even terug naar de schoolklas… Een goede docent zorgt voor een volstrekt duidelijke Leitkultur in zijn (!) lokaal; hij zorgt ervoor dat iedere leerling – ongeacht diens sociale, culturele of etnische achtergrond – uitermate goed beseft wat wel en wat niet door de beugel kan. De leraar straalt als formele én informele leider onmiskenbaar uit wat hij wel en niet met de mantel der liefde zal bedekken. Hij bepaalt! Zo werkt dat met tieners: zij zullen telkens de grenzen van het toelaatbare opzoeken zolang het ‘tot daar en niet verder’ vaag blijft. Zij zullen, in hun pogingen om slecht aangegeven grenzen te verleggen, een zwakke docent blijven uitdagen. Nadat deze tieners tegen de onvermijdelijke strafmaatregelen zijn opgelopen, zullen zij zich mokkend terugtrekken, om zich verongelijkt op te stellen, klaar voor een nieuwe aanval. Zijn de grenzen van het fatsoen echter duidelijk getrokken, dan kan een ontspannen, vriendelijke sfeer ontstaan; dan worden de stellingen verlaten. Als de speelruimte, ofwel het speelveld, goed afgebakend is, komen de sierlijke aanvallers, zoals Bruce, de stevige verdedigers, de ‘waterdragers’ én de coach tot hun recht.
Zonder beledigend te willen zijn; laag geschoolde Nederlanders, waaronder het overgrote merendeel van de allochtonen, zijn net tieners. Zij moeten immers nog opgevoed worden in de Nederlandse normen en waarden. Hoe dient de maatschappelijke elite deze mensen te bejegenen? De scheurkalender van Fokke en Sukke toont op 27 juni onze twee vrienden ‘getooid’ met sandalen, geitenwollen sokken, baarden en pijpen. ‘Samenscholing is ook een vorm van scholing,’ zeggen zij. Tja, opvoeding…

Onze jeugd – en dan vooral het uitheemse deel – wordt door ‘moderne opvoeders’ bij voorbaat tegemoet getreden met respect en een overdosis aan begrip. Daarbij wordt iets wezenlijks vergeten: respect moet je verdienen. ‘Toon respect, wees verdraagzaam en heb geduld,’ roepen de pseudo-intellectuele voorstanders van multiculti. ‘Dan komt alles goed.’ Maar het recht op respect is niet vanzelfsprekend! En verdraagzaamheid tegenover wat? Daar ligt het probleem: de xenofiele voorstanders van een multiculturele samenleving zijn doorgaans niet bij machte – wat betreft persoonlijkheid en leiderschap – om grenzen te trekken.

In grenzeloze naïviteit gaan lieden van de Linkse Kerk uit van het goede in de mens, ongeacht de slachtpartijen en etnische zuiveringen waar de geschiedenis bol van staat. Jawel, in de Nederlanden hebben we het de afgelopen eeuwen betrekkelijk rustig en veilig weten te houden – zelfs de Heksenwaag van Oudewater gaf een evenwichtig oordeel -, maar allochtonen komen nu eenmaal niet uit Nederland, dus wij mogen van hen niet dezelfde ingebakken moraal verwachten als van… Ho! Wacht even, dat mogen we dus wél. Althans, wij mogen verwachten dat zij zich – als goede gasten – zo snel mogelijk proberen aan te passen. Zij hoeven, wat mij betreft, niet hun culturele gebruiken te laten varen – mits deze niet te veel overlast geven -, maar dienen zich wel te voegen naar de Nederlandse waarden, normen, spelregels en wetgeving. Bovenal moeten (!) zij de scheiding tussen kerk en staat ondubbelzinnig aanvaarden. De vooruitgang die wij in Europa geboekt hebben, gelouterd door wrede godsdienstoorlogen en vernietigende nationale oorlogen, gelauwerd door Renaissance, Rationalisme en Humanisme, geworteld in Hellas en Rome, mogen we niet uit handen geven.

De wens is de vader van de gedachte; dat merken we telkens weer bij de politici die tot het kamp ‘Pappen en Nathouden’ behoren. In toenemende mate gefrustreerd, probeerden zij onlangs de enorme winst van de PVV tijdens de verkiezingen voor het Europees Parlement te verklaren door te wijzen op de ‘anti-Europese’ stellingname van die partij. Ook volgens veel ‘politiek analisten’ gaven de Nederlanders die de gang naar de stembus gemaakt hadden, blijk van een ‘Eurosceptische’ of zelfs ‘anti-Europese’ houding. Bewuste misleiding, of konden zij zich werkelijk niet indenken dat veel pro-Europeanen, fervente voorstanders van de EU, op de partij van Wilders gestemd hadden? Toch is het zo eenvoudig: alleen de PVV had klink en klaar uitgesproken dat Turkije nimmer (!) lid van de EU mag worden. De uitbreiding van de EU naar het oosten toe is volgens de meeste westerse Europeanen al te ver voortgeschreden; de opname van een niet-Europees land is voor hen onbespreekbaar. 1. Turkije is een niet-Europees land. 2. Op basis van het inwonertal zou Turkije veel te veel zetels, dus invloed toebedeeld krijgen. (In de besluitvorming binnen het Europees Parlement ook nog eens gesteund door de massa’s Turkse immigranten binnen de West-Europese democratieën.) De ware Europeaan vindt dat de macht binnen de EU in handen moet blijven van Duitsland, Frankrijk en Engeland; niet van landen als Polen en Turkije. Natuurlijk, veel Nederlanders stemden in een Europese context op de PVV uit onvrede met het beleid van het Nederlandse kabinet, maar de kwestie Turkije kan niet weggedacht worden.

Vreemd genoeg gaat de redenering van veel multiculti’s uit van de eigen superioriteit. Immers: wij zijn de bovenliggende, sterkere partij; als wij (!) de anderen niet discrimineren, knechten of verdrijven – of proberen te ‘bekeren’ – is er niets aan het handje, want ons lichtend voorbeeld verdient en krijgt dus navolging; dat begrijpt een kind. De verlichting volgt vanzelf, want welk zinnig mens bijt in een uitgestoken hand? Een mooie gedachte. Als wij de tijger vriendelijk toespreken, en aaien, trekt hij vanzelf de klauwen in. Maar helaas hebben bepaalde uitheemse groepen al lang door dat de uitgestoken Nederlandse hand een slap handje is. In veel culturen betekent een weke handdruk slechts één ding: het weggeven van de ‘upper hand’. Als aan de Nederlandse hand geen sterke arm zit, voelt menig allochtoon zich uitgenodigd om kerken te vervangen door moskeeën; de grondwet door de sharia; de coupe soleil door het hoofddoekje; het carnaval door de ramadan, Michiel de Ruyter door Fatih Sultan Mehmed, wetenschap door insha’Allah, het vrije woord door de geestelijke dwingelandij van de imams, de ‘liefde-van-je-leven’ door een importbruidje, de bruine kroegen door theehuizen… Het is een vrijbrief voor intolerantie en zelfs geweld tegenover andersdenkenden, van kafirs tot homoseksuelen.
Nationalisme, liberalisme, socialisme en feminisme hebben niet zonder slag of stoot het pleit gewonnen, maar als je het islamisme de vrije teugel geeft, eindig je met een bit in de mond.

Stel dat een multiculti een gast in zijn huis opneemt; verwacht hij dan dat die gast zich aan de huisregels houdt? Vast wel. De multiculti ervaart dus kennelijk het land van zijn voorouders niet als een thuis. Voelt hij zich niet verbonden met zijn volk, of minstens zijn eigen stam? Heeft zijn stamboom voor hem maar één takje – het zijne? Stuit het weggeven of verkwanselen van cultureel erfgoed bij hem niet op weerstand? Beschouwt hij zijn vaderland en de vaderlandse cultuur niet als erfenis? Als een ‘heemstede’ enkel een stad is, als een taal alleen maar een zielloos communicatiemiddel is; dan is alles inruilbaar. Het is makkelijk om iets cadeau te doen dat gevoelsmatig niet jouw eigendom is.

Onze voorouders hebben huis en haard – en dus hun land – te vuur en te zwaard moeten verdedigen, maar waarschijnlijk denkt de multiculti dat strijd niet past in een moderne samenleving, dat zijn directe omgeving gevrijwaard zal blijven van onverdraagzaamheid en geweld, dat zijn dochter niet in handen zal vallen van een ‘loverboy’; dat zijn zoon niet omsingeld en in elkaar geslagen zal worden – of doodgestoken – door een tiental laffe straatschooiers in zwarte leren jasjes die nooit geleerd hebben dat tien tegen één eerloos en on-Nederlands is. Ach, konden we alles maar wegdenken.
Multiculti’s benadrukken tot vervelens toe dat Nederland altijd multicultureel is geweest, maar dat is baarlijke nonsens. Nederland is altijd een Europees land geweest (nationalisme is ontstaan in de 19e eeuw); de Duitsers (broers) en Fransen (neven) hebben voor veel ‘presentjes’ gezorgd, en deze geschenken voldeden altijd aan de smaak van hun Nederlandse familieleden. (Even afgezien van een bezetting.) Nu echter, krijgen we een cd met Marokkaanse muziek. De immigranten die zich in vroeger eeuwen in de Nederlanden gevestigd hebben, hadden natuurlijk hun culturele ‘eigenaardigheden’, maar zij verschilden niet wezenlijk van de Nederlanders; niet meer dan het ene gezinslid van het andere. Ook zij waren Europese kinderen van de Graeco-Romeinse beschaving, de Reformatie en de Verlichting. Deze mede-Europeanen hebben – als immigranten – geen pogingen ondernomen om iets in de Nederlandse, ofwel Germaanse cultuur te veranderen. Getalsmatig – anders dan nu – waren immigranten daar ook nooit toe in staat. Goed, voor nu is het genoeg.